Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Kostelijk knalfestijn
Stunten of stuntelen
Gillende strijkers
En potten vol bier
 
´Geef me de vijf´ is na
Oudejaarsavondlol
Te vaak versimpeld tot
´Geef me de vier´

O, wat weet ik mij verlaten!
Niets is hier voor mij bestemd.
In mijn sokken zitten gaten
en ik voel in lichte mate
heimwee vlak achter mijn hemd.

Wat je zei, heb ik bekeken,
elke bezienswaardigheid.
Ik rijd rond in fraaie streken,
maar mijn hart laat ik niet spreken.
Ik verdrijf hier slechts de tijd.

Niemand kan ik hier bereiken
nu jij het bij brieven laat!
En ik sta hier vreemd te kijken
naar een standbeeld dat moet lijken
op een god die niet bestaat.

Binnen staan, bloot en losbandig,
nog meer beelden klaar voor mij.
(Daarvoor maakt men geld afhandig!)
En ik blijf alweer verstandig
en ik laat het er maar bij.

Ach, de mens weet van nature
dat hij dikwijls wachten moet.
Maar dat wachten kan lang duren
en dan ga je kaarten sturen:
“Liefste, hier is alles goed.” 

’s Nachts kan ik de slaap niet vatten
en ik steek mijn narrenkop
uit het raam, word dan flink nat en
onder het gekrijs der katten
loop ik een bronchitis op.  

 

Een vertaling door Driek van Wissen van Sentimentale Reise uit de bundel Lyrische Hausapotheke van Erich Kästner.

 

 

De minst correcte vorm van humor
is spotten met je hersentumor,
vooral als die kwaadaardig is
en bovendien slagvaardig is
en onverwoestbaar : « terminaal »
in radiotherapeutentaal.

Waarom men mij dan blijft bestralen ?
en ook nog chemisch wil verschralen ?
Omdat verplegers willen scoren
en hun patiënten ringeloren,
en als ik door zo’n tunnel glij
graag grapjes maken over mij,
waarmee ik dan niet lachen kan
want ik lig roerloos aan de scan.

Mijn uitvaart heb ik al geregeld
en zelfs mijn grafschrift is bezegeld :

HIER LIGT DE DICHTER

H.J.C.
IN GOED GEZWELSCHAP
R.I.P.
mijn leven kent geen
glamour en geen glitter
geluk is steeds
aan mij voorbijgegaan
ik zwem in gal
verdrink in bitter

maar met de tijd
ben ik wel meegegaan
vergeeft u mij
dat ik hier tranen twitter


En met deze tekst loop Daan de Ligt al vooruit op de Oranjeweken die halverwege januari beginnen.

Vervolging en staatsterreur dreven
Het jonge gezin uit het land
Ze zochten hun heil in Egypte

Dat lukte ook werkelijk, want
Men had in dat land geen verknipte
Asielwet, geen uitzetbeleid

Ik denk dat een engel hen tipte
In óns land, dat lijkt me een feit,
Was Jezus vast naamloos gebleven

En kwijnde de Heiland in spe
Nu weg in een vol AZC

(uit: De Tweede Ronde, zomer 2006)

De kerstpladoes houdt niet van kou,
hij haat die kille wobbelwitten,
gaat in een bad met froddels zitten
alsof zo'n daad wat helpen zou!

Al zijn die froddels dan wel heet,
ze plakken in pladoezenhaar.
Daartegen helpt geen scherpe schaar,
geen scheermachien, geen tube Veet.

Alleen een douche, koud als ijs
doet froddels steeds tot klodders klitten.
Men wrijft ze weg met wobbelwitten.
Zo'n kerstpladoes is dus niet wijs!


En luister op haar site hoe schoon zij het gedicht kan zingen.

'O Kerstmis, schoner dan de dagen!
Hoe kan Herodes 't licht verdragen?'
'Wel; met een zonnebril
Had iemand verder soms nog vragen?'

- Live fast, die young and leave a good-looking corpse -Knock on any Door, script John Cherry Monks jr. 

Ooit leefden we met vele op een kluit
We werden toen het hele jaar verwend
Met klaver, wortel, witlof, koolblad, spruit
Tiengranenbrood en verse stukjes fruit
Al had het leven toen geen happy end

Ik heb mijn ren al tien keer rondgerend
Met dikke tranen op mijn witte snuit
Omdat ik nooit die weelde heb gekend
Ik word niet vetgemest, maar ingeënt
En vaak moet ik er van mijn baasje uit

Nee, vroeger was er altijd iets te schrokken
Maar vet konijn is nu niet meer de trend
Mijn baasje gaat op eerste kerstdag wokken
En ik krijg vast weer van die droge brokken

Jaren besluiteloos
Blauwtong en Q-koorts dus
Bokken en drachtige
Geiten geruimd

Eliminatie van
Stunteldestuntelstel
Klink en Verburg is
Door kamer verzuimd

Schrijf ik een boeiend stukje proza
dan nuttig ik een flesje Looza,

en ben ik bezig met theater
dan drink ik menig glaasje water,

maar pleeg ik naarstig poëzie
dan drink ik steevast eau-de-vie.

Bekijk het winnende collagebolleke in het groot:

No
Selah
dogma, I
do go to God
to lay as I was drawn to new era.
Dewed, are we not? ‘N ward saw, I say a
lot; do go to
God. I am.
God, hale,
Son.

