Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

winterleed

De winter staat me zo ontzettend tegen
Ik ben het pokkenweer al maanden zat
Vanavond kwam ik thuis, verkleumd en nat
Want sneeuwt het niet, dan is er mist of regen

Ook heb ik gister ernstig kou gevat
Ik haat de vorst, de onbestrooide wegen
Al twee keer heb ik op mijn gat gelegen
Want ook de stoepen zijn gevaarlijk glad

Ik woonde vele jaren op Bonaire
Mijn ouders zijn de armoe daar ontvlucht
Zo werd mijn warme winter een polaire

Voor global warming ben ik niet beducht
Die is het antwoord juist op mijn misère
Dus ik vrees de klimaatdiscussieklucht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Danse Macabre



op klanken uit een dwarsfluit danst de tijd
de kijker wordt van alle zorg bevrijd
al klinkt een toontje soms een tikje vals
hij gaat van menuet naar Weense wals

zijn voeten werpen stof op van de straat
het stuift en wervelt rond in driekwartsmaat
geen man of vrouw die weerstand bieden kan
en zelfs een mankend kind raakt in zijn ban

ze sluiten aan, vergeten waar ze zijn
maar als de schemer in de straten komt
ontbloot het duister hun geheime pijn

die nacht zijn straat en wijk verlaten, dood
de klanken van de dwarsfluit zijn verstomd
de gevels kaatsen slechts de laatste noot

Koop koop koop