Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Het kastenstelsel viel me heel erg zwaar
Hoe dikwijls ik wel niet was weergeboren!
Het ene leven was nog amper klaar
Of hup, een nieuwe opdracht was al daar
Een hindoe moet altijd weer zien te scoren

Eens deed ik als brahmaan* iets van me horen
Ik was als sudra zes maal de sigaar
In dertien paria’s ging ik verloren
Kshatriya, twee maal, kon me niet bekoren
Als vijf vaishya’s was ik sjacheraar

De goden zullen mij niet meer gelasten
Als speelbal in hun valse flipperkasten



* Brahmanen (priesters); Kshatriya’s (edelen en soldaten; Vaishya’s (kooplieden); Sudra’s (dienaren); Paria's (onaanraakbaren)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Allemaal gelijk



God is mens geworden

De Here God is waarlijk mens geworden!
Een mens was God: zoiets dat is uniek!
En zij die hierop schamperden en morden
En nare dingen schilderden op borden
Dat waren zeer onopgevoede horden
Een vieze vuile farizeeërkliek!

Matth. 16:15: 'U bent de messias, de Zoon van de levende God.'


Alle mensen zijn goden

Wij zijn al God, we zijn het niet geworden
We zijn met velen: God is niet uniek;
De knechten die stuurs op hun meesters morden;
De hongerlijders met hun lege borden;
De zwaargetatoeëerde voetbalhorden;
Tezamen vormen wij één godenkliek

Joh. 10:33: 'u bent een mens maar beweert dat u God bent!' Jezus zei: 'Staat er in uw wet niet geschreven:"Ik heb gezegd: 'U bent goden'"?' (Jezus weet wel vaker niet waarover hij praat, het staat niet in de wet, maar in Psalmen 82:6,7:  'Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen des Allerhoogsten').