Intelligentiepeil
Kerel, nu opgerot
Hersens van slak naast
De jouwe complex

Crash van je brein in het
Spermatogonium
Maakt je tot nu toe
Mijn oerstomste ex

Vergroting? Klik op lees meer.

Klik op lees meer voor een vergroting.

Ook nieuwe forumleden zijn aan de slag gegaan met het collagebolleke in de hoop op een grote prijs en eeuwige roem. Zie de inzending van Ben Hoogland in het groot door op Lees meer te klikken.

Soms schrijf ik verzen om te zwijgen
van iets waarvoor geen schrijven baat,
van iets dat wij steeds gratis krijgen,
al doen wij of het niet bestaat.

Het is dat knagen dat wij voelen
wanneer de klok op vijven staat:
een dood café, met lege stoelen,
nog geen beweging op de straat

en lege glazen, buiten één
halfvol met giftig koolzuurwater,
een ziedend hoofd, een slapend been,
en op de loer een ferme kater.

Het mes erin en verder geen geteem!

Soms moet een heili­ge hardvochtig wezen:

mijn oude schim­mel vormt een groot probleem.

 

Het beestje lijdt aan doofheid en oedeem

en kan de straat­naambordjes niet meer lezen.

Het mes erin en verder geen geteem!

 

Misschien klinkt dit zelfzuchtig en extreem,

toch sta ik op mijn ponteneur in dezen.

Mijn oude schimmel vormt een groot probleem,

 

dus ken ik geen ver­driet – nee, zelfs geen zweem –

de paardenslager mag het dier ontvlezen.

Het mes erin en verder geen ge­teem:

 

te vaak kreeg ik door hem een schade­claim

of plette hij een nest met pimpelmezen.

Mijn oude schimmel vormt een groot probleem,

 

net als die groene koek scrotumeczeem

waarvan ik al twaalf jaar niet kan genezen.

Het mes erin! En verder geen ge­teem:

mijn oude schimmel vormt een groot probleem.

Ik worstel me een doorgang naar de hekken
De kinderen gaan moeizaam aan de kant
Het gonst, de drukte hier is van de gekke
De moeders om me heen staan blij te kwekken
Mijn verse kleurplaat klem ik in mijn want 

Er is iets met de stoomboot aan de hand
Mijn buurvrouw heeft wat speculaas te snacken
Het urenlange wachten schept een band
Maar dan, Hoera, hij is weer in het land!
Waarna we allemaal naar huis vertrekken
 
Daar sta ik bij de intocht van de Sint
Het is de natte droom van ieder kind
Maar ik kan enkel en alleen maar denken
Dat ik het op tv veel leuker vind

Aan Sammy gaf hij uiterst slechte raad:
Wie traanomfloerst omhoog kijkt in de nacht
Die eindigt plompverloren in de gracht
En ziet de hondepoep niet op de straat

Zijn reisadvies was ook niet adequaat
Die Ander, die uit Friesland werd verwacht
Naar wiens gezelschap blijkbaar werd gesmacht
Kwam, lopend langs de Afsluitdijk, knap laat


‘We zullen doorgaan met de milde kracht
Om door te gaan’: waar dat nou toch op slaat?
‘We zullen doorgaan in zeer kennelijke staat’
Was meer terecht en meer vooruitgedacht


En – hé, waarom krijg ik het nu te kwaad?
Verdomme, ik heb nog een hele lijst
Met stomme – Shaffy laat me los!
Ik hahahahaháha

Hahahahaháha
Haháhahá
Haháhahá
Hahahahaahâhaahâ-hâ-hâ-ha

Hahaahâha
Hahahahaaha
Hahahâhaa
HAHAHAHAHAAHA
HAHAHAHAHAAHA
HAHAAHAHAAHAHAAHAHAAHAHAHA
HAHAAHAHAHAHAHAHAAHAHAHAHAAHAHAAA

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Waar? (2017)



Dichters, we lezen ze met droge ogen:
Een Vegter, Nolens, Benders, Oosterhoff.
Waar zijn de tijden van het hartebloed?
De zielepijn, de traan en dat soort werk.
Waar de gezangen van het mededogen?
Verweij, Van Deyssel, Gorter, Kloos of Perk?
De litanieën, waar? Voorbij. Voorgoed.
Een zakdoek vangt vandaag nog enkel stof.

Het bloed werd gruis. De tranen werden glas.
Verlies en stukgaan voelt nu tweedehands.
Het leed werd leed van bordkarton. Te koop.
Deels nog als dagboeksmart. Van droefenis
Kwam grimas , gil en wrede pijn. En masse
Verdoezelt men nu weemoed en gemis.
Per stuk, zoals je wil. Azijn werd stroop.
En Pfeijffer: Dichter nu des Vaderlands.

De dichter, heden, is een zonderling
Die weeklaagt in een martelend gekrijs.
Hij hangt de paljas uit voor zijn publiek
En speelt voor praktiserend psychiater.
Wat blijft: bezetenheid om één, één ding
Terwijl hij lamenteert in het theater.
De wonden die hij likt. En de muziek
Die klinkt bij het aanvaarden van een prijs.

Koop koop koop