Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent


Mohammed, 13e-eeuws Perzisch manuscript

Kent u Mohammed nog?
Wat een portret was dat!
Waar hij verscheen
Was het lachen voor tien

Maar door de huidige
Iconoclastenangst
Laat hij al tijden
Zijn kop niet meer zien


Vorig jaar werden er maar twee Mohammed-cartoons gepubliceerd in ons land en dit jaar nog niet één. Het wordt weer eens tijd. Laten we wel wezen: ze maakten er zelf óók een karikatuur van.



Dame als lustobject
'Thierry Baudet'-stelling:
Vrouwen zijn dingen 
en willen verkracht.

Maar bij gebrekkige
meewerkendvoorwerpszin
werd het voor hem 
toch weer handwerk vannacht


(Baudet: "De realiteit is dat vrouwen niet alleen maar met omzichtig “respect” behandeld willen worden door hun sexpartner; dat ze helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.")



Harde Theresa toch!
Dwaallicht in Downing Street
May (op zijn Engels)
Has something to learn

Straks luidt het pijnlijke
Electoraatsoordeel:
Wij willen dolgraag
Een zachte Breturn!



de meeste clowns, zo heeft men mij verteld
zijn thuis vaak dagenlang bepaald niet lief
of - erger nog - behoorlijk depressief
en zonder schmink op lachen niet gesteld

tragediespelers van het zware werk
zijn toch normaal wat luchtiger van aard
al zijn ze bij gehoon gauw van de kaart
ze komen minder jong onder een zerk

gezond is laten lachen dus niet echt
het kan zelfs zijn dat men het loodje legt
als men de lieden steeds maar gieren laat

bezorg de mensen dus maar liever tranen
gun iedereen zijn hevig droeve wanen
en zorg dat jij voorlopig nog niet gaat



ik spot vanuit de hoeken van mijn ogen
een achtpoot die een wankel avontuur
begaat op onze wit gesausde muur
ik heb er vroeger heel wat opgezogen

mijn dochters vinden dat onzinnig wreed
‘waarom ben jij nou altijd zo pietluttig
tenslotte zijn die diertjes heel erg nuttig
ze voelen píjn’ zoals ik immers weet

ik onderwerp mij maar en houd me groot
en ga met glas en viltje in de weer
om met degout het griezeltje te vangen

maar buiten, bám!, trap ik ‘m leukweg dood
…welnee…ik wierp hem in de conifeer
en zat mijn nageslacht maar wat te stangen


Het glas-viltje-bámgrapje heb ik geleend van Freek de Jonge



Nasleep der zondeval
Jezus is zoenoffer
Hemel gaat open de
Lucht is weer klaar

Christenvolk eert hem nu
Allererkentelijkst
Met een bezoek aan
De woonboulevard



Al liggend in zijn bed vraagt moeders kind
Naar vogels, bloemen, bijen. Ouder
Zijnd en beter wetend hoe de wereld
In elkaar steekt vangt zij aan te liegen
Over mannen, vrouwen, kinderen, liefde.
En bovenhoofds vliegt slaap en dood.

De moeder praat van samen, en de dood
Waakt met de wind en sluier over ’t kind
Dat, wijd opkijkend, nadenkt over liefde
En hoopt dat het ooit ouder
Worden zal—niet meer te hoeven liegen
Over monsters, koektrommels. Zijn wereld.

De nacht valt vlak over de stadse wereld
Buiten de zolder. Zon stierf weer een dood
En laat zijn zuster binnen voor hem liegen—
Een straal verlicht het ledikant en kind
De vrouw ernaast spreekt als bezorgde ouder
Over de zin, het wezen van de liefde.

Maar knijpt een hand, weet ‘dit is liefde’,
Dat zonder god mijn kleine wereld
Doordraait; óók zelfs zonder ouder.
Ze praat, verzint en bant de dood
Weg uit haar leven en haar kind,
Want anders wordt ze gek—het liegen

Tussen moeder en zoon is geen liegen.
De natte kruimels, beddegoed en liefde:
Daarmee wordt de sterkste man weer kind.
De vrouw is veertig. In de wijde wereld
Is voldoende smeerboel tegen dood
En zonder spiegels word je amper ouder.

