Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Onderwerp: Op de fiets - pantoum

Op de fiets - pantoum 8 jaren 4 maanden geleden #1

Op de fiets

We zitten met z’n allen op de fiets
En rijden stoer door bossen en langs heide.
Zorgen maken doen wij ons om niets,
Integendeel, de stress gaan we vermijden!

We reizen stoer door bossen en langs heide,
Het drukke leven even aan de kant.
Voorzeker toch, de stress gaan we vermijden?
We bouwen met natuur een goede band.

Het drukke leven even aan de kant.
We gaan onze conditie flink versterken,
We bouwen met natuur een goede band,
In symbiose gaan we daaraan werken.

We gaan onze conditie flink versterken,
Zorgen maken doen wij ons om niets.
In symbiose gaan wij samenwerken
We zitten met zijn allen op de fiets.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.

Re: Op de fiets - pantoum 8 jaren 4 maanden geleden #2

  • Bas Boekelo
  • Bas Boekelo's Profielfoto
  • Offline
  • Forumgod
  • Berichten: 3941
  • Ontvangen bedankjes 967
Frans, Jamben, maar regel drie is trocheeïsch. Daarnaast is die zin wel erg geforceerd.
Laatst bewerkt: 8 jaren 4 maanden geleden door Bas Boekelo.
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Tijd voor maken pagina: 0.119 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Snavelstaart

Lang had de Snavelstaart gewacht
en stil had hij gezwegen;
aan sproeten had hij nooit gedacht,
toch heeft hij ze gekregen.
 
Wat is de Zin? zo peinsde hij.
Waarom kreeg ik geen voeten
of vleugels, maar voorzag men mij
van honderddertien sproeten?

Hij pakte puur op zijn gevoel
zijn staartpunt in zijn snavel
en trok zijn hele buitenboel
naar binnen door zijn navel –
 
En floep! hij was een Suizebol,
vanbuiten vol, vanbinnen dol,
die door de ruimte tolde
 
tot hij in ’t sterrenstelsel Froen
getroffen door een zwerkbalschoen
een muizenhol in rolde.
 
Een eeuwigheid of tig miljard
gebeurde in dat zwarte gat
geen sikkepit, geen snars, geen spat.
 
Er moet Iets zijn dat mij dit flikt,
dacht hij. Het is Al voorbeschikt.
Er moet Iets... 
(enz.) – totdat:

 
Zwoesj! Froen vloog in een sterrenstorm
een bocht uit van de tijd;
prompt sprong hij in zijn oude vorm
van voor de sproetigheid.

(Een achterlijf van enkel staart,
als voorlijf slechts een snavel
en met daartussen uiteraard
die peilloos diepe navel.)

De Snavelstaart is terug bij af:
hij weet van niks en zwijgt.
Vandaag of morgen staat hij paf,
als hij weer sproeten krijgt.
 

Bundels