My Lai. Hij zit nog diep in mijn geheugen
Die foto van dat naakte, schreeuwend kind
Die mij dan met het heden weer verbindt
IS, Irak en heel die grote leugen





Nog steeds willen de mensen maar niet deugen
Daarom zijn er miljoenen op de vlucht
En in Europa weert men zich geducht:
De taal is goed, de opvang wil niet vleugen





Dan zie ik nóg een foto in mijn geest
Een jochie van wellicht een vijftal jaren
Daar op dat strand, daar bij die zachte baren
Waarom, mijn god, is hij daar ooit geweest…?

Na eeuwen heeft de mens nog niets geleerd
Door godsdienst of veel geld nog steeds verteerd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Samenwerkgedicht XXXII

hands
Pexels
 
Het spijt me, veel te lang heb ik gezwegen
Ik stik haast in dit zelfvoldane land
Een rode loper lonkt, een gouden regen
De hemel strooit zijn sterren aan de kant
 
Ik ben de bom, dit jaar ga ik het maken
Met wat men noemt mijn weergaloos talent
Het blijkt dat ik eenieder weet te raken
Als zonlicht in het kille firmament
 
Maar hoor ik nu geklets over kapsones?
Ik bén een wereldmeester op de fluit
Speel virtuoos op allerlei trombones
Ik moet hier weg, ik hou het niet meer uit
 
Een uitbraak uit dit hokkie is een makkie
Ik ben dan ook geen Tokkie maar een Taghi
 
 
Samenwerksonnet: Bart Adjudant, Frits Criens, Ben Hoogland, Hendrikje de Koning, monnhauser, Frans Woortmeijer
Twee regels komen uit de sonnettenkrans "De hemel strooit zijn sterren aan de kant", een ode aan het Zeeuwse landschap, door Bas Jongenelen & Anne-Marie Maartens:
- De hemel strooit zijn sterren aan de kant: meestersonnet, regel 4
- Ik moet hier weg, ik hou het niet meer uit: sonnet 7, regel 12