Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Nog net op tijd beteugel ik mijn haat
Want anders had ik jou subiet vermoord

Nog net op tijd beteugel ik mijn haat
Nu jij me voor die valse schoft verlaat
Je bent een freak, zo seksueel gestoord
Dat zelfs een lijk je uit je slipje praat
Alleen van mij, je man, wil jij geen zaad
Ik dreigde je te wurgen met een koord
Maar dat heb je natuurlijk niet gehoord
Dus zeg ik voor je hier de deur uit gaat
Je boft maar, schat, dat ik niet ben ontspoord
En jij slechts in mijn fantasie bestaat
Want anders had ik jou subiet vermoord



Discriminatie toch?
Wat maakt dat dik-zijn uit?
Waarom te dik
En waarom niet te lang?

Tóch maakt dat uit bij de
Waalsdorpervlakteklok
Daar oogt na Auschwitz
Zo'n dikzak wel wrang

Dik of dun, iedereen mag op 4 mei tóch erewacht staan bij de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte. De Vereniging Erepeloton Waalsdorp erkent een ‘grote fout’ te hebben gemaakt door dikkerds van deze eervolle taak uit te sluiten.



Aan dood zijn valt weinig plezier te beleven
en als je dan ook nog verbrand wordt tot as
of diep in de grond heel alleen ligt te rotten
en langzaam vergaat tot een stapeltje botten,
ontgaat mij de lol, dus ik denk dat ik pas.

Nee, laat mij maar, als ik de geest heb gegeven,
straks onder geweeklaag verdwijnen in zee.
Ik ben met een gammele schuit al tevreden:
een steen aan mijn teen en ik zak naar beneden.
Ik krijg nu al kippenvel bij het idee.

Heel diep daar benee tussen zeewier en slijk,
daar zie je mijn dansende lijk.

Ik dans op de maat van het deinende water,
mijn armen die zwaaien al heen en al weer.
Nieuwsgierige vissen die komen en staren
en schrikken zich wild van mijn woeste gebaren,
want tijdens een storm ga ik hevig tekeer.

Zo blubber ik voort zonder zorgen voor later.
De mosselen nestelen zich op mijn dij
Een octopus rust even uit aan mijn voeten,
terwijl in mijn maag kleine krabbetjes wroeten
en zo gaan de maanden en jaren voorbij.

En eens op een dag ziet een duiker ontzet
mijn grijnzend en dansend skelet.

De tijd die verstrijkt, al mijn vlees is verdwenen,
mijn botten die worden tot kiezels geschuurd.
De zee voert ze mee naar exotische stranden,
je vindt tussen schelpen mijn botjes en tanden.
Zo word ik naar heel verre oorden gestuurd.

Al hoop ik maar dat het nog eventjes duurt.

Bovenkant formulier


Schilderij Andrew Wyeth


Met name aan het einde van de nacht
Wanneer de dag al bijna aangebroken
Nog even in zichzelf ligt weggedoken,
Vrees ik dat tijd tot stilstand wordt gebracht

Een flits waarin er vlugger dan je dacht
Tezelfdertijd een hand wordt toegestoken
En razendsnel een vonnis uitgesproken:
De hoogste tijd, er wordt op je gewacht

Zo hoop ik dat mijn laatste dag begint:
Een datum die lang vacuüm verpakt
Zijn hardheid snel verliest als ik hem open

Waarna ik het volstrekt aanvaardbaar vind
Dat je behoedzaam door de bodem zakt
Waarop je heel je leven hebt gelopen



Wie is het die zijn mensenhaat verspreidt
Jneid
Wie is het die zijn boze teksten slijt
Jneid
Van wie zijn wij helaas nog niet bevrijd
Dat is die boze vent, imam Jneid

Wie is het die geloofsvrijheid bestrijdt
Jneid
En mensen ongelovigheid verwijt
Jneid
Wie willen we het liefst vandaag nog kwijt
Dat is die boze vent, imam Jneid

Wie is het wiens vertrekken wordt bepleit
Jneid
Die’t moslimvolkje in ons land misleidt
Jneid
Wie móét hier weg , het is de hoogste tijd
Dat is die boze vent, imam Jneid
Dat is die boze vent, imam Jneid



1.
Dat is genoeglijk zeg
Uitgebreid tafelen
Lekker gezellig en
Bijna voor nop

Hiep hiep hoera voor het
All-you-can-eat-buffet
Schaamteloos schep ik
M’n bord maar eens op

2.
Bord maar eens opscheppen
Hop naar het viskraampje
Lekker een paling
Een schol en een schar

Strakjes dan pak ik die
Boerengehaktschnitzel
Eerst maar een biertje
Dus op naar de bar

