Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Elfstedentocht2
Wikimedia Commons
 
Des winters werd het water weleens hard
Dan riepen ze van Dokkum tot Stavoren:
‘Mirakels, kiek eens oan it het gevroren’
En gingen op hun doorlopers van start
 
Omdat de tocht der tochten zou verjaren
Zaten 4 krasse knarren bij Matthijs
Nostalgisch te oreren over ijs
Hoe handig ze met transplantaties waren
 
En over kluuntapijten in een loods
En dat het dikwijls maar één dooidag scheelde
Zo sfeervol begeleid door oude beelden
Van helletochten door het land des doods
 
De grijze kop gerimpeld en gelooid
Een zachte gloed van heimwee en verlangen
Ze weigerden dat hoofd te laten hangen
Maar Driek had al voorspeld: ‘Die tocht komt nooit.’
 
herderfreepng.es
freepng.es
 
Een wakker schaap uit Wervershoof
verwerpt het christelijk geloof.
Het lijkt haar onzin allemaal:
de scheppingsweek, het kerstverhaal
en Jezus lopend op een meer.
Ze zegt: 'De herder is mijn Heer.'
 

 

Piet Paaltjens
 
Zij heette Kee. Hij schreef zich Frits.
Zij zag wat scheel. Hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.
 
Zo woonden ze in een lekke schuit,
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.
 
De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefde 's levens zuur verzoet.
Hun koopren bruiloft kwam dus, eer
Het minnend paar het had vermoed.
 
In zijn verrassing leegde hij
Reeds 's morgens vroeg zijn tweede fles;
En van weeromstuit raasde zij
In ééns wel voor een week of zes.
 
Doch ziet! - Terwijl de teedre bruid
Haar eedle bruidegom en heer
Nog streelde, zonk opeens de schuit
Tot op de boom der stadsgracht neer.
 
Het water stroomde 't roefje in
En vulde in nog geen ommezien
Frits' lege fles, zijn gemalin
En ook hemzelve bovendien.
 
Toen taald' hij naar geen drinken meer,
En Keetje hield voorgoed de mond.
Dat was voor de allereerste keer
In hun gelukkig echtverbond.
 
Piet Paaltjens (Francois Haverschmidt)
14.2.1835 – 19.1.1894
Uit:  Nagelaten snikken,  De Arbeiderspers 1961
 
ganzenbord
Flickr
 
Als kind deed ik met moeder Ganzenbord
en meestal liet ze mij dan stiekem winnen.
Ik was verdacht gelukkig in het spel,
want steeds wist ze de regels te verdraaien.
 
Nu zit ze, omdat zij wat warrig wordt,
in een tehuis. Ik ga daar graag naar binnen.
Met mij een potje Ganzen wil ze wel,
al moet ze naar mijn voornaam meestal raaien.
 
De regels zijn niet uit haar hoofd verdwenen
elk vakje weet ze blindelings te staan.
Haar rekenkunst is wel voorgoed verloren.
 
Ze staat op vijfenvijftig, werpt de stenen.
Een vijf, een twee; ze kijkt me vragend aan.
“Kijk nou, je mag acht vakjes nu naar voren”
 
melkmeis
 
 
Black cat with evil look
Wikimedia Commons
 
Zoals een op het oog geslaagde vent
geschikt om onbekommerd mee te trouwen
zich gaandeweg ontpopt tot onbehouwen
karpatenkop met chronisch dranktalent
 
Zoals de meest begeerde aller vrouwen
wier handen je ook blindelings herkent
omdat je aan hun zachtheid bent gewend
opeens gewapend blijkt te zijn met klauwen
 
Zo is het zacht verpakte brok agressie
begiftigd met een akelig humeur
als huisgenoot helaas niet meer te lozen
 
en glijd ik langzaam af naar een depressie
gevoed door angst voor nagels en terreur
want ik heb de verkeerde kat gekozen
 
aartstaartjes
Foto: Wikimedia Commons
 
I.M. Aart Staartjes 
 
De oude man die in de diepte staart
en neerziet op het kleine aards gewemel
wist reeds: jou laat ik binnen in mijn hemel
jij bent hier heel hard nodig, meneer Aart
 
Voor jou heb ik één van de mooiste taken:
jij mag hier onze kindertjes vermaken
 
Ben Hoogland
 
*
 
Dag meneer Aart
 
Zelfs Buurman Baasje heeft geen woordje klaar
En schuifelt met betraande ogen langs de baar
 
Christiaan Abbing
 
800px Toekan RP P 1914 492
Bron: Wikimedia Commons
 
Een toekan uit Timboektoe
vroeg: "Als ik het met een roek doe
wordt dat kind een timboekroekan
of komt er slechts gedoe van?"
 
watfuten
 
Een laatste woord – zijn laatste uur
Hij kon maar niets verzinnen
Pas toen de kapitein riep: ‘Vuur!’
Toen schoot hem iets te binnen
 
