Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen
En schoner is beslist haar lichaamsbouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw

Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Want anders krijg ik thuis een fikse douw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Of u gelovig, heidens bent of ietsig
Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig


De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Buiten roken





De oude vrouw staat voor het huis te roken,
Je ziet het puntje van haar sigaret.
Daarbinnen geldt haar dochters stalen wet.
Op naleving wordt consciëntieus gelet.
Dat zij naar buiten moet, heeft haar gestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken.
Haar dochter heeft het eten opgezet.
Het kleinste kind moet zo meteen naar bed.
Daarbinnen worden lampen aangestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken.
’t Is bijna afgelopen met de pret.
Ze heeft al haast een tweede opgestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken,
maar nu heeft zij het pakje weggestoken.

Koop koop koop