de ochtenddauw, de dag lag voor me open het bos, de hei, ik leek het haast ontwend
een wandeltocht, reflecties op het leven
een kever op zijn rug, ik stopte even zijn kleine pootjes trapten ongekend ik liet hem in een ommedraai weer lopen
ik dacht de hele avond aan die stakker die mogelijk al dagen op zijn rug lag en nu door mij wellicht een zwaar bestaan had de man die in dat lijden niet zo vlug zag dat deze kever vast om vredig gaan bad leek hem te horen kermen of hij terug mag ik vroeg me af of ik het goed gedaan had en lag die nacht nog vele uren wakker
Met ouders in de pillenindustrie mocht kleine Willem-Jan daar wel bij varen. Reeds in de wieg begon het cryptosparen, het kereltje ligt nu al in box 3.
Een Zaanse zeug van lichte zeden Vertikte het zich kuis te kleden Geen nette jurk of lange rok Dat kon je zien als zij vertrok En naar haar werk in Amsterdam ging Gekleed in slechts een sexy hamstring
In Baarle-Nassau kon een das zich niet gedragen in de klas. Hij schoot er propjes in het rond en had ook vaak een grote mond. Dan gaf de juf hem op zijn kop; hij zocht daar steeds de grenzen op.
Mijn vader is autistisch, mijn moeder bipolair, mijn zus is borderliner en mijn broer is combinair. Zelf ben ik alfabeet, ik heb ABCB. Heb dan wel last van rijmdwang, maar verder val ik mee.
Oranje-fans, ik zag de bui al hangen en inderdaad, veel vakken waren leeg ze tuurden door de Kaufland vol verlangen ik kwam maar niet vooruit, de local zweeg
er klonken om de hoek zowaar gezangen ze brulden met Rob Kemps mee, wéér dat lied het ging van links naar rechts door alle gangen en wie er ook maar stond, het deerde niet
ik hinkte en was danig in de war omvergebeukt, de schrammen op mijn wangen al uren hier met vrijwel lege kar het kassameisje lachte onbevangen
haar vraag die mijn gemoed nog meer bezwaarde: of ik oranje-badjas-zegels spaarde
Een halfaap die ontsnapt was in de hoofdstad Genoot maar even van zijn vrijheidsdroom Ze plukten hem al snel weer uit een boom Nadat een lullig pijltje hem verdoofd had
Toch klinkt er daar rond Artis nog gevloek Ze zijn nog naar zijn tweede helft op zoek
Een plastic opblaaskroon op koningsnacht, met wegwerphandjes zwaaien met z’n allen en dan je handel op de vrijmarkt stallen, oranje is voor wie niet veel verwacht
Dat had hij dus zijn leven lang gedacht tot hij het van het schildersdoek zag knallen en door volmaakte lichtheid overvallen op andere gedachten werd gebracht
Wat mij betreft mocht hij zich best bekeren al schrok ik toen ik hem hoorde beweren dat het door pure kunstzin was gebeurd
niet echt conform de waarheid volgens mij omdat zijn visie op het schilderij veeleer door het model was ingekleurd
We worden met adviezen overladen: Zorg steeds voor schaduw. Zet de airco aan. Laat ’s nachts de ventilatie open staan. Ook luifels zijn ten zeerste aan te raden.
En zo herhaalt dit mediagebeuren wat ik juist moet vermijden: open deuren.
J. van Eijk / Spaarnestad Photo op Nationaal Archief, Public Domain
Ze hield mijn hand een poosje stevig beet En zei: ‘Wat blijft het fijn, de Costa Brava’ De koeltas was gevuld met ijs en cava Het waaide, dus het voelde lang niet heet
We lagen naast elkaar, al ruim een uur Genietend van het onbezorgde leven Maar toen ik die fles cava wilde geven Belandde vol mijn torso op haar stuur
We moesten lichtgewond de berm uit kruipen Slecht plan om op een huurligfiets te zuipen
Het joch van vijf riep kut, het klonk spontaan Zijn moeder toch greep deze zonde aan Voor ouderlijk vermaan en wijs betoog Dat er qua toon en inhoud niet om loog
Het woord bleek schuttingtaal, obsceen en slecht Van wie het zomaar roept komt niks terecht Ik eis respect sprak zij, en tot besluit, Dat leg ik als je groot bent nog wel uit
Mijn vader die in alles dwingend was Aanvaardde slechts beschaafde taal van mij Zodat ik nooit met hem ohaën kon
Hij was allergisch voor het woordje gras Dat was vulgair, het goed fatsoen voorbij Onnodig kwetsend ook voor zijn gazon