 
Kees van den Heuvel 2-11-1960 – 11-1-2010
Uit: Wat futen op een kluitje in het riet  (De Stiel, 2010)
 
Vandaag precies tien jaar geleden overleed Kees van den Heuvel. Hij  behoorde bij de top van de light-versedichters van Nederland, maar was de laatste jaren weinig in de belangstelling wegens ziekte. Hij publiceerde werk in diverse bloemlezingen, in De Tweede Ronde en in Randschrift/Parmentier, het blad waarvan hij redacteur was. 
 
olleke
Beeld Homerus (bewerkt)
 
Ἄνδρα μοι ἔννεπε
Μοῦσα πολύτροπον
Hiermee begon ik mijn les
Op een dag
 
‘Olleke!’ dacht heel de
Adolescentenclub
Met als gevolg een
Homerisch gelach
 
 
ANdra moi ENnepe MOUsa poLUtropon' (Muze, bezing mij de arglistige man): de openingswoorden van de Odyssee, geschreven in dactylische hexameter
 
analist
Wikimedia Commons
 
En na de wedstrijd volgt de analyse
Ik mag weer aan de desk – ik weet het wel
Wat fout ging, wat ze hadden moeten doen
 
Vanwege mijn vermeende expertise
Mijn kennis en ervaring in het spel
Mag ik mijn ongezouten mening geven
 
Ooit was ik immers bijna kampioen
Ze noemen mij hun éminence grise
En knikken braaf hier als ik iets vertel
 
Soms schrik ik wakker met een visioen
Een korte samenvatting van mijn leven
Een commentator die de beelden duidt
 
Zo’n angstdroom duurt gewoonlijk maar heel even
Nooit hoor ik hoe zijn strenge oordeel luidt
 
 
oranje
Illustratie IB
 
'All animals are equal, but some animals are more equal than others'; Animal Farm, George Orwell  
 
Mijn zoon, waarom toch melk je al die huisjes
Verniel je duinen en natuur in Zandvoort?
Wel, moeder, was het vorstelijke antwoord,
Ik heb nog heel veel hongerige kluisjes
 
Mijn geldzucht is een overerfbaar trauma
Ik kreeg het van mijn opa via jou, ma
 

sad

Foto Jon Tyson op Unsplash

De lucht is grauw – een lome soort van zondag
Mijn hoofd is stevig knallend uitgezet

De lucht is grauw – alleen nog de balkonvlag
Verwijst veelkleurig naar het kerstbuffet

Alsof ik in een lome soort cocon lag,
Zo werd ik wakker in mijn woonchalet

De vredevolle ochtendrust van zondag
Fungeert voor mij als valiumtablet

Het voelt of ik steeds tegen het plafond rag:
Mijn hoofd is stenig, bonkend tot-en-met

Geen zevenklapper, strijker of kanonslag
Verjaagt me hevig knallend uit mijn bed

Ik ben compleet door (als het in jargon mag)
De SAD in winterslaap gezet

 

coenraedt
Illustratie: IB

Je doet iets wekelijks met hart en ziel,
En weken worden maanden, maanden jaren,
Gelukkig heb ik iets om te bewaren,
Met deze staat de teller op een ‘mille’.
 
Maar morgen ben ik weer gewoon aan zet,
Op naar het duizendeerste snelsonnet!
 
 
Het jaar 2020 was amper begonnen, Coenraedt van Meerenburgh had net zijn jaarlijkse show in Middelburg achter de rug en hij zorgde al voor een mijlpaal! Als snelsonnettenpatissier presteerde hij het om op nieuwjaarsdag zijn 1000ste (sic!) sonnettette te schrijven voor www.gedichten.nl . Die ‘mille-paal' plaatsen wij vanzelf graag ook hier, op Het vrije vers. Coenraedt is een van de zeven dichters die op de voorpagina van gedichten.nl de opengevallen plaats innemen van Meesterdichter Driek van Wissen.

10jaarsnelsonnetten

In 2015 was er ook al iets te vieren: toen zag Coenraedts bundel 10 jaar snelsonnetten het licht, in het voorwoord bejubeld door niemand minder dan Frank van Pamelen: 'Maar bovenal proefde ik inspiratie. En vakmanschap. En liefde voor de dichtkunst.' Vanzelfsprekend blijft die bundel verkrijgbaar, het is een múst voor elke poëtisch ingestelde, maatschappelijk geëngageerde lezer. Coenraedts werken staan garant voor een hoog ‘oh ja!- gehalte’! We wensen hem nog vele mijlpalen van literaire fileerkunst toe! 
Bestel 10 jaar snelsonnetten hier !
 
goedevoornemens
Foto: Unsplash
 
Rookt u alweer? Of houdt u het nog dapper vol?
En, zeg eens, heeft u nou uw moeder al gebeld?
Steeds in gesprek? Dat is een argument dat telt...
Oh, hoe bevalt het leven zonder alcohol?
 
