Ik heb de zonde ongeremd bedreven
Ja, zusterlief, ik zeg het zonder spijt
Dat elke vrouw, al liep ze in habijt
Van mijn avances wulps begon te zweven

Nee, kind, je hoeft niet zo ontzet te beven
Dat satan mij al in zijn armen vlijt:
Ik heb de zonde ongeremd bedreven
En ben mijn kansen op de hemel kwijt

En toch kan ik met deze toekomst leven
Nu ik in dit tehuis mijn dagen slijt
Als jij, mijn schat, eens vurig met me vrijt
Om mij nog één keer dit gevoel te geven:
Ik heb de zonde ongeremd bedreven

 

Uit: Eeuwig rijzen, de Contrabas, maart 2011

  

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

J.C. Bloem

               

 

       De dagen werden tergend langzaam maanden, 
                de maanden regen zich aaneen tot jaar;  
                ik loop weer langs het stille pad langswaar 
                wij beiden samen ooit getweeën gaande, 

                onszelf veroordeeld hadden tot elkaar 
                en ons een korte wijle tweezaam waanden, 
                elkanders allerdichtste nabestaanden; 
                maar ook ons liefdesbed verwerd tot baar. 

                Wat valt voor troost aan leven te ontlenen 
                wanneer elk herfstblad wegdrijft in de goot, 
                wat komt reeds bij de aanvang is verdwenen 

                en het verlangen naar de liefde metterdood 
                steeds door één waarheid wordt beschenen; 
                de eerste kus waarmee je mij verstoot?


 

Vandaag is het de sterfdag van de dichter J.C. Bloem, dus een mooi gedicht in zijn stijl leek me wel gepast, al zal de oplettende lezer zien dat het een bout-rimé is met rijmwoorden uit een sonnet van Jean Pierre Rawie.