op kamers
Pixabay
 
Een schurftmeid uit het stadje Weert
die dermatologie studeert
vindt boekenwijsheid flauwekul
'ik haal met de praktijk mijn bul
en leg daarvoor', sprak zij gedreven
'me toe op het studentenleven!'
 
Haai
Pixabay
 
Een haai bezocht een vissenfeest
Waar werd geblowd door menig beest
‘Doe dat toch niet, die hasj en wiet’
Vermaande hij een mooie griet
‘Hoor hem nou’, sneerde een tonijn
‘Hij hoeft geen stuf om haai te zijn’
 
vrienden
 
Vertel me niet hoe goed de zaken staan
En praat niet over hoe de koersen lopen
Of welke auto je zou kunnen kopen
En waar je op vakantie denkt te gaan
 
Dan zal ik zwijgen van mijn nieuwe baan
En van het grote huis waarop we hopen
Ik doe geen verrereizenalbum open
En zal geen episch sportmoment verslaan
 
Vertel me liever eerlijk wat je voelt
En wat het leven in je los kan maken
Ik deel graag in je angst en in je moed
 
Dan zal ik zeggen wat dat met me doet
Ik zal me vrijuit door je laten raken
Want zo, mijn vriend, is vriendschap echt bedoeld
 
droom
Pixabay
 
De droom dat ik ooit faam verwerven zal
Vertaald word en bekroond en stukgelezen
Eenparig door kritiek en fans geprezen
Als ik alweer een prachtboek heb gemaakt
Is pure fantasie, geen boekenbal
Voor mij: ik ben door voorspoed aangeraakt
 
Mijn vrouw heeft nooit als minnares verzaakt
Ik heb geen ziekte die niet kan genezen
Word niet om kruk of rolstoel nagewezen
Zat nooit door drank of drugs aan lager wal
Heb vrienden, werk en geld, ben welbespraakt
En heb twee rechterhanden bovenal
 
Ach, was mijn leven triest, vol zielenpijn
Wat zou ik een gelukkig dichter zijn
 
Gans
Pixabay
 
Een bange gans uit Hollands Diep
verschool zich voor de vogelgriep.
Ze vroeg, behoorlijk overstuur,
asiel aan in een varkensschuur.
‘Tja,’ sprak een zeug, ‘ik vind het best
zolang je niet de varkenspest.’
 
Pauw
Pixabay
 
eerzuchtig sprak een pauw te Vorden:
'ik zou zo graag vereeuwigd worden
op sokkel in een oud chateau
of pronken in Madame Tussauds
maar naamloos eindig ik helaas
met slechts mijn veren in een vaas'
 
laan

De laan waarin we woonden
had geen eind en geen begin,
en alles wat bestond lag daar
voor altijd tussenin.
 
We kenden elke tegel, alle bomen,
begroeven schatten in de grond.
In eenendertig stappen bij elkaar,
ons zakmes sloot een bloedverbond.
 
Kunnen we nog eens teruggaan,
al is het voor één dag?
Buiten spelen, of met de racebaan,
dat groot zijn eventjes vergeten.
 
En dan blijven voor het eten,
als het van je moeder mag.
 
Reprise in het kader van de week van de poëzie, thema vriendschap.
Hier staat een ingesproken versie:

 

fitness
Wikimediacommons
 
Ik doe aan fitness, drie, vier keer per week
En ik begin al flink gespierd te raken
Toch heb ik nog een harde noot te kraken
Zag ik, toen ik laatst in de spiegel keek
 
Mijn spiermassa zit heel geconcentreerd
Zo rond mijn navel, wat doe ik verkeerd?
 
dinosaurus
Wikimediacommons
 
Een papa saurus en zijn kind
Zien hoe het einde net begint
“Kijk daar eens zoon, een meteoor
En zo te zien een flinke, hoor
Doe snel een wens want dit is raak”
~ “Ik wens dat wij nog heel erg vaak”
 

Geboortebewijs

De Russen kwamen en mijn ouders vluchtten,
net als zovelen, van het oorlogsfront,
een baby bij zich in konijnenbont.
Er lag al sneeuw onder de grauwe luchten.
 
