Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Ik ben voor firma Rust na Zwerven
de terminaal consultant hier
en laat van kist tot rouwpapier
de dood beslist door niets bederven.

Van zuiver eco zonder nerven
tot vlammend met verguld scharnier,
ik noem het slechts voor uw plezier
en geenszins om een klant te werven.

Maar denk aan uw bedroefde erven,
door afscheid zonder smaak of sier
valt vaak het mooiste beeld in scherven.

Dus teken nu dit formulier,
betaal ons in een dag of vier
dan mag u daarna rustig sterven.



Eetbare Janneman
Noord-Hollands meelproduct
Wordt ook wel broeder
Of poffert genoemd

Zakkige naam dus geen
Delicatessenkost
Echter als streekgerecht
wordt het geroemd!




Ik heb mij laatst bij Hang Kok Nin bevonden
Het eten was een soort van allerlei
Met smaken die ik nimmer zou doorgronden
En gure geuren kwamen naderbij

Het eten zag eruit als was’t eencellig
En wat het verder was bevreemdde mij
Het leek me zeer, maar dat niet al te stellig,
Op afval uit de meubeldraaierij

Men zei me dat ik mijn kritiek herhaalde
“ Ik hield niet van zijn soep, ook niet gebonden,”
Iets waar Hang Nin natuurlijk niet om maalde
Maar van die soep werd ik niet opgewonden

Men roemt het eten in de zaak van Hang Kok Nin
Mij viel ‘t niet mee, zei ik al in ‘t begin


Dit is een bout-rimé (gedicht met dezelfde rijmwoorden) op dit gedicht van Ditmar Bakker:



Hypercorrectiegolf!
Stigmatiseringsangst
Grijpt om zich heen en lijkt
Allen de baas

Nu is het wachten op
Genderneutralere
Versies van onze
Tampons en BH’s


De Hema heeft besloten de jongens- en meisjeskledingafdelingen bij elkaar te g
ooien; de rechter vindt publieke pissoirs prima geschikt voor gebruik door vrouwen.


Okko tom Brok as finzene foar Fokko Ukena nei de Slach op de Wylde Ikers.
Voor de liefhebbers: Okko was een kleinzoon van Keno.

De Grote Friese Oorlog

We tellen nu 600 jaar geleden
Het jaar des heren 1417
Waar iets te zuiden van de Oude Riet
In een rampzalig desolaat gebied
Twee legers met soldaten, clandestien
Een legendarisch grote veldslag streden

Te Okswerd bij Zuidhorn zou het gebeuren
De Schieringers, belust op Gruno’s val -
Uit Friesland waren zij reeds opgetrokken
Geleid door Sikke Sjaarda, onverschrokken -
Er waren meer dan duizend man in tal
Die wisten dat de grond bloedrood zou kleuren

Als tegenstrever de geallieerden:
De Vetkopers, de Bronkhorsten en meer
Een zootje ongeregeld fanatieken
Met knotsen, hellebaarden, zware pieken
De Fries tom Brok trad op als legerheer
En zag hoe daar de Schieringers crepeerden

De Stad bleef zo behouden voor de Vetten
Ik vraag mij af: hoe kwam dit volk zo sterk?
Wellicht door hen oneindig op te jutten -
Op het rantsoen van mous met worst en grutten
Verrichtten zij dit forse duivelswerk
Ofschoon vergeefs: er kwamen nieuwe wetten

Schep op! Tast toe! Een kin vol vet en schuim
Een stamppot mous met dröge worst en gort
Geen Groninger wiens maag daar niet van knort
En proost met Ouwe Bok of Oma’s Pruim



Wij van adviesbureau De Halve Waarheid
Herschrijven de door u gewenste leugen
Behendig tot een visie die wil deugen
En brengen die dan in de openbaarheid

Natuurlijk zijn we ethisch uiterst rekbaar
En bovendien fiscaal compleet aftrekbaar



Mijn tante is een ware drama queen
Het kleinste basakkoord doet haar al snikken
En zij hoeft maar een violist te zien
Dan staat ze al haar tranen weg te slikken

Dat grienen is nog niks bij haar geklaag
Nu hangt ze jammerend aan het loket:
In het concertprogramma van vandaag
Ontbreekt haar favoriete strijkkwartet

Haar man, mijn oom, staat kalmpjes aan haar zijde
Een bioloog, wat nuchterder van aard
Hier minder thuis dan in een bloemenweide
Klopt troostend op haar hand en zegt bedaard:

'Ach lief, precies zoals ik gister zei:
't Seizoen van de viooltjes is voorbij'



Ga je zinnen eens verzetten
Blijf niet liggen in je bed
Ga naar buiten spinnen pletten
En de stad met verf bespetten
Rook een Franse sigaret

Blijf niet in verveling steken
Want dat helpt je echt geen steek
Guitige kwajongensstreken
Kunnen elke sleur doorbreken
Meld je ziek de hele week

Blijf je niet ellendig voelen
Laat de boel gewoon de boel
Zoek goedkope vliegtuigstoelen
Of probeer eens car te poolen
Neem de vrachtboot naar Seoel

