Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Over lever

Over lever 07 aug 2022 01:12 #1

  • John de Rooy
  • John de Rooy's Profielfoto
  • aanwezig
  • Zeer gerenommeerd forumlid
  • Berichten: 223
  • Ontvangen bedankjes 301
Over lever

Aleer ik van dit aards bestaan
Als zuipschuiter zal henegaan
Is nu de tijd dat ik beken
(Hoewel ik wel een donor ben)
Aan hen in transplantatienood:
Er is geen lever na de dood
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Over lever 07 aug 2022 10:13 #2

  • Wim Meyles
  • Wim Meyles's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • taalhumorist
  • Berichten: 2221
  • Ontvangen bedankjes 3277
Ha John,

Ik vind het een leuk vers, maar heb toch een paar kanttekeningen.
Het gebruikelijke woord is 'zuipschuit'. Dit past ook beter in het metrum ('als .... zuipschuit heen zal gaan'). Het geeft je de mogelijkheid om een fraai adjectief bij 'zuipschuit' te bedenken.
'Henegaan' zou overigens 'henengaan' moeten zijn.

Hartelijke groet,
Wim
www.wimmeyles.nl

Nieuwste boek: De mug en de olifant (fabels en light verse)
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Over lever 07 aug 2022 10:32 #3

  • John de Rooy
  • John de Rooy's Profielfoto
  • aanwezig
  • Zeer gerenommeerd forumlid
  • Berichten: 223
  • Ontvangen bedankjes 301
Wim,

Dank voor je opmerking.

Ik heb zowel zuipschuiter als henegaan met opzet gekozen.
Zuipschuiter kan makkelijk vervangen worden door dronkelap bijvoorbeeld.
De ik persoon is een drinker en maakte zuipschuit en (vreemde) snuiter als contaminatie. Ook henegaan is een verbastering door de ik persoon. De ik persoon heeft een plotseling besef van sterfelijkheid en pent dit neer in een dagboek of iets dergelijks.
Ik heb dit gedaan om een beetje vernis te geven aan de gedachtegang van de ik persoon.

Met groet,

John
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Hendrikje de Koning
Tijd voor maken pagina: 0.137 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Distel




De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.