Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Welkom, Gasten
Gebruikersnaam: Wachtwoord: Onthoud mij

Het vrije vers forum Forumstatistieken

Algemene statistieken
Totaal gebruikers: 309   Laatste leden: Ko
Totaal berichten: 33915   Totaal onderwerpen: 6694   Totaal secties: 1   Totaal categorieën: 57
Vandaag open: 0   Gisteren open: 3   Totaal aantal antwoorden: 0   Gisteren totaal antwoorden: 3

Populairste onderwerpen

Meest actieve gebruikers

# Gebruikersnaam   Berichten
1 Bas Boekelo 4016
2 Inge Boulonois 3599
3 B.J. Hoogland 2162
4 Hendrikje de Koning 1740
5 Jacob van Schaijk 1621
6 Hanny van Alphen 1609
7 Niels Blomberg 1473
8 Frits Criens 1395
9 Remko Koplamp 1309
10 Katja Bruning 1156

Meest bekeken gebruikers profielen

# Gebruikersnaam   Hits
1 Bas Boekelo 661
2 B.J. Hoogland 655
3 Wim Meyles 591
4 Niels Blomberg 577
5 Inge Boulonois 520
6 Rudy Menthère 471
7 Frits Criens 469
8 Hanny van Alphen 433
9 Hendrikje de Koning 429
10 Otto van Gelder 372

Meest bedankte gebruikers

# Gebruikersnaam   Bedankt
1 Inge Boulonois 1590
2 B.J. Hoogland 1040
3 Bas Boekelo 1014
4 Otto van Gelder 964
5 Wim Meyles 913

Wie is online

Totaal aantal gebruikers online: 0 leden en 83 gasten aanwezig
Legenda:  Websitebeheerder Algemene moderator Moderator Geblokkeerd Gebruiker Gasten
Tijd voor maken pagina: 0.583 seconden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Niets (Utrechts sonnet 6)



Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen
En schoner is beslist haar lichaamsbouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw

Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Want anders krijg ik thuis een fikse douw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Of u gelovig, heidens bent of ietsig
Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig


De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.