Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Boeren

Boeren 03 juli 2020 16:36 #1

  • Niek Kalberg
  • Niek Kalberg's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 599
  • Ontvangen bedankjes 934
Boeren

Je legt ze maar een strobreed in de weg
Dan komen ze eraan op hun tractoren
Getoeter dat je overal kunt horen
De Hofstad in doorlopend zwaar beleg

En al die klachten die ze steeds vertolken
Het klinkt zo langzaamaan wat uitgemolken.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Boeren 03 juli 2020 21:09 #2

  • Frits Criens
  • Frits Criens's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 1593
  • Ontvangen bedankjes 926
Prachtige clou, Niek.

c.a.
Frits
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Niek Kalberg

Boeren 03 juli 2020 22:34 #3

  • Inge Boulonois
  • Inge Boulonois's Profielfoto
  • Offline
  • Admin
  • dichter
  • Berichten: 3708
  • Ontvangen bedankjes 1683
Strobreed past ook fraai :-)
www.ingeboulonois.nl
dichter & schilder
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Niek Kalberg

Boeren 03 juli 2020 23:21 #4

Vind hem subliem.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Niek Kalberg
Tijd voor maken pagina: 0.142 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gerijmel van een ouder iemand

88px W. H. Auden 1956 press photo
Wikimedia Commons
 
 
Gerijmel van een ouder iemand 
                     voor Robert Lederer
 
Aan ’t eind van wat men ‘sixties’ heet
herken ik amper mijn planeet,
de wereld die me geestkracht gaf –
zo hield ik chaos van me af.
 
De gouden tijd naar mijn idee
is al zo’n zestig jaar gelee,
met badkamers riant, royaal
en bidden voor het avondmaal.
 
Het auto- en het vliegverkeer
is efficiënt hoor, maar niks méér;
machinerie waar ik van droom,
die werkt op waterkracht of stoom.
 
De knop moest om: ik ben gezwicht
voor ’t adequaat elektrisch licht,
al koester ik de trappenhuizen
waarin nog vleermuisbranders suizen.
 
Familiespoken uitgedreven
maar niet hun waarden opgegeven:
dat plichtsbesef van protestanten
heeft praktische en mooie kanten.
 
Thuis zong men samen nog van blad,
’t was schande als je schulden had –
contant betaal ik tot mijn dood:
niks op de pof en nooit in ’t rood.
 
’t Vertrouwde kerkboek, goud op snee,
gaat onderhand drie eeuwen mee.
Een frisse preek is goed en wel,
getorn aan liturgie: een hel.
 
Seks was – en zal dat altijd zijn –
het allerlokkendste geheim,
maar de kiosk was toen nog vrij
van blaadjes vol smeerpijperij.
 
Welsprekendheid was kunst; was norm,
gold als beschaafde omgangsvorm.
Een scheet verdraag ik beter dan
vrij vers of zo’n nouveau roman.
 
Ook blijf ik verre van de school
die dweept met mythe en symbool;
wat ik betracht is: literaat zijn
voor lezers die niet van de straat zijn.
 
Als alles mag in elke les,
wie vindt dat onderwijssucces?
Wel wijzer waren de docenten
die mij Latijn en Grieks inprentten.
 
De ‘generatiekloof’ – ocherm,
we doen het maar met deze term –
wiens schuld die is? Van jong én oud
die niet zijn moerstaal onderhoudt.
 
Maar liefde en genegenheid,
die zijn nooit in, of uit de tijd.
’k Heb trouwe vrienden, inderdaad,
met wie ik eet, met wie ik praat.
 
En dan zou ík vervreemd zijn? Kul!
Ik die een nieuwe rol vervul,
nog mijn draai zoek in dit huis,
voel me bij wat echt is thuis.
 
Doggerel by a senior citizen, W.H. Auden (1907-1973)
vertaling: Judy Elfferich
 
Voor de originele tekst, zie bijvoorbeeld hier: