Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



We waren god, maar zaten zonder meid.
Dus lazen we begerig in één ruk
de avonturen van Jan Wolkers stuk
als medicijn tegen de eenzaamheid.

Ook Ik Jan Cremer werkte als een drug.
We raakten gaandeweg de onschuld kwijt
en voelden ons uiteindelijk bevrijd
op onze reis naar liefde en geluk.

Ten einde alle mores af te schaffen
ontstond de strijd tegen de constitutie,
de kerk en uiteraard de ouwelui.

Een kleine ritselende revolutie.
Eén ding: we bleven onverminderd paffen.
De provo’s dansten hoestend op het Spui.


* Het ontwaken in de jaren zestig.

Sonnet 12-5 uit de dit jaar nog te verschijnen sonnettenkransenkrans “De vaderlandse geschiedenis” onder redactie van Hilde van Beek en Bas Jongenelen.
(NB: de regels 1 en 14 waren voorgeschreven).



Ik kan geen zin van onzin onderscheiden
En word vaak aan het wankelen gebracht
Door nepnieuws dat alleen maar is bedacht
Om argeloze lezers te misleiden

Vertel me alsjeblieft dat het niet klopt
Dat Campert met het schrijven is gestopt



Ooit bonsde vol onstuitbaarheid
Dat meisjeshart van haar
Nu ziet zij echter tot haar spijt
Een slappe zemelaar



Ooit bonsde vol onstuitbaarheid
Zijn jongenshart voor haar
Nu ziet hij echter tot zijn spijt
Een forse zoutpilaar



Natuur is niet gebaat bij dierenvrienden
Maar ach: wat is natuur nog in dit land?
Dat polderplasgedoe loopt uit de hand
Door actiedruk van minder helderzienden

Ons land blijkt ongeschikt voor wilde beesten
Al lopen er daarbuiten nog de meesten



Moet u weer afvallen?
Kies dan de ruitersport
Lekker bewegen
Langs beemd en langs sloot

Liefst op zo’n opgevoerd
Oostvaarderplassenpaard
Wie er ook afvalt
Ik wed: één valt dood



Leuk en ontroerend soms!
Nieuwe verzameling
Prachtige liedteksten
Zie ook de link

Daarmee bestel je die
IvodeWijsbundel
Durf dus te klikken mens:
Kom, wees eens flink!


www.ivodewijs.nl



Ik las dat echte liefde dikker maakt
Het rozenpad loopt via XXL
Met liefde door de maag en minnespel
Waarvan de echtelijke sponde kraakt

Dus lijken echtelieden u te zwaar
Dan ziet u een enorm gelukkig paar.



Oei, oma’s tere lijfje is gebroken
En zal als een geknakte bloem vergaan
Oei, oma’s tere lijfje is gebroken
Ze was gevallen toen ze pap ging koken
En ach, het was gelijk met haar gedaan
Die oude botjes laten zich wel kroken
Ik heb zojuist de dokter aangesproken
Geen dienst, zei hij en liep door, langs de paên
Ik kon de kinkel wel naar binnen slaan
Maar ik heb haar gelukkig niet gewroken
Een auto trof die arrogante haan
De hoogmoed was niet tijdig weggedoken
En zal als een geknakte bloem vergaan



(Bout rimé op “Uchtend” van Niels Blomberg)



In dactyli rijmen
Het blijft ons verrukken
En ook is de jambe
Verduveld sacraal!

Dit dubbele dinges
-Traditiedoorbrekend-
Is geinig, maar of ik
Er roem mee behaal?



God gaf ook jou een ziel!
Ban de bekrompenheid
Wees wie je wezen wil
Kom uit de kast

Meld je dus aan voor de
Embryofielendag
Maak aan je kleding
Een navelstreng vast!



Ik ween om bloemen in de knop gebroken
en voor de uchtend van hun bloei vergaan.
Ik ween om bloemen in de knop gebroken,
daarnaast doet woede mij inwendig koken;
welk onderkruipsel heeft zoiets gedaan?
Zo’n teed’re knop laat zich eenvoudig kroken.
Daarnet heb ik mijn opzichter gesproken.
Die zag de dorpsjeugd vlieden langs de paên.
Ze leken voor hem op de vlucht te slaan.
Deez’ wandaad dient onmiddellijk gewroken.
Reeds span ik van mijn jachtgeweer de haan.
De vlegels zijn niet tijdig weggedoken
en voor de uchtend van hun bloei vergaan.



