Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Voor Isis

Dat laat me nou blauwblauw, denk ik dan dom:
die echte ‘mannenmannen' die alom

bij wilde volken, zoals de Maumau
(erg duur, dus vaak samsam wat ik je brom)

en midlife dol geworden (Frans: gaga!)
drukdruk op jacht gaan. Steeds met veel aplomb.

Weg willen ze, hun kerker uit! Er is
geen vrouw (Lulu, Deedee) die snapt waarom

noch goena-goena, noch de slinkse beet
van de tseetsee (testes! wervelkolom!)

ze angst aanjaagt. Mij noemt men ‘nono' want
als niet-genegene roer ík mijn trom!

Geen Berber krijgt mij mee naar de woestijn,
een zelf geschoten struistrui vind ík stom!

Renderende Groot-Wild-jacht met dumdum?
‘Gedenk de dodo!' klinkt mijn boze grom.

Ziet u het voor u? Tenten? De bush-bush?
Gé van den Bovenkamp? Tuttut! Komkom!

(Gé van den Bovenkamp, uit De tweede ronde)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Novemberzombie



Het regent en daar komt een zombie,
Weer keert dat monster en belaagt
Het hart tot bloedens toe, alsof die
Geen heimelijke pijnen draagt.

En uit diens kamer, vol met gaten,
Waar dagelijks leven werd verricht,
Gulpt reeds het rode bloed gelaten
Doorheen gekleurd namiddaglicht.

De zombies gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen zombie-erinneringen
En wat beleefd wordt als ie bijt.

Verloren zijn de laatste wegen
Om te ontkomen aan de strijd;
Altijd die zombies, altijd regen,
Altijd dit dode hart, altijd.

Koop koop koop