Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Het kamerlid en de hashtag MeToo

Het kamerlid en de hashtag MeToo 8 maanden 3 weken geleden #1

“De volgende ontboezeming!” Ze lezen met z’n beiden
het nieuwste MeToo-tweetbericht, de heren Cor en Kurt.
“En iedere bezoedeling zal hier op Twitter leiden
tot rechtspraak via volksgericht van elke vieze ploert!”

“Natuurlijk”, zegt het kamerlid, “begrijp ik jullie woede,
maar zó zwart-wit als jullie stellen zijn de dingen niet.
Voor machtsmisbruik moet ieder zich meticuleus behoeden.
Je moet ook je verhaal vertellen, wat niet steeds geschiedt.

Vervolgen kan men immers pas op basis van bewijzen.
De hype die zich ontwikkeld heeft, geeft weliswaar wat lucht,
juridisch is het een moeras. Het zou dus zijn te prijzen
als men de rede voorrang geeft en smaad en laster ducht.”

“Ik snap niet veel”, geeft babcia toe, “van al die rechtsideeën.”
Ze likt de kruimels van de cake van een, twee vingers af.
“De seks hoort in het choewlijk – goed dan, ook bij jullie tweeën.
Al wie verboden vroechten eet, verdient mijns inziens straf!”

“Verbieden?” vragen Cor en Kurt, “Dat zal maar weinig baten.
Het gaat hier om het libido, dat is het liefste vrij.
We moeten eerder op de toer van overleg en praten.
Je zegt gewoon ‘Ik wil graag zo’, en vraagt dan: ‘Wat wil jij?’”

Het kamerlid checkt zijn mobiel (wie heeft hem willen spreken?)
“Ik moet er nu vandoor, helaas, voor fractie-overleg.
Het onderwerp ligt zeer subtiel, rechtstatelijk bekeken.
Zo’n kwestie wordt men slechts de baas langs politieke weg.”

En babcia zegt, ietwat gevloerd: “Jouw praatstijl maakt mij moe.
Ik ga naar bed.” Cor kijkt naar Koert. Zij zeggen dan: “WeToo!”
Laatst bewerkt: 8 maanden 3 weken geleden door Hendrikje de Koning.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.293 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Opa



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’

Koop koop koop