Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: De Eerste Wind

De Eerste Wind 3 weken 7 uren geleden #1

DE EERSTE WIND

haar wind woei al zijn posters van de muren
daar kon geen dekbed iets aan doen
waar een wind was, bleek een weg
de eerste smet op haar blazoen

naast haar lag hij doof te wezen
helaas voor hem wel net alsof
bij z’n ouders wezen eten
van zijn moeder niets dan lof

hij vloekte zachtjes in zijn kussen
zodat ze wist ze was gehoord
elk organisme in de kamer
en de onschuld was vermoord

nog in de wittebroodsweken
nu van een heel ander elan
had ze zich een weg gewind
van verliefd naar houden van
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

De Eerste Wind 2 weken 5 dagen geleden #2

  • Bas Boekelo
  • Bas Boekelo's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 3365
  • Ontvangen bedankjes 671
  • Karma: 0
Beste Jules, je gebruikt twee versvoeten door elkaar, dat laat zich lastig lezen. Het woord 'wittebroodsweken' past niet in een tweevoudig metrum. Het gebroken rijm is gemakzucht. Alle regels tellen zeven lettergrepen, uitgezonderd de eerste regel.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

De Eerste Wind 6 dagen 20 uren geleden #3

  • Niels Blomberg
  • Niels Blomberg's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 1047
  • Ontvangen bedankjes 400
  • Karma: 0
elan/van rijmt niet.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.136 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Vlabber & de Vlaar


 
Elke ochtend na het opstaan
staan de Vlabber en de Vlaar
met z’n tweeën voor de spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie van ons was nou de Vlabber?’
 
Tja, daar staan ze dan te dubben
met hun harken in hun haar.
‘Heel de nacht alles onthouden
krijg ik echt niet voor elkaar!’
roept de Vlaar dan (of de Vlabber?).
 
En de ander antwoordt kriegel:
‘Even denken... Rustig maar!
Kijk, mijn kop lijkt op een zwabber
en mijn lijf lijkt op een schaar.
Dus dan ben ik vast de Vlabber.’
 
Elke avond voor ’t naar bed gaan
staart de Vlaar weer met de Vlabber
in diezelfde grote spiegel
en ze vragen aan elkaar:
‘Wie was ook al weer de Vlaar?’
 
Heel de dag alles onthouden
is voor hen een groot bezwaar
dus daar staan ze weer te dubben.
‘Jouw geheugen is belabberd!’
roept de Vlabber (of de Vlaar?).
 
En dan zegt de ander maar:
‘Kijk, mijn kop lijkt op een vlieger
en mijn lijf op een gitaar.
Volgens mij ben ik de Vlaar,
dan ben jij vanzelf de Vlabber.’
 
Tja, dan gaan ze maar weer slapen
en dan staan ze maar weer op
en ze koken hun rabarber
en ze roken hun sigaar
en dan zijn ze ’t wéér vergeten.
 
‘Maar dat kan ons mooi niks schelen’,
giechelt de verstrooide Vlabber
– of, wie weet, de suffe Vlaar?
 
(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012)
 

Koop koop koop