Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

container

Kom naar de eilanden!
Jutter en dagjesmens
Flatscreens en knuffels
Voor iedereen zat

Ga niet slechts af op de
Waterbestendigheid
Sleep ook de andere
Troep van het Wad

Ik wil een kerk zonder religie
Een moskee zonder profeet
Ik wil een bijbel zonder God
Een synagoge zonder leed

Ik wil wapens zonder kogels
Een oorlog zonder bloed
Ik wil woede, zonder kil
En ook verder alles goed

Ik wil een oordeel zonder voor
Migranten zonder vlucht
Ik wil een weg zonder een wil
Naar een altijd schone lucht

Ik wil leven zonder dood
Stevig drinken zonder kater
Ik wil vangen zonder bot
Ik wil nu en ik wil later

Graag een trojka hier en daar
Altijd heen en zonder weer
Maar bovenal toch, bovenal
Wil ik jou, zonder meer

PK lichtvoetigdeel2 192x300

Het nieuwe jaar is nog pril, en er verschijnt al een recensie. Op Meander is de bundel 'Lichtvoetig II' besproken. De bundel verscheen n.a.v. het tweede Nederlands Kampioenschap Light Verse, zoals vaste lezers weten. De recensent is verrast door inhoud en vorm, en roept dan ook bijvoorbeeld: "Er zijn perfecte sonnetten bij, rijmend, in juiste maat en versvoet met kwatrijnen en terzinen." Voor ons een tautologie, voor een ander een geheel nieuwe ontdekking. En over een terza rima sonnet wordt gejubeld dat de regels zowaar een afwisseling van tien- en elftallen lettergrepen kent. Voorwaar een wonder. De samenstelling van de bundel wordt op het conto van Het Vrije Vers gesteld, dat is teveel eer, want niet geheel waar. Maar de aandacht is welkom en wordt zeer gewaardeerd.

Alhier te vinden en te lezen:

https://meandermagazine.nl/2019/01/poezie-kort-2019-1/

2019

Wat een begeestering!
Heuglijke jaarwende
Jay van groep acht mag
Met vuurwerk op straat
 
Zo wordt een knaldebuut
Onvergelijkelijk
Daar hem het licht in
Zijn ogen vergaat
 
 

lont

Ik zei dat het zo klaar is als een klontje
Dat vuurwerk is bestemd voor onbeschoften
Maar beide kerels hadden een kort lontje
En ontploften

 

2018

De scheurkalender op z’n dunst.
We ezelen de files in, de winkels
uit met mondvoorraad voor tien.
De oude kuddegeest drijft ons
de laatste avond bij elkaar.
 
Om samen van alles te nemen, te eten,
kwinkslagen te kaatsen en oud zeer
te soppen, onze hoofden dik gevoerd met roes.
De koelkast zoemt van welbehagen.
 
Aan alles komt een begin.
Klokslag scheurt het jaar zich los,
het jongste uur ontfermt zich over ons,
zoent zich wijd in. We drommen
vrieskou in voor namaaklicht
en gierende bewijzen van bestaan.
 
Veel later staan we zeldzaam traag
en zeldzaam langzaam op. We gaan
het jaar weer overdoen –

 

niets te wensen

je vindt er helemaal geen zak meer aan
de dagen zijn eentonig, zonder kleur
om alles hangt dezelfde muffe geur
't is al met al een vreugdeloos bestaan

je oude maten zie je liever gaan
want hebt je zakken vol van hun gezeur
ze komen steevast voor een dichte deur
een afspraak schuif je op de lange baan

het nieuwe jaar, dat zegt je echt geen reet
onthaal je hooguit op een forse scheet
gedoe met feesten hoeft al zeker niet

er valt dus niets te wensen, beste man
geen kleinigheid is er die beter kan
ga lekker door en zing je vaste lied

kerstboom

Een droeve kerstboom pakt de pen
Het is hem gaan verwarren
Ben ik nu wel of niet een den
Wil iemand met me sparren?

Ik hoor niet bij een christelijke clan,
maar ieder jaar twee dagen feest voor Jezus,
dat spreekt me aan en dus denkt dichter dezes:
'Dat doe ik ook als ik weer jarig ben.'

kerstkaarthesjemetkl 2

ster

 

Soms komt van onwaarneembaar ver
wat al bestond in zicht,
onthult de nacht een nieuwe ster
in duizend jaar oud licht.
 
Misschien ging ze al eeuwen zacht
vervagend weer teloor,
toch dringt ze pas in deze nacht
tot onze ogen door.
 
