Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Moeder (Veens sonnet)



Mijn moeder is alweer mijn naam vergeten
Ze heeft nu geen idee meer hoe ik heet
En wat ik doe dat boeit haar ook geen reet
Haar hersenschors is tot de draad versleten

Je hangt eerst negen maanden aan die vrouw
Ze wast ze strijkt ze vouwt je kleine zorgen

Ze veegt de laatste krullen uit je haar
Tot je beseft: haar leven is straks klaar

Je vraagt je af hoe moet dat met haar, morgen
Een oude dag, een ziekbed of een touw

Oom Alzheimer ving moeke met zijn keten
Ik roep haar naam terwijl ik best wel weet
De wereld om haar heen is obsoleet
Ik heb haar lief maar wil zij mij nog heten?

(Enige gelijkenis met het gedicht mijn moeder is mijn naam vergeten van Neeltje Maria Min berust op louter toeval)

Koop koop koop