Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Geen gewoontedier

Geen gewoontedier 04 apr 2019 12:21 #1

  • Wim Meyles
  • Wim Meyles's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • taalhumorist
  • Berichten: 971
  • Ontvangen bedankjes 1149
Nee, ik kan absoluut niet tegen sleur.
Ik heb dat altijd al na drie, vier dagen.
Een nieuwe baas wijst mij al snel de deur.
Nee, ik kan absoluut niet tegen sleur.

Ik had een leuke onenightstand met Fleur.
Maar ’s morgens kon ze mij niet meer verdragen.
Nee, zij kan absoluut niet tegen sleur.
Ik heb dat altijd pas na drie, vier dagen.
www.wimmeyles.nl

Nieuwste boek: Ik dicht plezier
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Geen gewoontedier 04 apr 2019 19:57 #2

Haha...je baas kon vast ook niet tegen sleur en je niet langer dan drie, vier, dagen verdragen :lol:

groet,
Hanny
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Wim Meyles

Geen gewoontedier 04 apr 2019 20:18 #3

  • Wim Meyles
  • Wim Meyles's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • taalhumorist
  • Berichten: 971
  • Ontvangen bedankjes 1149
Ik heb 38 jaar voor dezelfde onderwijsbaas gewerkt ... :)
www.wimmeyles.nl

Nieuwste boek: Ik dicht plezier
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.150 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Schoonheid (Baudelaire)



De schoonheid

Ik ben mooi, en voor mensen een droom van albast,
en mijn borst, waaraan ieder zich steeds weer bezeert,
is gemaakt met als doel dat hij dichters sommeert
tot een liefde die zwijgend is, tijdloos en vast.

Waar ik troon als een sfinx in het hoge azuur
is mijn hart als van sneeuw, ben ik wit als een zwaan.
Ik verfoei het dat lijnen teloor kunnen gaan,
dus ik lach noch ik huil, en ben nooit overstuur.

Aan de voet van mijn rijzige marmerstatuur,
die immuun is voor zonlicht, voor striemende wind,
tuurt mijn meute van minnaars omhoog, uur na uur,

naar de glans van mijn ogen, het spiegelend paar,
waar ze zoekt, in een roes die hen allen verbindt,
naar een glimp van wat schoon is, onzegbaar en klaar.



xxxxx

La beauté

Je suis belle, ô mortels! comme un rêve de pierre,
Et mon sein, où chacun s'est meurtri tour à tour,
Est fait pour inspirer au poète un amour
Eternel et muet ainsi que la matière.

Je trône dans l'azur comme un sphinx incompris;
J'unis un coeur de neige à la blancheur des cygnes;
Je hais le mouvement qui déplace les lignes,
Et jamais je ne pleure et jamais je ne ris.

Les poètes, devant mes grandes attitudes,
Que j'ai l'air d'emprunter aux plus fiers monuments,
Consumeront leurs jours en d'austères études;

Car j'ai, pour fasciner ces dociles amants,
De purs miroirs qui font toutes choses plus belles:
Mes yeux, mes larges yeux aux clartés éternelles!