Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent





P
salm 74, vers 14 (Statenvertaling)
Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd;
Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen
.

‘O God’, dacht Hij, ‘ogottegot, waar Ik nóu toch mee vocht?
Een slang, een draak, een wallevis? Wat was dat voor gedrocht?
Dat beest was zelfs nog méér dan Ik: een zeven-enigheid!
Maar zijn karkas daar zit Ik mee; hoe raak Ik dat weer kwijt?’

Hoewel het zeker dood was zat er toch nog leven in
Als maden, pieren, kevers: ieder eind is een begin
Maar ondanks al dat leven, ieder met een levensvonk
Lag het al snel te rotten en het riekte en het stonk

Omdat het beest reusachtig was zat Hij er reuze mee
Maar volgens de psalmist kreeg Hij toen toch een goed idee
Hij voerde het Zijn uitverkoren volk op aan de dis
Het is maar goed dat niemand nu nog weet wat 'manna' is

Maar goed; de vraag 'Wie schiep dat beest, dat daar zo plotsklaps zwom?'
Die blijft, dus God kijkt op Zijn troon vaak schichtig achterom

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ode aan Dafne



Haar lenig lijf, haar lange sterke benen
Waarmee zij elke wedstrijd harder rent
Haar schijnbaar ongebreidelde talent
En drang om dag na dag weer hard te trainen

Als ik haar navel zie moet ik haast wenen
Omdat de aanblik daarvan nimmer went
En door de lach die Dafne naar mij zendt
Denk ik dat Venus in haar is verschenen

Ze is, dat moet wel, door een god gezonden
Want o, wat is haar lichaam fraai gebouwd
Alsof het voor de sprint is uitgevonden

Ze is slechts tweeëntwintig jaren oud
Maar rent reeds sneller dan in elf seconden
In Rio wint ze straks Olympisch goud

Koop koop koop