Het kind zakt weg. Nog vijf minuten ouder
Kijkt zij dan naar haar kind. Geen liegen
Sterker dan de nacht, de duisternis, de dood.
Misschien, denkt zij, ben ik waarin de liefde
Uitblinken kan—is dat het licht der wereld
Het moet—niets mooier dan mijn kind.

Geen mens wordt ouder van de liefde.
Het liegen maakte lelijk als de wereld.
Schoon is de dood, onschuldig was het kind



Bella Bellisima!
Dolce erotica!
Henk had vakantie
En scoorde een date

Onder een wifi-loos
Zevendehemelzwerk
Zocht hij wanhopig
Naar Google Translate

 

De nauwe samenwerking liep uitstekend
Jij sprong voor ons doorlopend in de bres
De struisvogeltactiek had lang succes
Wat heb je veel voor ons bedrijf betekend!

We zeggen je van harte dank, Henk Kamp
Door jou werd het voor óns, de NAM, geen ramp!



'Men vond pas,' sprak een vlo te Tiel,
'dankzij mijn DNA-profiel,
een gen dat continu mijn bloed
met explosieve springstof voedt;
dus mijn acrobatiekvermogen
komt door dit specifieke vlogen.’



I
Ze gingen naar zee in een zeef, jawel,
in een zeef al naar de zee.
Hun vrienden vonden ’t ondoordacht
maar bij winters weer en bij windkracht acht
gingen zij in een zeef naar zee!
En toen de zeef aan ’t tollen sloeg
en iedereen riep: ‘Nu is ’t genoeg!’    
riepen zij: ‘Goed, groot is hij niet,
maar dat maakt ons geen sikkepit uit, geen biet!
In een zeef gaan wij naar zee!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
II
Ze zeilden weg in een zeef, jawel,
in een zeef, heel enthousiast.
Door stormvlagen voortgejaagd, mijl na mijl,
met enkel een grasgroene sjaal als zeil
en een pijp bij wijze van mast.
En iedereen zei, die hen zag gaan:
‘O hemeltjelief, ze gaan eraan!
Want de reis is lang en pikzwart is het zwerk,
zo’n zeefvaart is echt onbegonnen werk,
o hou je hart toch vast!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
III
Het water liep gauw erin, jawel,
het water liep gauw erin.
Dus ze vouwden roze vloeipapier
om hun voeten, keurig en zonder kier,
en dat speldden ze vast aan hun kin.
En ze sliepen ’s nachts in een pot van steen,
‘Wat slim hè?’ zeiden ze een voor een.
‘Hoe lang ook de reis en hoe zwart het zwerk,
dat de zeefvaart slecht afloopt dat lijkt ons sterk:
we zwalken hier naar ons zin!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
IV
Ze zeilden voort, de hele nacht,
en toen de zon verdween
toen floten en kweelden ze manezang
en hun gongslagen echoden eindeloos lang 
langs de bruinige bergen heen.
‘O paukepam! Welk aangenaam lot
dat we dankzij die zeef en die stenen pot
hier heel de nacht in de maneschijn
met grasgroen zeil zo aan ’t zeilen zijn,
langs de bruinige bergen heen!’   
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
V
Ze bezeilden de Westerzee, jawel,
naar een land van dicht donker woud.
En ze kochten een kar en een papegaai
en een pondje rijst en een bosbessenvlaai
en een bijenkorf, gonzend goud.
En ze kochten wat groene kauwen, een zwijn
en een aap met vingers van marsepein,
en veertig flessen met Jo-de-Lo
en Edammer, extra oud.
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
VI
En ze keerden weer, na twintig jaar,
na heel die lange tocht.
En iedereen zei: ‘Wat onverwacht!
Ze zijn terug van de Moordkaap, de Gordel van Smacht
en de Jammerdebammerbocht!’
En ze riepen proost en richtten spontaan
een feestbanket van gistknoedels aan.
En iedereen zei: ‘Als ik lang genoeg leef
dan ga ik ook naar zee in een zeef,
naar de Jammerdebammerbocht!’
     Wie weet waar, wie weet waar
     toch het volk van de Warbels leeft?
     Hun handen zijn blauw, groen is hun haar
     en ze gingen naar zee in een zeef.
 
