Jantje zag eens pruimen hangen. Alles verandert, metamorfose. Ook het vers van Pruimen Jantje ontkomt niet aan het thema van de gedichtenweek. Dag zes brengt een compleet nieuwe kijk op het verhaal van dit brave jongetje. Afijn.
MIJNTJE
Mijntje, zus van brave Jantje
en haar vaders stoute meid,
zag hoe broer een hoed vol pruimen
kreeg voor zijn gehoorzaamheid
Balend van die slome slijmbal,
steeds voorbeeldig, immer vroom,
klom ze langs de lange ladder
in de hoogste appelboom
Joekels, sappig als meloenen
blozend, maar verboden fruit,
smeekten om geplukt te worden,
dus zij daagde Jantje uit
Proef hoe heerlijk, lieve broertje,
tien keer beter dan een pruim.
Geef die hoed straks maar aan papa,
krijg je vast een extra pluim
Die is nu allang naar binnen,
neem gerust een flinke hap
want je weet dat ik, je zusje
nooit iets van mijn broer verklap
Mijntjes appel glom verlokkend
in de middagzon, als goud,
riep hem toe: Kom, wees een kerel,
appels eten is niet stout
Brave Jan liet zich verleiden
nam begerig veel te veel
en die stomp bleef pijnlijk steken
in zijn nauwe kinderkeel
Aan zijn graf sprak Mijntje troostend:
Jantje was niet recht door zee
maar zijn zusje zweert u, papa
immer zoet te zijn voor twee
Frits Criens