De ster is slechts een beeltenis
van wat voorgoed verdween,
een blik in de geschiedenis,
een afdruk van voorheen.
 
Wanneer de hartstocht op den duur
voor dof berusten zwicht
rest enkel van het oude vuur
de gloed die ons verlicht.
 
Steau van Mihai Eminescu (1850-1889)
vertaling: Otto van Gelder

kerstdiner

’t Is ieder jaar dezelfde vraag: wat mag niet in de schalen?
Jan eet geen kaas, Piet wil geen worst, Klaas houdt niet van garnalen.
Voor Joachim is elke vorm van rauwkost uitgesloten.
Bob lust wel alles, maar hij heeft een allergie voor noten.
 
Ook groente is een heel gedoe: Mien lust geen sperziebonen,
Maud wil geen groene bloemkool en Roberto geen gewone,
Niels geen gekookte worteltjes en Willemijn geen kroten.
Bob eet het allemaal, maar ja, die allergie voor noten.
 
De religieuze eisen blijven ieder jaar weer boeien:
Sharifa eet geen varkens en Parvati eet geen koeien.
En vegan Willem-Jort eet niets dat wandelt op vier poten.
Bob vindt het best, maar waarschuwt nog een keertje voor de noten.
 
Het resultaat is heerlijk en laat ieder in zijn waarde.
Dit gastronomisch kerstbestand brengt vrede op de aarde.
Een wanklank is er wel helaas; Bob voelt zich best wel klote,
want in het grand dessert zit toch een heel klein beetje noten.

 

 

x004a Bert van Helder 198x300

 

Op de site van het vernieuwde Meander magazine staat een recensie van de bundel Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten van Bert van den Helder. Inge Boulonois schreef de recensie, de link staat onderaan dit bericht.
 
Nu was het plan om hier de bundel ook inhoudelijk te bespreken, maar omdat Inge dat al voortreffelijk heeft gedaan volstaan wij met wat voetnoten en zullen we rijkelijk citeren uit een bundel die dat verdient. Daar beginnen we hieronder mee, en de komende tijd zullen we zeker nog eens plukken uit deze bundel.
 
Wat meteen opvalt is de fraaie cover met de formule die door de titel daarna dunnetjes wordt onderstreept. Mooi mat wit trouwens, wij houden ervan, en stevig karton, niet van dat flubberige spul. Dat de formule bij strikte ontleding 52 jaar zou opleveren mag de pret niet drukken. Maar valt u ons gerust aan op dit punt.
 
Een bundel met een grote diversiteit aan inhoud. Gedichten die strak in de vorm zitten - zoals ook de indeling in vier afdelingen, semi-vrije verzen, ritmisch sterke gedichten en kort werk dat vooral op de punchline is gericht. Dat laatste is niet altijd het meest geslaagd, in de gedichten die de lichte toets combineren met een serieuzere toon is Van den Helder op zijn sterkst en vindt hij ook een eigen geluid.
 
Als voorbeeld van bovengenoemde ritmiek, uit 'Ganzen' met een ik die op de dijk fietst met de wind in de rug: 'het pad is lang, het pad is recht/een grote groep met grauwe ganzen/komt van achter aangevlogen/richting wordt iets afgebogen/komen in mijn baan terecht'. Niet alleen wint deze taal aan kracht door weglating, ook de subtiele verschuiving van 'komt' naar 'komen' en van de groep als eenheid naar de zich om de fietser verspreidende ganzen is beeldend. Zo ook de onvermijdelijke afloop verderop: 'daar ik zelf nooit vliegen zal/geniet ik dubbel van mijn val'. Plezierig pessi-optimisme.
 
 
Mijn tante
 
Mijn tante was zo ijdel als een pauw
haar haren wit, haar blouseje strak gestreken
wat ik moet doen nu zij reeds is bezweken?
Ze houdt niet van die donkerzware rouw.
 
Dus zonder schuldgevoel hijs ik haar gauw
in haar antieke hagelwitte trouw-
jurk. O, wat wordt ze veel bekeken
als bovenaardse engel vergeleken.
 
En na een jaar of tien dan wil die vrouw
- al komt het niet zo aan op een paar weken -
dat ik dan haar skelet opgraven zou
en dat ik al haar botten mooi zal bleken.
 
 
Bert van den Helder

Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten
Stichting Korreltje Zeezout, 2018
Bundel bestellen en verdere info: www.lichteverzen.nl

Recensie op Meander Magazine:

https://meandermagazine.nl/2018/12/bert-van-den-helder-een-jaar-is-vier-kwartaal-in-tweeenvijftig-lichte-gedichten/

 

ks

 

Omtrent een plofkip

'Plofkip geplofd' zo kopte pas
het sufferdje van Dintelsas.
Een plofkip schreef daarop getroffen:
'Wie zou er niet van zo'n kop ploffen,
want zelfs de allerdomste plofkip
beheerst de regels van 't kofschip.'

