Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Men hoonde vader vals als Mensenkweker
En moeder op zijn plat als Baarmachien
Men vond hen maar konijnen, dat is zeker

Ik ben de trotse nummer zeventien
Er komen na mij nog vier lieve zussen
Ons Lieke, Liesje, Loesje en Francien

De doodgeboren Frans zat daar nog tussen
We stonden aan zijn grafje, samen sterk:
Zo'n groot gezin heeft haast uitsluitend plussen

Nu hoorde ik de paus recent verklaren:
De mens is geen konijn, stel paal en perk
Aan nageslacht. Dus daarmee zegt de kerk
Dat mijn verwekkers wel konijnen waren

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Moira



Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis  had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd

Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan

Koop koop koop