Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft




Een stal was mij als boorling al genoeg
Ik was bereid als zoon van god te lijden
Als ik de schriftgeleerden scherp bevroeg
Of farizeeën uit de tempel sloeg
Gaf dat de mensen hoop op nieuwe tijden

Ik kwam Jeruzalem eens binnenrijden
Op Grauwtje die me als een koning droeg
En heel het volk besloot zich trouw te wijden
Aan mij, die hen van zonden kwam bevrijden
En alle duivels uit hun harten joeg

U kent mijn story vast wel van het Boek
En anders zeker van het witte doek

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Aporie

De poëzie van peuken op een bord
Van korsten brood, verschimmeld in een hoek
Van stapels oud papier, haast ingestort
Dat is wat ik in dit gedicht niet zoek

Het beeld van noodweer, kletterend maar kort
Van een nog uren klamme spijkerbroek
Van schoenen waar het nooit meer droog in wordt
Dat is wat ik niet schilder op mijn doek

Maar lammetjes, geboren in april
Een rode roos zojuist in volle bloei
De blauwe lucht, een spelend kind, een lied

Dat is toch ook weer de bedoeling niet
U ziet: ik raak behoorlijk in de knoei
Nu ik wel dicht, maar niet veel zeggen wil

Koop koop koop