Frits Criens


Een ooi had laatst in Overbiest
Tot schande in haar hok gepiest
Denk echter niet, zo sprak het fokschaap
Dat ik nog langer in dat hok slaap
Een ram sprak toen: als ik een schaap fok
doe ik dat niet in ’t vieze slaaphok

Bas Boekelo


'Ik word', sprak 't fokschaap zwaar gefnuikt,
'te vaak als ezelsbrug misbruikt.
Ook wil ik graag van 't kofschip af;
die nepschuit wordt nog eens mijn graf.
Wie zou mijn oormerk willen dragen?
Ik ga het aan de fakespecht vragen.'

Wim Meyles

 

closet

Haar laarsjes en haar muiltjes en haar moonboots
Alsmede al haar pumps en zelfs de schoenpoets
Ze werden uitgesmeerd als inkooplast
Toen zij hem smeekte om een inloopkast

boggle

Van die razendsnelle zinnen
die niet stoppen voor een punt
en die ’s avonds door je hoofd gaan
als je nog niet slapen kunt
 
Ook al sluit je alle ramen
doe je alle deuren dicht
ze verdwijnen uit je kamer
haast nog sneller dan het licht
 
Graag zou ik ze willen vangen
voor mijn mooie-zinnenboek
maar zodra ik dat gedacht heb
zijn die zinnen alweer zoek
 

 

feestbomen

 

De winterzon werpt nog haar laatste stralen
De schemer komt, de avond valt al vroeg
Toch zal ik in het duister niet verdwalen
Ik weet de weg en er is licht genoeg
 
Ook als de nacht valt, voel ik me hier thuis
Mijn pad wordt fel verlicht door het geflonker
Tienduizend lichtjes leiden mij naar huis
Ik vind mijn weg wel, nergens is het donker
 
Ineens word ik omstraald door blauwig licht
En rode letters dwingen me tot staan
Ik staar verschrikt in een gefronst gezicht
De wijkagent kijkt mij bestraffend aan
 
'Je kunt het leuk vertellen, echt heel goed
Maar zorg eens dat je fietslicht het weer doet!'

 

 

snif

De wind is guur, de mist kruipt op
Een klok slaat half december
Het bonkt in mijn verkouden kop
Ik voel mij getverdember

beterschap

Zusters en shagverbod!
Jaap in de ziekenboeg
Pacemakertrubbels
Met achjes en wee's
 
Nadeel wordt voordeel, Jaap
Cardiologenvolk
Brengt je vanzelf
Tot patiënten-ob's
 

Onvolprezen en onvermoeibaar is Jaap van den Born, hoofdredacteur van Het Vrije Vers.
Hij is even weg, maar straks versterkt weer terug.

hebbehebbe

De Hebbedinges zocht iets
voor zijn verzameling.
We hielden een vergadering
en iedereen die kocht iets:

een vingerling, een rammelkast,
een tierlantijn, een rarekiek,
een janplezier, een beddenkwast,
een filippien, een wentelwiek.

Hij pakte alles uit en zei:
‘Er is heus heel veel aardigs bij
maar ik zoek toch een ander ding
voor mijn verzameling.’

We waren even sprakeloos.
Toen riepen we: ‘Wat wil je dán?
Een manebril, een mallejan,
een alikruik, een kraakdoos?’

‘Nee’, zei de Hebbedinges bits.
‘Maar zie je ooit een greintje,
een zier, een snars of sikkepit,
geef mij dan gauw een seintje.’


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Alleen maar minnen in 2014


Gelezen op de voorpagina van De Volkskrant van maandag 16 september 2013

We krijgen straks een jaar van louter liefde
Het amoureuze tijdperk gaat beginnen
Al wat in vroeger tijd de mensheid griefde
zal zijn verdwenen in het jaar van minnen

Dit wordt het einde van de babyflessen
Geen Nutrilon stroomt nog langs babykinnen
Een borst om zuigelingendorst te lessen
is ruim aanwezig in het jaar van minnen

Er zal geen plaats meer zijn voor filantropen
Geen hooggeschatte held mag nog naar binnen
De grenzen gaan voor zware jongens open
want volgend jaar is het het jaar van minnen

O ja, het wordt ook lastig bij het pinnen
Geen plussen zijn er in het jaar van minnen


Koop koop koop