Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Werklozen in de rij Row of unemployed 5371990267
Wikimedia Commons
 
Met dertien ging ik naar de zagerij
Drie boterhammen en een veldfles thee
Gaf moeder me om vijf uur ’s morgens mee
Om zes uur ’s avonds was ik pas weer vrij
 
Lawaai en stof, de tijd ging niet voorbij
Het hout was zwaar, ik sloofde voor wel twee
Maar werd gekat, mijn werk was nooit oké
De baas, een zuiplap, had de pest aan mij
 
Die kwade middag kwam hij naast me staan
Gaf me een zet, het zaagblad greep mijn trui:
Veel bloed, mijn onderarm totaal ontveld
 
Zijn eigen schuld, werd moeder thuis verteld
Want hij is roekeloos, hardleers en lui,
Pas na de oorlog vond ik weer een baan
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '