Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

eenacter 2



“Neem die blondine hier!”
(knipoog) “Geen schoolkind meer.
Zeldzaam wat die ons aan
schaamwaren biedt. 

Kijk toch meneer wat een
uitvouwenswaardige
dame men hier in het
blad heeft geniet.”

 *

(vragend) “Te openlijk?
Ja hoor, dat snap ik wel.
U slaat van wat men juist
weglaat op hol.” 

(minzaam) “U geilt op het
speculatievere?
Oh, maar daar heb ik een
kastje van vol.” 



“Liever geen plaatjesboek?”
(lachend) “Een doenertje!
Ha maar dan heb ik voor
u iets aparts. 

Ruikt u maar eens aan dit
ejaculeerzalfje;
goedgekeurd door een
deskundige arts.” 

* (rolt een kapotje uit)
“Rubber met ribbeltjes
dat bij herhaald gebruik
toch nog niet lekt. 

Zelfs het hardnekkigste
episcopatenzaad
wordt er meteen mee tot
leven gewekt.”

(wordtvervolgd)