Ze sliepen in ruïnes van gehuchten
of zomaar buiten op bevroren grond.
Hun luxe leven in Berlijn was uitgemond
in armoede, gevaar; de wrange vruchten.
 
Ze kwamen heelhuids aan in Nederland en
verheugd tot tranen toe in patria.
In een kasteel was opvang voor migranten.
 
Nieuw leven werd verwekt in ‘t vreugdefeest.
Het kind kreeg dus de naam Patricia,
als jongen zou ik Patrick zijn geweest.
 
Op 25 januari 1946 werd Patty Scholten(-Klein) geboren. 
Dit is het eerste sonnet uit haar autobiografie 'De ziel is een pannenkoek' (Atlas, 2011). 
Patty overleed op 15 maart 2019.
Bovenstaand geboortebewijs komt van haar website.  
 
 
kniptor
Wikimediacommons
 
Een kniptor klaagde pas te Faan:
'Men ziet me vaak voor rundvee aan,
een licht verknipt en jeugdig soort.
Ik snap wel waar de trein ontspoort,
want wie mijn naam gespiegeld leest,
ziet tot zijn schrik een rottig beest.'
 
pantoffeldiertje
 
Wikimediacommons
 
een duizendpoot uit Rilland-Bath
won alle marathons totdat
een diertje om pantoffels vroeg
en hem hiermee al rap versloeg
de duizendpoot beschreef getroffen:
‘hij zegevierde op zijn sloffen’
 
moes
 
U neemt wat reinetten en wast ze heel goed
Vervolgens verdeelt u de appels in stukken
Terwijl u ze ook van de pitten ontdoet
 
Dit kookt u vervolgens, het zal u verrukken,
In water met suiker en ook wat kaneel
Het is niet zo moeilijk, zal zelden mislukken
 
Zo vers uit de pan is het zinnengestreel
Blijft goed in de koelkast, een dagje of drie
Een pret voor uw tong en een feest voor uw keel
 
Die supermarktpotjes: een valse kopie
Tot zover dit stukje compotetheorie
 
genderneutraalscholvers
Prent: Cormorant - Ohara Koson ca. 1910
 
Kijk eens! Een mannetje!
Nee, da’s een vrouwtje hoor!
Echt niet, een mannetje!
Welles! Fuck you!
 
(Determinatie van
Genderneutraalscholvers
Leidt onder vogelaars
Vaak tot gedoe)
 
après ski
PXHere
 
Na ’t skiën was het altijd raak:
een avondje cafévermaak.
Chaufferen zag men als mijn taak,
ik was de Bob, ik was de sjaak.
 
Hetgeen me mateloos verdroot,
ik voelde me de groepsmalloot
en wou een frisdranklotgenoot.
 
Eendrachtig losten we dit op:
we hebben nu een tweemansbob.
 
zelfmoordenaar
Illustratie van J.F. Doeve uit 'Snikken en Grimmlachjes 1965' 
 
In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zoo dof!
En zijn goed zat zoo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.
 
‘Ha!’ dus riep hij verwoed,
'k Heb een addergebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!’
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte in een plas;
't Spattend slik had zijn boordjes bemorst schier.
 
En meteen zocht zijn blik
Naar een eiketak, dik
Genoeg om zijn lichaam te torsen.
Daarna haalde hij een strop
Uit zijn zak, hing zich op,
En toen kon hij zich niet meer bemorsen.
 
Het werd stil in het woud
En wel tienmaal zoo koud,
Want de wintertijd kwam. En intusschen
Hing maar steeds aan zijn tak,
Op zijn doode gemak,
Die mijnheer, tot verbazing der musschen.
 
En de winter vlood heen,
Want de lente verscheen,
Om opnieuw voor den zomer te wijken.
Toen dan zwierf - 't was erg warm -
Er een paar arm in arm
Door het woud. Maar wat stond dát te kijken!
 
