Een schoteltjesjuffrouw in Assen
kan soms met haar service verrassen;
dan kijkt ze heel lief
maar zegt assertief
dat pijpen veel meer kost dan plassen.
Een schoteltjesjuffrouw in Assen
kan soms met haar service verrassen,
want hij die wil pinnen
mag ook bij haar binnen
en heus niet om handen te wassen.
xxx
#Inge Bedankt voor het welkom.
#Bas Het weglaten van de twee lettergrepen (de onderstaande x-jes tussen haakjes) in de vorige versie van ‘Assen’ is een kwestie van voorkeur, en wat mij betreft niet van principe. Het zou, net als in de eerste ‘Assen’ hierboven, leiden tot het metrische schema:
x X x x X x x X x
x X x x X x x X x
x X x x X
(x) x X x x X
(x) x X x x X x x X x
Dan zijn de regels 1, 2 en 5 metrisch gelijk en de regels 3 en 4 ook. Zo heb ik het na staand rijm zelf ook vaak gedaan, het klinkt goed. In de praktijk bestaan beide vormen ook bij de klassieke limericks al naast elkaar. De alternatieve vorm is dan het bovendtaanden schema zónder de haakjes om de twee kleine x-en en ook zoals in de tweede variant op ‘Assen’ hierboven, nu met een vrouwelijk rijm in de regels 3 en 4. Het hangt ook samen met de vraag of het hoofdrijm mannelijk of vrouwelijk is en of regel 1 met een of twee onbeklemtoonde lettergrepen begint. Maar dat het aantal lettergrepen in regel 4 en 5 even groot is als in regel 3 resp. 1 en 2 komt in de historische vorm van de limerick toch minder voor dan het voortduren van de dactylen (of anapesten, het ligt er maar aan waar je begint te tellen) X x x vanaf het begin tot het einde in alle regels. Daarom is dit tegenwoordig de vorm waar ik me bij voorkeur aan houd. Het schept helderheid. Zie bijv. de klassieke (anonieme) Engelse:
There was a young lady called Gloria
who was had by sir Gerald Du Maurier
and then by six men,
and sir Gerald again,
and the band of the Waldorf Astoria.
There was a young man from Darjeeling,
who got on a bus bound for Ealing;
it said at the door:
‘Don’t spit on the floor,’*
so he carefully spat on the ceiling.
*Ik zou hier ‘do not’ willen zien, maar dit voorbeeld toont aan welke vrijheden een limerickschrijver zich mag permitteren met een ‘metrische pauze’ na een mannelijk rijm: hier een keer wel en een keer niet in één limerick.
Kortom: beide vormen zijn mijns inziens te verdedigen, als je ze maar niet mengt. Om ‘Assen’ voor vandaag af te sluiten, nog één keer een ‘lange versie’:
Een schoteltjesjuffrouw in Assen
kan soms met haar service verrassen.
Laatst zei ze: ‘Ik heb
nu een peeskamer-app
voor adresjes met schone matrassen.’
Of (lang): Ze pakt dan de munten/ en zegt: ‘Ik wil stunten,/ we gaan al dit plasgeld verbrassen.’ Of (kort): Dan glimlacht ze lief,/ maar blijkt haar tarief/ in bijna geen budget te passen. Of (lang): Dan lijkt haar WC/ het boudoir van een fee,/ en men ruikt er noch dampen, noch gassen. Of (kort): Haar mime laat dan zien:/ ben jij het misschien/ die mij helpt van hier te verkassen?