 
The Jumblies, Edward Lear (1812-1888)
 
 



Wordt zijn bestaan bedreigd?
Nou, ‘t zal me worst wezen
Beesten die uitsterven
Zijn meestal dom

Kijk naar zo’n typische
Groningerblaarkopkop
Lijkt op een panda:
Die vráágt er toch om?

 

Het voortbestaan van de laatste Groninger blaarkoppen wordt bedereigd doordat de overheid subsidie geeft aan boeren die willen stoppen om de mestvervuiling tegen te gaan.



Weg met de spruitjeslucht!
Ik kies lavendelgeur
Hou op mijn werkplek
De vleugel paraat

En start mijn speech in een
Gymnasiastentaal
Dat u maar weet:
Ik ben niet van de straat

Thierry Baudet van het Forum voor Democratie start zijn Kamerloopbaan met werken aan zijn imago....



't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp



Zijn geest bevindt zich steeds in een spagaat:
beleefd, begaan met al zijn medemensen,
maar voor zichzelf heeft hij totaal geen wensen,
dag in dag uit heeft hij het zwaar te kwaad.

Naar buiten vrolijk, binnen dor en droog,
altijd sociaal in weerwil van depressies
en einde-, waarde-, nutteloze sessies
bij ieder jaar een nieuwe psycholoog.

Maar dan neemt hij een weldoordacht besluit:
ik stop, heb maling aan de hele kluit
omdat het leven tóch niet iets voor mij is.

Het spoor. Het nodigende treingeluid,
hij nadert tot de rails…, stapt ferm vooruit…,
maar wacht wéér keurig tot de trein voorbij is.



hoe eenzaam kun je zijn, omringd door mensen
als man een waardeloze entiteit
of, erger nog wellicht, in tweezaamheid
miskend en onbemind in al je wensen

een schuilplaats heb je niet in tweeverband
je wordt misschien verstolen diep gehaat
maar vrouwlief hangt een mantel om haar kwaad
die van een liefde, hard als diamant

ze stapelt kolen brandend op je hoofd
al weet je toch: mijn spijt wordt niet geloofd
en ongemerkt verkilt bij jou het hart

je duwt haar strelen weg, zo langzaamaan
en slaat geen acht meer op die ene traan
gelooft geen woord van haar oprechte smart



De nieuwe president heeft aangekondigd
dat er een bollenban wordt ingesteld
omdat “America comes first” nog altijd geldt.
Een boete dreigt voor wie ertegen zondigt.

Raak niet van streek door al dat proclameren.
De rechter zal ook deze gril wel keren.


President Trump kondigde vandaag op een persconferentie aan dat er een importverbod komt op buitenlandse bloembollen om de Amerikaanse kwekers te beschermen. Hij refereerde met name aan Nederland, dat de grootste exporteur is.



1

per saldo heeft mijn leventje geen doel
relaxed, die nutteloosheid te aanvaarden
om samen met wat andere bejaarden
plezier te hebben in een potje pool

persoonlijk vind ik strebers niet zo cool
en zakelijke types zonder waarden
negeer ze, de fanaten met hun zwaarden
ik sneuvel in dat hectische gewoel

nochtans voel ik mij ledig dezer dagen
een kind of partner heb ik nooit gehad
een buitenstaander kan dat vast verklaren

neerslachtig moet ik eenzaamheid verdragen
loop enigszins zwaarmoedig door de stad
ambities heb ik langzaam laten varen

2

ambities heb ik langzaam laten varen
voorheen was ik leergierig als pupil
ooit brandde in mijn lijf een sterke wil
nadien moest ik dan zitten op de blaren

de ratrace kent de nodige bezwaren:
een twistgesprek of zakelijk geschil
naargeestige verwijten, hard en kil
verliezers met afgunstige gebaren

op zich ben ik gelukkiger dan eerder
leer vaker te genieten van de rust
helaas komt met de leeftijd ook het maren

ontmoedigd, tevens ongeconcentreerder
ontredderd soms, en doorgaans zonder lust
prestaties worden minder met de jaren

3

prestaties worden minder met de jaren
onthouden kan ik weinig anno nu
toch had ik ooit een redelijk IQ
laatdunkend keek ik neer op halvegaren

opmerkelijk, teloorgang te ervaren
opeens ontbeert je lichaam een surplus
de scherpte en gevatheid vallen, cru,
geleidelijk ten prooi aan bijl en scharen

ook medisch ben ik hopeloos geschaad:
mijn eetpatroon veroorzaakt flatulentie
en veelal zijn mijn darmen net Kabul

tenslotte nog die grotere prostaat
urinebuisontsteking, impotentie;
ik noem het maar een onderbuikgevoel