’s Nachts groeit het ijs een dikke centimeter
Het land wordt met het schaatsvirus besmet
En ijzers glunderen, ontdaan van vet
De kans op ‘it giet oan’ wordt heel veel beter!

En dan, gewoonlijk een paar dagen later
Gaan sloten fieltig grijnzen: ijs wordt water



Shorttrack

De rijders komen langzaam aangegleden
Rumoer verstomt; een diepe stilte valt
Net voor de starter “ready?” roept en knalt
Wordt zachtjes nog een schietgebed gebeden

De hal ontploft; de scherpe ijzers vonken
Eén hand aan ’t ijs, het strakke bochtenwerk
De favoriet vooraan houdt nu heel sterk
Het gaatje dicht – de wedstrijd lijkt beklonken

Intussen: in de commentaarcabine
Staan kaken strak, de vuisten zijn gebald
De pols versnelt, het hok begint te stomen

De finish flitst, op Molotov benzine
Wordt het gejuich de ether in geknald:
Er is weer een reporter klaargekomen



Mijn leven gaat de laatste tijd zijn gangetje.
Met slechte mensen gaat het altijd goed.
Mijn leven gaat de laatste tijd zijn gangetje,
al wierp ik achteloos mijn boemerangetje
en kreeg hem daarna keihard op mijn snoet.
Ik deinsde achteruit, recht in een stangetje.
De dokter heeft het ding toen met een tangetje
en veel geduld verwijderd uit mijn voet.
De vloerbedekking zat onder het bloed.
Al ben ik bij de dokter dan geen bangetje,
de kosten zie ik bevend tegemoet.
’s Mans rekening vult vast een heel behangetje.
Met slechte mensen gaat het altijd goed.



Naar mijn gezondheid hoeft u niet te vragen
Er is geen mens die mij ooit klagen hoort
Naar mijn gezondheid hoeft u niet te vragen
Als wormen zich reeds aan mijn lichaam wagen
Of iets zich in mijn kale schedel boort
Of anders aan mijn pezen zit te knagen
De helse reuma legt zijn valse lagen
Als is het van een nieuw ontwikkeld soort
Waarmee het dan ook ijzingwekkend scoort
En scheuten door mijn dunne lichaam jagen
Mijn darmen zijn al jarenlang ontspoord
Maar ik kan pijnen eindeloos verdragen
Er is geen mens die mij ooit klagen hoort



Wanneer ik ooit ten hemel of ter helle
genood word en voorgoed de tijd uit raak
rest culinair nog een postume taak
voor mijn getrouwe weefsels en mijn cellen.

Ik houd hier geen pleidooi voor koppensnellen,
de ietwat botte vorm van volksvermaak
toch acht ik het volstrekt niet in de haak
mij ongebruikt ter aarde te bestellen.

Begin voorzichtig met amandels pellen,
breng dan de lever boterzacht op smaak
en laat hem op een bed van pastinaak
door licht gebakken niertjes vergezellen.

Het schraal restant van knoken en van vellen
doet het verrassend goed in frikadellen.



Een valk is snel en doelgericht
Een uil is wijs en kraakt zijn brein
Dus te snel denken zal wellicht
De valkuil van de valkuil zijn



We hadden onze zaken snel beklonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat
We hadden onze zaken snel beklonken
Dus ligt ze kwijlend onder me te ronken
Onwetend van haar aandeel in de daad
Door liefdespijn was ik al diep gezonken
En zij stond op een hoek naar me te lonken
Een asfaltdistel, onkruid van de straat
Ze leek op jou die mij wreed heeft versmaad
Terwijl ik je mijn jawoord had geschonken
Maar die als maagd nu naar het klooster gaat
Dus lig ik met je lookalike te bonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat


De Fatras, voortgekomen uit de fatrasie, is een oude Franse versvorm, met rijmschema  ABAabaabbabaB. De eerste twee regels hebben een serieuze, liefst clichématige, kitscherige inhoud, waar de rest van het gedicht een parodie op vormt.
Zie voor verdere info: de.wikipedia.org/wiki/Fatrasie



het politiek orgaan heeft dus besloten
de donorwet is eindelijk een feit
dat maakt ons speelbal van de overheid
een lichaam harteloze idioten

ze hebben al voldoende op hun lever
dus nee, geen rijksgeklier, ik word geen gever

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Balloonbolleke 10

Mark Rothko, White center,1952

Koop koop koop