Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

x004a Bert van Helder 198x300

 

Op de site van het vernieuwde Meander magazine staat een recensie van de bundel Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten van Bert van den Helder. Inge Boulonois schreef de recensie, de link staat onderaan dit bericht.
 
Nu was het plan om hier de bundel ook inhoudelijk te bespreken, maar omdat Inge dat al voortreffelijk heeft gedaan volstaan wij met wat voetnoten en zullen we rijkelijk citeren uit een bundel die dat verdient. Daar beginnen we hieronder mee, en de komende tijd zullen we zeker nog eens plukken uit deze bundel.
 
Wat meteen opvalt is de fraaie cover met de formule die door de titel daarna dunnetjes wordt onderstreept. Mooi mat wit trouwens, wij houden ervan, en stevig karton, niet van dat flubberige spul. Dat de formule bij strikte ontleding 52 jaar zou opleveren mag de pret niet drukken. Maar valt u ons gerust aan op dit punt.
 
Een bundel met een grote diversiteit aan inhoud. Gedichten die strak in de vorm zitten - zoals ook de indeling in vier afdelingen, semi-vrije verzen, ritmisch sterke gedichten en kort werk dat vooral op de punchline is gericht. Dat laatste is niet altijd het meest geslaagd, in de gedichten die de lichte toets combineren met een serieuzere toon is Van den Helder op zijn sterkst en vindt hij ook een eigen geluid.
 
Als voorbeeld van bovengenoemde ritmiek, uit 'Ganzen' met een ik die op de dijk fietst met de wind in de rug: 'het pad is lang, het pad is recht/een grote groep met grauwe ganzen/komt van achter aangevlogen/richting wordt iets afgebogen/komen in mijn baan terecht'. Niet alleen wint deze taal aan kracht door weglating, ook de subtiele verschuiving van 'komt' naar 'komen' en van de groep als eenheid naar de zich om de fietser verspreidende ganzen is beeldend. Zo ook de onvermijdelijke afloop verderop: 'daar ik zelf nooit vliegen zal/geniet ik dubbel van mijn val'. Plezierig pessi-optimisme.
 
 
Mijn tante
 
Mijn tante was zo ijdel als een pauw
haar haren wit, haar blouseje strak gestreken
wat ik moet doen nu zij reeds is bezweken?
Ze houdt niet van die donkerzware rouw.
 
Dus zonder schuldgevoel hijs ik haar gauw
in haar antieke hagelwitte trouw-
jurk. O, wat wordt ze veel bekeken
als bovenaardse engel vergeleken.
 
En na een jaar of tien dan wil die vrouw
- al komt het niet zo aan op een paar weken -
dat ik dan haar skelet opgraven zou
en dat ik al haar botten mooi zal bleken.
 
 
Bert van den Helder

Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten
Stichting Korreltje Zeezout, 2018
Bundel bestellen en verdere info: www.lichteverzen.nl

Recensie op Meander Magazine:

https://meandermagazine.nl/2018/12/bert-van-den-helder-een-jaar-is-vier-kwartaal-in-tweeenvijftig-lichte-gedichten/

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Bouts van Boekelo

Storm

De oude scheepskaptein die jarig was
Besloot dat heugelijk feit in stijl te vieren
Hij schonk aan boord een meer dan stevig glas
Tot grote vreugde van zijn officieren

De rest van de bemanning van zijn schuit
Werd bij het schenken zeker niet vergeten
Dus dronk de crew nog menig glaasje uit
De drankvoorraad was daartoe ruim bemeten

Toen plotseling een woeste storm opstak
Een windsnelheid van hondervijftig knopen
Geen mens die zich het hoofd daarover brak
Want iedereen aan boord was straal bezopen

De zwaarste storm sinds jaren juist die dag
Maar goed dat ’t schip nog in de haven lag
*

Klap (Bout rimé)

’t Was onze ouwe heer die dronken was
We stonden in zijn kamer met ons vieren
Hij loenste door een vettig brillenglas
En sprak als waren wij zijn officieren

“k Heb jullie aangemonsterd op een schuit
Zo oud, dat ik haar naam zelfs ben vergeten
Dus varen jullie straks het zeegat uit
En raak maar zoek, de zee is ruim bemeten”

Mijn oudste broer, die toen een vuist opstak
Die vloekte luid met van die grote knopen
En met één klap de ploert zijn schedel brak
Zoals die ouwe neerging, ‘t was bezopen

We hebben hem in bed gelegd die dag
Waar hij nog wekenlang te stinken lag
*

Wasbaas ( Bout rimé )

Met afschuw keek hij naar die stapel was
Hij kon de teugel nooit eens laten vieren
Er draaide achter ’t wasmachineglas
De hemden van zijn baas en officieren

Het washok in de diepte van de schuit
Dat hok zou hij de liefste maar vergeten
Hij trapte liefst die tussenwand er uit
De wasserij was akelig krap bemeten

Terwijl hij nog maar weer een peuk opstak
Zag hij een jas, die miste een paar knopen
Hij keek eens goed of er nog meer ontbrak
Die lui gingen tekeer, dat was bezopen

Hij zuchtte luid, maar morgen weer een dag
Hij sliep al voor hij in zijn hangmat lag

De onderste twee gedichten zijn bouts-rimés naar aanleiding van Bas Boekelo's eerste gedicht op het forum. Hij zette daarmee een nieuwe trend op het forum, namelijk die van de BR's. Binnenkort meer voorbeelden van het forum en lbekijk de informatie die Jaap van den Born, de BR-deskundige van Nederland over dit bijzondere principe heeft verzameld. Kijk nu al voor fraaie voorbeelden op het forum.

Koop koop koop