Want, terwijl het, zoo zacht
Koozend, voortliep en dacht:
Hier onder deez' eik is 't goed vrijen,
Kwam een laars van den man,
Die daar boven hing, van
Zijn reeds lang verteerd linkerbeen glijen.
 
‘Al mijn leven! van waar
Komt die laars?’ riep het paar,
En werktuigelijk keek het naar boven.
En daar zag het met schrik
Dien mijnheer, eens zoo dik
En nu tot een geraamte afgekloven.
 
Op zijn grijnzenden kop
Stond zijn hoed nog rechtop,
Maar de rand was er af. Al zijn linnen
Was gerafeld en grauw.
Door een gat in zijn mouw
Blikten mieren en wurmen en spinnen.
 
Zijn horloge stond stil,
En één glas van zijn bril
Was kapot en het ander beslagen.
Op den rand van een zak
Van zijn vest zat een slak,
Een erg slijmerige slak, stil te knagen.
 
In een wip was de lust
Om te vrijen gebluscht
Bij het paar. Zelfs geen woord dorst het spreken.
't Zag van schrik zóó spierwit
Als een laken, wen dit
Reeds een dag op het gras ligt te bleeken.
 
Ter nagedachtenis aan Piet Paaltjens (François Haverschmidt) 14-02-1835 - 19-01-1894
Uit: Snikken en Grimlachjes (1867) 

frankenbas

 
Gedichten om te lachen? Jazeker!
Woensdag 8 februari, 's avonds 20 uur: light verse in Ons Koningsoord Berkel-Enschot. 
Bas Jongenelen en Frank van Pamelen gaan avondvullend, voor maar één tientje!
 
Weekendje weg
Pixabay
 
December was heel druk geweest, ik zei tegen mijn vriend:
“We gaan er even tussenuit dat hebben we verdiend.
Ik zag een trip naar Griepenland die is goedkoop te boeken”
“Laat maar” zei hij “ik heb al iets, je hoeft niet meer te zoeken.”
 
Een exclusieve reis Corona slechts voor twee personen:
We voelen ons als vroeger toen we gingen samenwonen.
We hebben hopen proviand, de koelkast zit nog vol,
we kijken samen naar ‘wie is de paracetamol’
 
We hoesten, hebben hoofdpijn en we schrapen onze keel;
die voelt nogal vervelend aan, we zeggen dus niet veel.
We scrollen voor de zomer naar een ander tropisch oord.
Kijk: Scabiës! Daarover hebben wij laatst iets gehoord!
 
Dat is een mooie plek vooral geschikt voor met de bus.
Daar gaan we duurzaam heen met de familie. Boeken dus!
 
ontbijt
Pixabay
 
There lives an old man in Almere
whose breakfast contains only dairy
The vegans all cried:
“Take haverontbite”
The man just replies: “Get the klere”
 
ziekeoudetrui
 
Vrijdag de dertiende lukte net niet, maar Blue Monday is ook een uitstekende aanleiding om een bundel gedichten uit te brengen over ziekte, tegenslag, doorbijten, en ander blue gedoe. Wat kun je verwachten in Jaaps nieuwe bundel “Een zieke is een oude trui” met als ondertitel “Plezierige en minder plezierige gedichten over zieke zaken”? Zo'n 130 pagina's light verse. Veel sonnetten, twee sonnettenkransen en een sonnettenkruis. Geestige en grimmige verzen. En 's werelds eerste sonnettettekransenkrans. Er zijn er die voor minder een Nobelprijs hebben gekregen. Maar ook kwatrijnen, ballades en noem maar op. 
 