En 's morgens trimmen, heeft dat al wat uitgehaald?
Twee hondenbeten, maar u zet voorlopig door.
Ach ja, zo'n hond neemt zich vaak heel wat anders voor.
Nóg iets, die rekening, heeft u die nou betaald?
 
Enfin...Nog éénenvijftig weekjes wachten maar,
dan krijgen wij opnieuw de kans met Oudejaar.
 
 
Met dank aan Jan Boerstoel voor de toestemming om deze sonnettine hier te plaatsen.
Uit: Veel werk (Bert Bakker, 2000)
 
Cat
Bron: Wikimedia Commons
 
Hij vond zichzelf geheel en al uniek
en liet dat anderen voortdurend weten
zodat ze nooit hun rol zouden vergeten
van ademloos bewonderend publiek
 
Als rijkdom werd vergaard met zelfkritiek
had hij zijn tijd in armoede gesleten
maar dat hij deze kunst nooit heeft bezeten
is juist voor een dictator weer klassiek
 
De wereld zit vol onvoorspelbaarheden,
wordt soms opeens verraderlijk vals plat
wanneer hij te hooghartig wordt betreden
 
ontdekte de zojuist beschreven kat
toen er een oude bus kwam aangereden
die hem grof modelleerde tot een mat
 
 
glas
Foto H. te Paske
 
Hoe lopen in tweeduizendtwintig de hazen?
Wie zullen er dan naar het Malieveld gaan?
We wachten het af, maar we hebben voortaan
Wel liever gedraai dan gegooi in de glazen
 
 
 
WENS
Illustratie IB
 
ellende, narigheid en veel verdriet
alsook een huid vol open tropenzweren
de stank van rotte vis in al zijn kleren
dat wens ik elke volbloed hypocriet
 
maar jou, gewone lieve man of vrouw
een jaar gewenst vol liefde en vol trouw
 
debuut
Foto: Misty
 
Er liggen vuurwerkresten in de berm
Gelukkig zijn de laatste ledematen
Al links en rechts verwijderd uit de straten
En houdt de dag zich doof voor oud gekerm
 
Bij zijn debuut heeft deze nieuwjaarsmorgen
Zich voor de zekerheid in mist verborgen
 
definitief
Illustratie: Alize Meyles
 
Ik wou dat het nog vroeger was:
geen plastic spul maar sierlijk glas,
geen bonuskaart of klantenpas,
geen sushi: raap en rammenas!
Begrafenis, geen urn met as,
de tijd vóór infobesitas.
Ik wou dat het nog vroeger was.
 
Ik wou dat het al toekomst was:
geen onderscheid naar kleur en ras,
verlost van olie en van gas,
geen bodemloze oorlogskas,
genoeg docenten voor de klas,
geen tegeltuintjes meer, maar gras.
Ik wou dat het al toekomst was. 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 3

 

Dōgen (1200-1253)

 

 

Koan

 

'Een spiegel spiegelt alles wat hij ziet

Je raadt al waar de koan over gaat:

Een spiegel, spiegelt die zich in een spiegel?'

 

Kom op; je zoekt toch de verlichte staat?

Een antwoord graag; hou op met dat gepriegel

Dit is zazen, dus zit eens netjes stil

 

Het duurt wel lang - ik word een beetje kriegel

'Misschien?' Dat is niet wat ik horen wil

Ik merk het al, je weet het antwoord niet

 

Reik mij mijn stok, dan krijg je je pak slaag

Dan is het wel weer welletjes vandaag'

 

 

Dögen was de stichter van de Soto-zen, die geen plotselinge verlichting zocht, maar het geleidelijke pad via zazen (meditatieve zithoudingen) en koans (onoplosbare vragen om te leren dieper inzicht te krijgen: soms krijgt de leerling bij elk antwoord een afranseling, zelfs met stokken.

Beroemd is de koan 'Wat is het geluid van één klappende hand?

Een monnik vroeg aan Tung-Shan: 'Wat is de Boeddha?' waarop die antwoordde: 'Drie pond hennep.' Kijk; die jongen begreep het).

De koan ondergraaft de gewone manier van kijken en maakt zo de weg vrij voor het werkelijke bewustzijn volgens Rinzai-zen; maar volgens Dōgen wordt de werkelijkheid van wat dan ook bevestigd noch ontkend: het boeddhabewustzijn is niet het echte dat een andere als vals ontmaskert, maar het besef dat beide voorbijgaand zijn.

Dōgen combineerde innerlijke waakzaamheid met een constante aandacht voor wereldse zaken: hij verkondigde niet de leegte, maar de volheid.

Een leek kan de noodzaak van de meditatie niet ontkennen, een monnik kan de wereld niet ontkennen.