3.
Op naar de barbecue
Wat zal de keuze zijn
Vlees van het varken
Het lam of de os?

Weet je, ik ga voor die
Casselerribkluifjes
Gaandeweg maak ik
Mijn broekriem reeds los

4.
Broekriem reeds losgemaakt
Terug naar de vleesbalie
En naar het bier
Op het buitenterras

Kijk eens wat heerlijk, een
Peperhacheeschotel
Tijd voor mijn zesde
En zevende glas

5.
Zevende glas geleegd
Heb ik mijn taks bereikt?
Nee joh, straks loop ik
Weer snel naar het fust

Is er nog plaats voor een
Dönerkebabbroodje?
Tuurlijk! Zo niet?
Neem ik eventjes rust

6.
Eventjes rustpauze
Klein beetje uitbuiken
Daarom verkies ik
Die sorbet maar niet

Later wellicht nog wat
Stracciatella-ijs
Want de formule blijft
‘All you can eat’

7.
All-you-can-eat-buffet
Boerengehaktschnitzel
Casselerribkluifjes
(Fles uit de kroeg)

Peperhacheeschotel
Dönerkebabbroodje
Stracciatella-ijs
Dat is genoeg!



De gure wind, de bleke zon
De kilte van het leeg perron
Het stootblok vormt hier een symbool
Van elke reis is Roodeschool het eindstation

De ronk vertrouwd in het gehoor
Daar dieselt op het enkelspoor
Een dikke rups op boerenkool
Vanaf vandaag na Roodeschool nog even door

En door dit nieuwe fenomeen
Wordt alles anders dan voorheen
Je komt nog dichter bij de pool
De reis begint in Roodeschool vanaf spoor 1



Het was al een bemoedigend bericht;
De schrijfmachine nog niet opgeborgen
De kans bestond dat er vandaag of morgen
Nog iets mee genoteerd werd of gedicht

Pasen en de Heer heeft het bewezen;
Remco Campert in de krant herrezen!

 

Na zijn aankondiging dat hij gestopt was met schrijven omdat hij te oud was, stond toch weer een column van Remco Campert in de Volkskrant



Daar stond zij oog in oog met zijn maîtresse,
twee vrouwen aan twee zijden van zijn graf,
een hoopje zand; de steen was nog niet af.
Ze keken naar elkaar vol interesse.

“Wat gaf jij hem, dat ik hem niet kon geven?”
‘Ach, niet zo veel, hij hield van jou en mij.
De stiekemheid gaf een gevoel van vrij,
maar zonder jou kon hij geen etmaal leven.’

“Je hebt gelijk, het was zijn rusteloosheid.
Ik had wel vrede met de status quo.
Toen kwam die del uit Paramaribo.
Hij had geen notie van ons beider boosheid.”

‘Wel fijn, dat ik kon komen aan strychnine,
omdat ik werk heb in een apotheek.
Gelukkig dat het jou ook wel wat leek.’
“Ja zeker, liever dat dan blijven grienen.

Ik heb het in zijn whiskyglas geschonken
en in het winti-flesje in zijn zak.
Zij zit nu twintig jaren in de bak;
bewijs genoeg, de zaak was zo beklonken.”

‘Al is het beter zo, toch blijft het zonde.
Nou ja, het is gebeurd. Ik ga maar weer.’
“Kom mee met mij. Ik taal niet naar een heer,
maar wel naar warmte in mijn lege sponde.”



Een paashaas te Oud-Beierland
had jajem in zijn eiermand.
Een jager, met zijn buks geheven,
beval: ‘Je fles, vriend, of je leven.’
‘De drank is op, vandaag,’ sprak langoor,
‘en voor de dood ben ik niet bang, hoor,
want sinds ik ben getrouwd, mijnheer,
had ik meteen geen leven meer.’

 



Wil je een pannenkoek?
Geef me een koekenpan
Zie je die ene
Daar onderaan staan?

Dat is de enige
Pannenkoekkoekenpan
In al die andere
Branden ze aan.





Tuinschuur en kippenhok
Zomerse schilderklus
Gaat door de hitte
Gepaard met veel zweet

Dankzij de ijskoude
Verververversingen
Komt hij tenslotte
Toch tijdig gereed


Eerste klas volksvermaak
Reinaert de vosmoraal
Cuwaert het haasje wordt
Listig verlakt

Dan kiest de sluwerd het
Beunhazenhazenpad
Menselijk falen in
Fabel verpakt




Kalligrafiecursus

U doet het prima hoor!
Letters zijn kunstwerkjes,
maar dat geldt niet
voor uw komma en punt.

Meld u dus aan voor de
leestekentekenles,
waar u het punt
van de punt leren kunt.




Naaktrecreatie

Wee ongelovige!
U liet uw naaktheid zien!
Dat is een gruwel,
uw vlees is te week!

U werd gestraft met een
godstekentekenbeet.
Thans is uw schaamstreek
behoorlijk van streek.



Aah nu begrijp ik het!
Dubbele naamwoorden
Met iets ervoor
En erachter geplakt

Dus kun je zeggen: Een
Slampamperpamperpak
Is een pakket luie luiers,
Verpakt



(Het lijkt ons meer iets wat de man op de illustratie in zijn kledingkast heeft liggen. Red.)



Eind jaren zestig al!
Samen uit club gegooid
Daphne en mij trof
Bestuurlijk venijn

Zij was mijn duurzame
Partnerruilruilpartner
Dat zou in strijd met
Haar ruilbaarheid zijn!


Frivole vormvariant van het Ollekebolleke. Eis bij het zeslettergrepige woord is hier dat het een woordsamenstelling is waarbij het eindwoord van de eerste samenstelling het beginwoord van de tweede samenstelling moet zijn. In dit vers is die spiegeling van eerste een tweede samenstelling volledig. De Spiegelobol hoort verder te voldoen aan alle regels van het ollekebolleke.




Heerlijke uitdaging!
Eerst weer eens oefenen
Soms lijkt mijn lenigheid
Plotsklaps passé

Vroeger, ja, lukte het
Totempaalpaaldansen
Nu is het klooien
Dus heren: tabee!



Mijn favoriete bezigheid is strijken.
Geef mij een opgefrommeld tafellaken.
Voor roesje of plissé zal ik niet wijken.
Naar strijkbout op textiel mag ik graag kijken;
daar kunnen ze me ’s nachts wakker voor maken.

Gelukkig raak ik zelden uitgestreken:
de buren geven mij voldoende taken.
Ze komen met hun strijkgoed alle weken.
Dat is niet erg, maar één ding gaat wel steken:
ze komen mij er ’s nachts voor wakker maken.

Wanneer de nieuwe dag is aangebroken,
dan hoop ik mijn gestrijk te kunnen staken,
maar net als ik mijn ogen heb geloken
komt uit het niets een buurvrouw opgedoken;
ze komt zelfs overdag mij wakker maken.

Ik laat me echt niet langer meer gebruiken;
niet langer zal ik nog voor strijkgoed waken.
Ik slaap achter geluidsgedempte luiken,
Mijn tuin heeft boobytraps in alle struiken.
Geen buurvrouw zal mij ooit nog wakker maken.


Hierbij wil ik iedereen feliciteren die de top-10 heeft bereikt in Almelo. Dit gedicht kwam op de gedeelde 11e plaats



Op Neerlandistiek.nl schreef marc Van oostendorp een boeiend  stuk over de dactylus en de rol van Drs. P hierin.
Ga er maar eens voor zitten, met een kopje thee en een mariakaakje, want het is stof ter overpeinzing voor al onze medewerkers.
Overigens zal iedereen die in de toekomst een fout maakt in de metriek van het ollekebolleke hier geen rechten aan kunnen ontlenen waarschuw ik maar vast.
En dit ollekebolleke is vast als voorproefje bij een mededeling in het stuk dat 'de' ollekebolleke een genre is:

Eventjes rechtzetten
Dit is geen genre hoor
Dit is een versvorm
Terecht zeer beroemd

Iedere lijder aan
Versificatiedwang
Weet dat het genre
Light verse wordt genoemd

Zo. Iedereen weet nu wat het ollekebolleke inhoudt, dus klik maar hier voor het artikel.





Vanochtend ging de dag niet goed van start:
Ik las het in de krant en dacht: och heden,
Alweer is er een dichter overleden 
Ik ben derhalve droevig en verward 
 
Ik wist wel dat het lot de mensen tart 
Ook zij die aan het dichten tijd besteden 
Die worden door de dood heus niet gemeden 
Maar dichten blijkt ook kwalijk voor het hart 
 
Zo kort na Menno Wigman's overlijden 
Besloot het blinde lot een levensdraad 
Van weer zo'n goede dichter door te snijden 
Waardoor diens zwakke hart niet langer slaat
 
Het heeft geen zin, toch vraag ik heel bescheiden
Of nu het lot het even hierbij laat 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Willem quintet: Willem I

Een koop’ren koning met een houten kroon:
Hij wilde niet regeren maar besturen
al moest hij eerst een ballingschap verduren
voordat hij plaats kon nemen op de troon.

Een ingekeerd onaangenaam persoon
werd hij genoemd, grossier in vreemde kuren;
te vaak in onmin met zijn zuiderburen
en onderwerp van grove spot en hoon.

Hoe kan het toch dat wij die man vereren?
Als koning-koopman keerde hij het tij,
bracht nijverheid, techniek en industrie;

bleef tegendraads het land moderniseren.
De suffende regentenmaatschappij
ontwaakte en kreeg nieuwe energie.

Koop koop koop