4

ik noem het maar een onderbuikgevoel
na later bleek, zo zeiden de doktoren,
veroorzaakt door kwaadaardige tumoren
amok door malle genen in mijn poel

luchthartig deed mijn arts, een kille troel
ze meldde de prognose unverfroren
ik wilde alle opties niet meer horen
neem coûte que coûte de chemo, zei ze koel

de kansen op genezing zijn nihil
en menigmaal bedenk ik fatalistisch:
laat razen maar, dat kankergekrioel

en ook al ben ik verre van stabiel
toch ben ik grosso modo realistisch
er ploegen diepe groeven door mijn smoel

5

er ploegen diepe groeven door mijn smoel
ik blikte laatst eens rond in mijn verleden
nostalgisch, door de zolder te betreden
daar lagen van die filmpjes op een spoel

een sjoelbak waar ik nimmermeer op sjoel
langharige tapijten, dikke kleden
ook fotoalbums van diverse steden
zo prachtig: Oslo, Singapore, Seoel

een leven lang herinneringen scannen
straks gaat het in de vuilbak ongezien
lachwekkend wat de mensheid wil bewaren

een einde komt nabij, valt niet te plannen
uitputtend is de chemo bovendien
recent verdween mijn laatste plukje haren

6

recent verdween mijn laatste plukje haren
een spiegel toont een afgetakeld hoofd
verouderd en van wimpertjes beroofd
ik koester de gevallen exemplaren

sommerend zal de dood zich openbaren
een vlam wordt voor de eeuwigheid gedoofd
en ik, die nooit in hemel heeft geloofd,
rot weg onder een grafsteen met lantaarn

het einde van een eenling is dramatisch
een boedel die door erven wordt gestript
roofzuchtig als een stelletje barbaren

zo mijmerde mijn spiegelbeeld apathisch
in feite was ik kaal maar ook verknipt
een tijdje zat ik gemelijk te staren

7

een tijdje zat ik gemelijk te staren
ik wilde nog wat doen, die laatste tijd
gedichten componeren vol jolijt
een avondje met whisky en sigaren

na uren bracht mijn kat me tot bedaren
zo zielig voor dat beest, die kleine meid
is dadelijk haar baas voor altijd kwijt
navrant, ik kan dat leed haar niet besparen

nerveus en melancholisch blijf ik thuis
ik koester het vertrouwde en bekende
genietend van de kat en haar gekroel

mijn wereld is gekrompen tot mijn huis
alhier is het hanteerbaar, de ellende
normaliter verpoos ik in mijn stoel

8

normaliter verpoos ik in mijn stoel
ik puzzel wat met spelprogramma's mee
en 's avonds kijk ik films op de tv
toegeeflijk laat ik mooi de boel de boel

ik neurie Billie Holiday - zo zwoel
geniet daarnaast van Mozart en Fauré
ik luister naar Chet Baker op elpee
soms Supertramp (Fool's Overture en School)

inmiddels ben ik alsmaar in gevecht
een plasje kost me minstens een kwartier
nochtans zijn mijn gedachten coherent

ik strompel, door mijn kwellingen geknecht
en hunker naar een afscheid op papier
terloops vermeld: ziehier mijn testament

9

terloops vermeld: ziehier mijn testament
een nagelaten terugblik in gedichten
mijn poging om het leven te verlichten
postuum wordt deze tekst misschien bekend

een plechtigheid wordt zeker niet gepland
recepties evenmin, ook geen berichten
twee boekenkasten gaan naar verre nichten
die stuurden me een kaartje, heel attent

een tweede zware wedstrijd gaat beginnen
een stapel wit papier ligt op de grond
nu hoop ik dat de tijd me is gegeven

na aarzeling ontstaan de eerste zinnen
uit flarden vormt zich langzaam een verbond
ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven

