Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: The show must go on

The show must go on 22 sept 2019 15:40 #1

  • Wim Meyles
  • Wim Meyles's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • taalhumorist
  • Berichten: 1063
  • Ontvangen bedankjes 1262
The show must go on

Soms lijkt ons land een stikstofstokerij.
Maar als prins Bernhard junior wil knallen
met zijn luidruchtig feestje voor ons allen
wil Bruno Bruins er wel een wolkje bij.

Hij is van Volksgezondheid, moet u snappen.
Ach, mag zo'n man zich ook een keer Verstappen?

Minister Bruins: Formule 1 moet niet de dupe worden van stikstofbesluit. Het kabinet gaat er alles aan doen om te zorgen dat de Formule 1 op Zandvoort doorgaat.
www.wimmeyles.nl

Nieuwste boek: Ik dicht plezier
Laatst bewerkt: 22 sept 2019 15:41 door Wim Meyles.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

The show must go on 22 sept 2019 20:21 #2

  • Manuel van Baarsen
  • Manuel van Baarsen's Profielfoto
  • Offline
  • Zeer gerenommeerd forumlid
  • Berichten: 307
  • Ontvangen bedankjes 163
Verstappen. Schitterend gevonden, Wim.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Wim Meyles
Tijd voor maken pagina: 0.134 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Blijvend applaus

De een verbeeldt een kapstok op toneel.
De ander smeert faecaliën op lappen
of noemt een vingerwijzing 'stil ballet'.
Het gaat om kunst dus alle mensen klappen.

Pas op, kijk uit, want kunst is er zo veel
dat er geen zuigeling aan kan ontsnappen
en ook niet aan de ongeschreven wet:
wij maken kunst, publiek, dus gij zult klappen!
 
Maar wie schrijft desgewenst nog een rondeel?
Wie is er op een copla te betrappen
of op een balladette, een sonnet?
Wie dwingt me daarmee tot geestdriftig klappen?
 
Ik las zijn werk opnieuw en kijk nu scheel,
mijn pols doet zeer, mijn schouder is ontzet:
ja Drs. P - dan blijf je klappen.


Lang geleden, toen Drs. P de Blijvend Applaus-prijs ontving, schreef Wilbert Friederichs dit gedicht.