Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Ons wapen wordt de opgeheven vinger *

Ons wapen wordt de opgeheven vinger * 7 maanden 1 week geleden #1

  • Remko Koplamp
  • Remko Koplamp's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 1205
  • Ontvangen bedankjes 697
  • Karma: 0
Ons wapen wordt de opgeheven vinger.
De wil van vader is nog altijd wet.
Zoonlief is vooralsnog een hekkenspringer
aleer hij zich uiteindelijk verzet.

Ons wapen wordt de opgeheven vinger.
Men gunt elkaar het licht niet in de ogen.
De naaste wordt gezien als mededinger
wanneer men tracht zijn status te verhogen.

Ons wapen wordt de opgeheven vinger,
ook in het drukker wordend snelverkeer.
Terwijl men manoeuvreert met veel geslinger,
misbruikt men luid de naam van Onze Heer.

Ons wapen werd de opgeheven vinger.
Het leven werd allengs steeds zonderlinger.

* De jaren zestig staan voor de deur.
Sonnet 12-3 uit de dit jaar nog te verschijnen sonnettenkransenkrans “De vaderlandse geschiedenis” onder redactie van Hilde van Beek en Bas Jongenelen.
(NB: de regels 1 en 14 waren voorgeschreven).
Het klinkt misschien mesjogge
Ook Koplamp is gaan bloggen

www.bloggen.be/remkokoplamp / www.bloggen.be/ollekebollekewoordenboek/
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.149 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

POTDOMME, zei de dominee



POTDOMME, zei de dominee. We kunnen niet naar buiten…
We zijn volledig ingesneeuwd, van hier tot aan de heg.
Tompoezen of een mokkapunt, daar kunnen we naar fluiten:
wie heden naar de bakker wil, zakt tot z’n middel weg.

Veronica zei sip: Maar ik wou sneeuwballen gaan gooien,
ik wou een sneeuwpop maken met vier voeten en een staart!
De dominee sprak omineus: Tenzij het gauw gaat dooien
wacht ons een Wisse Hongerdood en eet u nooit meer taart.

Daar zaten ze mistroostig uit het serreraam te staren.
’t Leek buiten Nova Zembla wel, zo ijselijk en guur.
De dominee die telde bitter zuchtend zijn sigaren –
toen doken er twee beren op, ter hoogte van de schuur.

De dominee riep: Sodeju, ik ga hallucineren!
Aan mij verschijnen beren in een Hongervisioen.
Het is geen sivioen, zei ’t schaap. En het zijn ook geen beren.
Ze dragen wanten en een muts – het zijn de dames Groen.

Waratje, zei de dominee, ze roetsjen naar beneden
in grote dikke bontjassen, kloekmoedig op de ski!
En als mijn oog me niet bedriegt, dan trekken ze een slede
vol brandewijn en bitterkoekjes, bolknakken en brie.

Ze takelden de proviand naar binnen langs ’t balkon.
Ziezo, zeiden de dames Groen. En nu een ijsbonbon.

Koop koop koop