Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

MIRAKELS! riep de dominee



MIRAKELS! riep de dominee. Zojuist keek ik naar boven:
de perenboom hangt vol met fruit, dat wordt een rijke oogst!
Aha, zeiden de dames Groen, die peren gaan wij stoven.
Wat zijn ze dik! En kijk, de allerdikste hangt het hoogst.
 
Kom op, we gaan ze plukken voor ze op de grond belanden.
Zeg juffrouw schaap Veronica, loopt u es naar de schuur...
Daar moet een grote trapleer staan, en ook een stapel manden.
De dominee klom in de boom en keek over de muur.
 
Verroest! sprak hij. Het allersappigst ooft is reeds gevallen:
dat ligt aan gene zijde, op ’t gazon van buurman Jan.
Komt, laat ons onverwijld dat valfruit rapen met z’n allen,
die peren kunnen dadelijk als eersten in de pan.
 
Hij liet zich langs de takken zachtjes in de buurtuin zakken –
Toen hoorden ze: Wat moet dat daar? Hup, wegwezen, en gauw!
Ik laat Diablo los, die komt je bij je lurven pakken!
Ocharm, zeiden de dames Groen, Diablo lust hem rauw.
 
Die vloer ik! riep Veronica. Ze ging verwoed aan ’t plukken,
de bloedhond kreeg een perenspervuur naar z’n valse kop.
Het monster plofte om en buurman Jan vergat te bukken...
De dominee ontsnapte en sprak dankbaar: Dat lucht op.
 
Weg oogst, zeiden de dames Groen. De stoofpan blijft dus leeg.
Maar kijk, er zijn nog vruchtenkoekjes, van ons eigen deeg.