Als voorproefje alvast een sonnettine:
 
Rust
 
Dit tijdsbestek is vol van druk en stress
Ik loop me onophoudend te vermannen
En vind welhaast geen tijd om te ontspannen
Alert ben ik, voortdurend bij de les
 
Maar hulde aan de hordes farmaceuten
Hun middeltjes, die krijgen mij wel stil
In poedervorm, als drankje of als pil
En als het moet, als vloeistof om te spuiten
 
En binnenkort in zetpilvorm, zodat
Ik hopelijk wat rust krijg in mijn gat
 
Er staan bijgewerkte versies in van gedichten die eerder op Het Vrije Vers zijn verschenen, maar vooral ook heel veel nieuwe gedichten.
Je plaatselijke boekhandel mag natuurlijk ook. 
Een inkijkexemplaar staat HIER
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Willem Wilmink Dichtwedstrijd



Gisteravond werd in de bibliotheek Almelo de uitslag bekend gemaakt van de 19e Willem Wilmink Dichtwedstrijd.
Dit keer was de opdrachtregel bedacht door Ingmar Heytze en de genomineerden wachtten in de gebruikelijke spanning af wat de jury had besloten.
Een jury die gerust deskundig genoemd mag worden, want al bestonden de meeste inzendingen uit vrije verzen, bij de genomineerden overheerste het netjes rjmende en gebonden vers.
Het is dan ook geen wonder dat daartussen Ko de Laat zat,  die van een van de juryleden een 9 kreeg en of dat genoeg was om als eerste te eindigen kunnen jullie zelf opmaken uit zijn persoonljk verslag van deze avond op zijn weblog, dat wij met zijn toestemming overnemen:

"Zoals beloofd zou ik jullie natuurlijk nog laten weten hoe het gisteren gegaan is bij de Willem Wilmink Dichtwedstrijd in de bibliotheek van Almelo.
Maar laat ik, voorafgaand aan de onthulling, eerst maar eens het gedicht waar het om ging aan jullie tonen.
In het gedicht moest dus de regel ‘Alles is meteen zoveel’ worden verwerkt, een regel bedacht door gastdichter en jurylid Ingmar Heytze.
Dit was wat ik met die regel kon:

Onverteerbaar leesvoer

Ik wist niet wat er zat in wat ik at
Toen internet nog niet zo’n draagvlak had
In heel wat voedsel schuilt het onvoorziene
En sinds ik vaak online ben, weet ik dat

Een veelgedeeld essay rond margarine
Verhaalde mij van lipo proteïne
Alsook dat margarine stof bevat
Die eveneens voor plastic blijkt te dienen

De wetenschap is op het web ontketend
Het wordt mij link na link gepresenteerd
Ach, liep ik nog maar wat aanvaardbaar achter

Want alles is meteen zoveel verdachter
Voor wie te grondig is geïnformeerd
Ik word vanzelf ooit dodelijk alwetend

Dat was dus het gedicht.
Nu was het nog afwachten hoe het bij de jury was gevallen, want dat weet je natuurlijk nooit.
En men roept de winnaars dus af van 10 tot 1. Dat brengt een ondraaglijke spanning met zich mee en elke keer dat je er nog niet bij zit is een opluchting.
Ik was vorig jaar vijfde en toen ik bij nummer zes nog niet genoemd was, wist ik dat ik mijn prestatie minimaal zou evenaren.
Toen ik ook nog niet op vijf stond, wist ik dus dat ik mijn prestatie ging verbeteren.
Toen ik ook nog niet op vier stond, wist ik vanzelfsprekend dat het minimaal brons ging worden.
Toen ik ook nog niet op drie stond werd het tijd om mezelf aan te praten dat het maar een spelletje was.
En het werd uiteindelijk…zilver.

Ik ben mooi tweede geworden. Daar kan ik mee thuiskomen.
Eerste was Annet Schaap uit Deventer.
Maar tweede in een sterk deelnemersveld voelt zeker als een overwinning. En volgend jaar proberen we het, ijs en weder dienende, gewoon weer. Voor nu tel ik mijn zegeningen en ga ik weer vrolijk aan de arbeid."

Hoe het andere Vrijeversmedewerkers is vergaan weten we nog niet, die slapen hun roes nog uit, maar een wekgemeend "OK KO!" is hier wel op zijn plaats