Doe wat of je niet kunt laten
’s Ochtends vroeg en ’s avonds laat
Eerdaags krijg je in de gaten
Dit is meer voor holle vaten
Ik wil rust en regelmaat



Hoog Sammy! Hoog Sammy!
Niet dat gemiezemuis
Zing! Richt je blik
Naar het hemelse blauw

Maak je niet druk om het
Baard-in-de-keel-probleem
Onze castratietang
Is er voor jou



De bakkerszaak draait eigenlijk te goed
Door ’t groeiende getal van consumenten
Dreigt er ten aanzien van ingrediënten
Met name een gebrek aan nieuw, vers bloed

Voorkom, nu het nog kan, de bakkersnood
En meldt u aan als donor voor een brood



Te deksel! Sprak de dominee, ze gaan er weer beginnen,
die homosensuelen. Hier, het staat zelfs in de krant!
Heel Amsterdam raakt deze dag weer roze, en buiten zinnen,
dat moet maar kunnen, vindt men, in dit onvolprezen land.

Maar dominee—Veronica gaat tevens naar de gaypraait,
al éénentwintig jaar! Aldus de kwieke dames Groen.
Ze is nu eenmaal 'n schaap dat graag met alle winden meewaait,
en éénmaal in het jaar wil toch eenelk zonder fatsoen...

Erachteraan! Kreet dominee, en rende al naar buiten,
dat arme schaap... hij epte onderweg de dames Groen:
waar vind ik nu Veronica, daar bij die bipsschavuiten?
—Probeer de spijkerbar, en geef dat schaap van ons een zoen.

Maar Amsterdam is groot. De dominee liep door de straten.
Ik zoek Veronica! Riep hij in een verschaald café.
Geen schaap—slechts devianten en halfnaakte onverlaten,
wat blote billen botsten op een fletse canapé.

De zaak ontvlucht toog dominee op schaapzoektocht ter Wallen.
Daar was de spijkerbar, aldus een diva op een boot.
De meute om hem heen begon te hossen en te lallen.
Maar wacht! Was dat Veronica, vomerend in de goot?

Hosanna! Riep de dominee, nu heb ik u gevonden!
Wat is er, bent u ziek? 't Was vast die oude bonensla.
Nee, hikte ze, ik sta hier slechts de feestdag af te ronden,
straks moet ik langs de Albert Heijn voor tri en blanke vla.

Het beest in mij is uitgelaten. Kijk—het gaat weeral.
Ziezo, zei 't schaap Veronica. Tijd voor een kir rwajal.



Mooi! Riep het schaap Veronica, nu gaat het echt gebeuren.
Dit reisje stond al heel wat jaartjes op mijn emmerlijst:
een kombie-reis naar Groningen, mét proeven van likeuren.
Ze kocht vier kortingkaartjes, heel voordelig afgeprijsd.

Toen belde ze de dames Groen om hen te inviteren.
Die waren reuzeblij met dit uitnodigend gebaar.
De dominee werd enthousiast en kwam in hoger sferen:
Agricola, Praedinius, ik heb mijn preek al klaar.

De trein trok op. De dames Groen, in reistenue gestoken,
verzorgden reeds de koffie met wat lekkers uit de mand.
De dominee sprak: jammer toch dat men hier niet mag roken.
Ach gut, zeiden de dames Groen, neemt u de ochtendkrant.

Ze lunchten op de Grote Markt bij de Martinitoren,
de binnenstad was prachtig en de broodjes smaakten top.
Graag nog een puntje, liet het schaap Veronica zich horen.
De dominee sprak: matigheid, u hebt er negen op.

De middag bood een taxirit en aangenaam vertoeven:
een wurksjop in het fraaie Hooghoudt’s distilleerpaleis.
De ketels waren mooi gepoetst. Veronica mocht proeven:
eerst dacht zij aan citroenschil, dan kaneel en steranijs.

Ze nipte van de Fladderak en kreeg een flesje mee.
De reis terug was zweverig: de trein voer over zee.



MIRAKELS! riep de dominee. Zojuist keek ik naar boven:
de perenboom hangt vol met fruit, dat wordt een rijke oogst!
Aha, zeiden de dames Groen, die peren gaan wij stoven.
Wat zijn ze dik! En kijk, de allerdikste hangt het hoogst.
 
Kom op, we gaan ze plukken voor ze op de grond belanden.
Zeg juffrouw schaap Veronica, loopt u es naar de schuur...
Daar moet een grote trapleer staan, en ook een stapel manden.
De dominee klom in de boom en keek over de muur.
 
Verroest! sprak hij. Het allersappigst ooft is reeds gevallen:
dat ligt aan gene zijde, op ’t gazon van buurman Jan.
Komt, laat ons onverwijld dat valfruit rapen met z’n allen,
die peren kunnen dadelijk als eersten in de pan.
 
Hij liet zich langs de takken zachtjes in de buurtuin zakken –
Toen hoorden ze: Wat moet dat daar? Hup, wegwezen, en gauw!
Ik laat Diablo los, die komt je bij je lurven pakken!
Ocharm, zeiden de dames Groen, Diablo lust hem rauw.
 
