Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

O wehe mir!
Alois Mückenspucker
46 pagina's
Wiener balladen
E-book van Hetvrijevers.nl


Het onlangs ontdekte boek van Alois Mückenspucker O wehe mir! staat online en is hier te downloaden. Wil je nog een teruglezen hoe Jaap van den Born het nieuwe werk van de uitvinder van de Weense Ballade ontdekte, lees zijn verslag dan hier. De eerste tien dagen werd O wehe mir! maar liefst 439 keer gratis gedownload. Sinds een paar dagen zijn er ook veel hits uit Duitsland op de site van het vrije vers. Dat kan maar twee dingen betekenen: de Duitsers hebben Alois Mückenspucker ook ontdekt, of ze plannen een invasie...

En meteen een erratum: verander in de Wiener Ballade 'Der Lombrosotyp' de tikfout so'nen Typ in so'nem Typ.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Schoonheid (Baudelaire)



De schoonheid

Ik ben mooi, en voor mensen een droom van albast,
en mijn borst, waaraan ieder zich steeds weer bezeert,
is gemaakt met als doel dat hij dichters sommeert
tot een liefde die zwijgend is, tijdloos en vast.

Waar ik troon als een sfinx in het hoge azuur
is mijn hart als van sneeuw, ben ik wit als een zwaan.
Ik verfoei het dat lijnen teloor kunnen gaan,
dus ik lach noch ik huil, en ben nooit overstuur.

Aan de voet van mijn rijzige marmerstatuur,
die immuun is voor zonlicht, voor striemende wind,
tuurt mijn meute van minnaars omhoog, uur na uur,

naar de glans van mijn ogen, het spiegelend paar,
waar ze zoekt, in een roes die hen allen verbindt,
naar een glimp van wat schoon is, onzegbaar en klaar.



xxxxx

La beauté

Je suis belle, ô mortels! comme un rêve de pierre,
Et mon sein, où chacun s'est meurtri tour à tour,
Est fait pour inspirer au poète un amour
Eternel et muet ainsi que la matière.

Je trône dans l'azur comme un sphinx incompris;
J'unis un coeur de neige à la blancheur des cygnes;
Je hais le mouvement qui déplace les lignes,
Et jamais je ne pleure et jamais je ne ris.

Les poètes, devant mes grandes attitudes,
Que j'ai l'air d'emprunter aux plus fiers monuments,
Consumeront leurs jours en d'austères études;

Car j'ai, pour fasciner ces dociles amants,
De purs miroirs qui font toutes choses plus belles:
Mes yeux, mes larges yeux aux clartés éternelles!

Koop koop koop