Het staat me tegen om mezelf te roemen
Dan lijk je zo aan eigendunk verslaafd
Maar feiten mag je uiteraard benoemen:
Ik ben dus niet te meten hoogbegaafd
 
Een losse studie is voor mij te pover
Want drie, in samenhang, kan ik wel aan
Dan heb ik nog voldoende ruimte over
Voor vrije tijd plus een studentenbaan
 
De zondag reserveer ik om te schrijven
Vooral aan Ik Mezelf, mijn trilogie
En om de prozasleur wat te verdrijven
Theater tussendoor en poëzie
 
Zoals het is, vertel ik het gewoon:
Wat zou mijn moeder blij zijn met zo’n zoon
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

God

Mijn jeugd stond in het teken van geloven:
Het draaide altijd om de Heere God,
rechtvaardig heerser over ’t menslijk lot.
Ja, elke voetstap werd bestierd van boven.

Gods Zoon kwam terug vanuit de dodengrot,
nu hoeven wij niet naar de helle-oven.
Niets kon mij van die zekerheid beroven;
onwankelbaar was mijn geloven tot

een vreselijke ruzie ertoe leidde
dat ik besloot om Godloos door te gaan.

Al zat er eerst nog wel wat twijfel bij, de
beslissing heeft mij altijd goed gedaan.

Maar steeds verwacht ik nog te allen tijde
de deurbel en dat God er dan zal staan.




Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd.