Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Mijn naam luidt in ’t Latijn
Lepisma saccharinum;
totaal misplaatst zou zijn
het adjectief ‘chagrinum’.

Want ik lust ieder boek,
ben dol op elke schrijver
en voel me als een snoek
in een forellenvijver.

Ik nuttig als ontbijt
bij voorkeur werk van Tachtig.
En lunch ik, dan is Feith
noch Cats me ooit te machtig.

Maar laatst had ik een deel,
een encycliek uit Rome,
dat was zelfs mij te veel
en niet om door te komen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Tussen onze oren

Als het dik en zwaar dan liever dun
en als we bruin dan moet het blond
of kraaiend rood of neo-gotisch zwart,
nee coupe soleil met tevens coupe sommeil.
Indien te steil dan watergolf, een papilottenkrul
voor even of een permanente wave
of nee pardoes een keer een afro-kroes?

Wanneer het kort dan juist weer lang
met scheiding hier of daar of overal
dus nergens goed te zien,
daarbij een knot, chignon, rouleau of wrong,
wellicht eens dreads, wat bonte locks,
een echte vlecht, twee pippi-staartjes,
rechte pony met een paardenstaart
of juist heel sexy al die wilde haren los?

Is het drie maanden lang
dan moet het mes de schaar erin:
en brosse of weer een bob,
een kale knikker of zo’n oude pagekop
met ossenstaart nu in de nek,
geraffineerde piek stram op de wang,
een vetkuif met gul glittergel en sprieten groen,
oranje,  paars, ook eens de hanekam?

Want altijd en eeuwig moet het anders.
Daar, ja enkel daar krijg je nu grijze haren van!

Koop koop koop