10

ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven
neuralgische problemen heb ik zat
vergroeiingen en duimen met een wrat
en tevens zijn mijn pezen gaan verkleven

nog altijd heb ik amper iets geschreven
tien blaadjes reeds een vogel voor de kat
ik had ze met geleuter volgeklad
een vijftiental sonnetten is het streven

verschillende probeersels niet bewaard
een boekje voor het checken van de spelling
klein kuiltje van een potlood in mijn kin

lamlendig gooi ik proppen in de haard
uitputtend werk ik door aan mijn vertelling
strijdvaardig, tegen beter weten in

11

strijdvaardig, tegen beter weten in
oprecht bezorgde artsen adviseren:
laat rusten al dat werk, u moet kalmeren
is prima, drink ik fijn een flesje gin

tot gister geen illusie dat ik win
al blijf ik mijn sonnetten componeren
ik vind ze filosofisch prut met peren
rijmtechnisch wereldschokkend evenmin

en meestal denk ik, als ik iets herlees:
dit stukje is volkomen onvolwaardig
wat ben je een mislukking als scribent

allengs ontspint zich eindexamenvrees
al vind ik een kwatrijntje soms wel aardig:
sporadisch ben ik enigszins content

12

sporadisch ben ik enigszins content
toevallige trouvailles die me raken
revisies die de dictie vervolmaken
ideeën over woord- of zinsaccent

kieskeurig injecteer ik sentiment
taalkundig blijkt het menigmaal te kraken
ik ploeter en geef opening van zaken
neem dichterlijke vrijheid consequent

doch dikwijls denk ik als het niet wil lukken:
ik ben als literator een schlemiel
vooral met dure woorden ga ik zweven

in feite ligt mijn wezen hier in stukken
derhalve zijn mijn pogingen futiel
uiteindelijk is schrijven net als leven

13

uiteindelijk is schrijven net als leven
in eerste aanleg draait het om je vuur
ten tweede om een scheppende natuur
een kans om een geschiedenis te weven

rancune wordt als drijfveer overdreven
standvastig moet je werken aan structuur
tenminste voor de middellange duur
maar deze ouwe jongen heeft maar even

als nieuweling op onbekend terrein
laveer ik langs pionnetjes en kegels
ik worstel mij van einde naar begin

dus volgt, zodra ik - wroetend in mijn brein -
een woud betreed van ongeschreven regels,
een zoektocht naar de essentiële zin

14

een zoektocht naar de essentiële zin
voor menigeen een opdracht om te vrezen
een rotklus voor een onbeduidend wezen
nooit gaf ik me gewonnen niettemin

gewoonlijk hield ik stug de moed erin
opstandig toen gezondheidsvragen rezen
een ongemak dat nimmer zou genezen
dicterend als een ware schikgodin

dit speelveld van mijn leven bleek omheind
en ik – niettegenstaande idealen
ben simpelweg geworden wie ik ben

aan alle goede dingen komt een eind
als laatste sluit ik, moe van alle kwalen,
sereen mijn oude ogen en mijn pen

15

per saldo heeft mijn leventje geen doel
ambities heb ik langzaam laten varen
prestaties worden minder met de jaren
ik noem het maar een onderbuikgevoel

er ploegen diepe groeven door mijn smoel
recent verdween mijn laatste plukje haren
een tijdje zat ik gemelijk te staren
normaliter verpoos ik in mijn stoel

terloops vermeld: ziehier mijn testament
ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven
strijdvaardig tegen beter weten in

sporadisch ben ik enigszins content
uiteindelijk is schrijven net als leven
een zoektocht naar de essentiële zin



Mijn colbert zit vol met vegen,
aftershave en After Eight.
Het komt echt heel ongelegen,
dat ik dit zo laat pas weet.

Het is bijna kwart voor negen,
zometeen verschijnt mijn date.
Ik moet wikken, ik moet wegen,
er moet snel een plan gesmeed.

Dient dit voorval straks verzwegen,
of vertel ik het haar straight?
Misschien valt een man haar tegen,
als hij zich zo slordig kleedt.

Volgt dan na de drup de regen?
Zit ik eenzaam thuis met plaid?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Steekpartij



De leider ligt niet goed in eigen kring,
Dat wenste Rottenberg eens uit te spreken,
Maar Samsom heeft de kwestie zelf ontweken,
Hij focust liever op de vluchteling.

Dus nu je hem er niet naar vragen mag,
Vertoont hij zelf een beetje vluchtgedrag.

Koop koop koop