Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Van de bovenste plank



Er ligt een gedicht op de bovenste plank
Te hoog en nog niet voor het grijpen
Het hoort echt te kloppen qua metrum en klank
En moet dus nog eventjes rijpen

Het loopt hier en daar nog wat kreupel of mank
De dichter probeert het te slijpen
Opdat het niet klinkt zoals kattengejank
Wanneer ze die nachtelijk knijpen

De volgende dag is het eindelijk klaar
En dan mag de lezer het lezen
Al blijkt het qua inhoud niet moeilijk of zwaar
Het mag er wel degelijk wezen

Hoe light het ook is het zit knap in elkaar
Terecht wordt de maker geprezen



(Uit de nieuwe bundel Terwijl de tijd )


Koop koop koop