Die vloer ik! riep Veronica. Ze ging verwoed aan ’t plukken,
de bloedhond kreeg een perenspervuur naar z’n valse kop.
Het monster plofte om en buurman Jan vergat te bukken...
De dominee ontsnapte en sprak dankbaar: Dat lucht op.
 
Weg oogst, zeiden de dames Groen. De stoofpan blijft dus leeg.
Maar kijk, er zijn nog vruchtenkoekjes, van ons eigen deeg.
 



Zijn krib stond op een godvergeten plek
zijn ouders waren arm tot in het merg
het land bewerken was nog minder erg
dan altijd net niet doodgaan door gebrek

verlangen werd er in de kiem gesmoord
de toekomst was het hier en nu gelijk
en ook al gaf hij van ambities blijk
van passies volgen had men nooit gehoord

toen kenterde het tij en kwam zijn kans
de leerplicht riep hem weg van veld en stee
en dapper is hij toen op weg gegaan

in Rusland van die tijd, zo zien wij thans,
was integratie nog een vaag idee:
hij blijft voor eeuwig op de drempel staan.

Bij een schilderij van Nikolay Bogdanov-Belsky, 1897



Ik heb zo’n moeite met die lettertjes

Ze dansen door mijn schrift
En zijn totaal geschift
Ik haat de kleine ettertjes

Spellingleed

Die rare letter e verbijstert me
Ik hoor een ö in ‘de’ … een eh in ‘leg’
Maar als ik dan weer ‘mede’ schrijf en zeg
Dan klinkt er eerst een ee en dan een ö

En plak ik achter onze e een u
Dan maakt dat kunstje haar pardoes tot eu
Een i vooraf maakt e tot ie, mon dieu
Met i erna tot ei: u snapt het nu?

Twee letters e aaneen lees je als ee
Een o vooraf maakt van de e een oe
Bent u intussen aan een dokter toe
Dan denkt u bij de e’s-accent: O wee!

Wie lezen leert en schrijven met zo’n spelling
Is vast immuun voor elke schoolse kwelling



Wat een teleurstelling
Weekendje Groningen
Enkel de spekdikken
Kregen we op

Verder serveerde men
Eetlustversjterende
Huiskost als mosterdstip
Bloedbrood: een flop!



De kans om een jong mens te laten zakken
Hier in dit land van vijf honderdste punt
Waar je elkaar geen millimeter gunt:
Als mierenneuker dien je die te pakken

Geloof in recht om je aan vast te klampen
Kun je niet vroeg genoeg de grond instampen.


(De rechter oordeelt dat een leerlinge, ondanks een aantoonbare fout in

het eindexamen Frans, toch op 5/100 punt gezakt is en niet naar een vervolgopleiding kan.)



Kijk toch die benen eens!
En die paillettenjurk!
Extravagant hoe
Zo’n juf is gekleed 

Zelf ben ik gek op zo’n
Over-de-top-outfit
Liefst steek ik ook nog
Een pluim in hun reet

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Pthah-Sokaris

Ik zie mijzelf als welgeschapen heer
Hoewel het mij al dikwijls overkwam
Dat ik me bleek te uiten in geblaat
In plaats van wijze en verheven woorden

Ja, logisch: af en toe ben ik een ram
Natuurlijk wel in goddelijke staat
En afgebeeld in veel toeristenoorden
Dus praat ik verder met mijn rauwe stem

“Kras! Kras!” En iedereen is idolaat
(Behalve dan de geestelijk gestoorden)
En zegt bevlogen: “Hoor! Daar heb je hem –
De valkgod!” want dat ben ik evenzeer

Ik blijf maar onderling verwisselbaar
En houd me slechts met moeite uit elkaar


Pthah-Sokaris is eigenlijk een verzamelnaam voor drie Egyptische goden. Pthah, de hoofdfiguur, was de schepper en de vader der goden; zijn dienst ontstond in Memphis. Hij wordt afgebeeld in menselijke gedaante, met een scepter als symbool van macht. Als vormer van alle dingen is hij wel vereenzelvigd met Hephaistos (Vulcanus); tamelijk vergezocht. Hij was beschermheer van de kunstenaars. Sekmet, de godin met het leeuwehoofd, was zijn echtgenote en de stier Apis zijn zoon.

In zijn functie van Amon (oorspronkelijk de god van Thebe en gehuwd met Moet) kon hij de gestalte of minstens het hoofd van een ram aannemen. Toen zijn naam verbonden werd aan die van Re, de zonnegod, werd hij gezien als oppergod, en de Grieken herkenden in hem hun Zeus. Hij was de beschermer van de pharao’s.

Horus, de valk, was de god der stilte en een combinatie van de zonnegod Horus (nauwelijks te onderscheiden van Re) en het kind Horus, zoon van Osiris en Isis. Hij komt overeen met de Griekse god Apollo. Zijn embleem is de zonneschijf met vleugels.

(Uit: Fabelmensen, met tekeningen van Ed Koenders, uitgeverij Liverse, 2010)

Koop koop koop