Voorzien van bezems, schoppen en van spaden
Van kruiwagens en emmers en de rest
Ontdoen we de door ons bereden paden
Van ’t voedsel voor de mestkevers en maden
Wij, paardenvolk, noemen dat paardenmest
Het smalle trapje op en dan verdwijnen Het windwerk aan en de registers open
Nu wordt de zaal met klanken overspoeld
Dit is precies hoe Bach het heeft bedoeld Wie luistert, ziet de engelen verschijnen En langs de ladder naar beneden lopen
Waarom wij Bachs toccata eren moeten: Als engelen van Onze Lieve Heer Zo dansen vingers op het manuaal Omhoog, omlaag, omhoog en nog een keer Maar (dit maakt Bachs muziek zo geniaal) Daar tussen het lichtvoetig op-en-neer: Klinkt in het diep gebrom van het pedaal Een oude engel met vermoeide voeten