Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Jubileumvers: Het kamerlid woont een receptie bij

Jubileumvers: Het kamerlid woont een receptie bij 29 mrt 2019 12:08 #1

Het kamerlid woont een receptie bij

Recepties zijn altijd, zo spraken Cor en Kurt gedreven,
voor stijl- en modefetisjisten de gelegenheid
de laatste trends in fashionzaken langs te laten zweven.
Dan zie je wat er smaakvol is en wat echt uit de tijd.

Ik niet, zei babcia Baranowska, ik geef niets om kleding.
En bovendien is dit een feest voor dichters, zegt mijn vriend.
Verlichte verzen, zei hij nog, een voorkeurstijdsbesteding.
De heren dachten: Welke geest is nu met rijm gediend?

Kom, kamerlid, je das zit recht, hoor. Hier, een glaasje sherry.
Hij was gedistingeerd gekleed voor ‘t dichtevenement.
Ik had een toespraak toegezegd, maar spreken … in die herrie?
Zo’n bacchanaal gebulder, nee, dat ben ik niet gewend.

Ik wil graag namens mijn partij light verse feliciteren;
zo’n viering vraagt naar mijn opinie om een mooie toost.
Maar zo’n echec is niet besteed aan ongelikte beren.
Gelukkig is er poëzie, dat is een hele troost.

Toen zeiden Cor en Kurt: Echec? Dat is een rare keuze.
(Mijn telefoon! Het kamerlid liet hen toen beiden staan.)
Hij stort zich tijdens een gesprek wel vaker in ’t pompeuze.
Betekent een echec niet “mis”, als iets is fout gegaan?

Vraag niet aan mij, zei babcia toen, mijn Engels is versleten.
O kijk, mijn vriend staat daar en wenkt; ik moet er even heen.
(De vrijeverser kreeg een zoen die hij niet zou vergeten.)
Ach, hij bedoelde vast cachet: “dat ik cachet verleen”.

Maar wie—ze voelden aarzeling—verleent er wat aan wie?
Toen kwam de kelner langs met zalmamuses en chablis.
Laatst bewerkt: 29 mrt 2019 12:12 door Hendrikje de Koning.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Wim Meyles
Tijd voor maken pagina: 0.115 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Prinsjesdag

voor hoeden ben ik altijd op mijn hoede
de hoed,  symbool van rijkdom en van macht
ontpopt zich vaak met  veel verbeeldingskracht
als een gezworen vijand van het goede

de  draagster is bij voorbaat al verdacht
ik hoor de woorden die ik reeds  bevroedde
orakeltaal van koninklijken bloede
het onheil dat een ander heeft bedacht

de klaagzang van het ganse kabinet
bezorgt mij  rimpels, hoofdpijn, grijze haren
er wachten ijzig koude tropen jaren
ik doe ontstemd een dronkenmansgebed

ik wil mijn lijfspreuk aan u openbaren:
de boodschap van een hoed is meestal pet