Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

tree 615663 340
Bron: pixabay.com
 
Een vlieg zat laatst te paard te Vlijmen
te broeden op een Trijntje Fop
maar dat het vers niet wilde lukken
kwam door ‘die knol zijn wilde nukken’
doch deze brieste in galop:
probeer eens eerst gepaard te rijmen
 
clerihew
Portret Edmund Clerihew Bentley, 1915
Bron: FineArtAmerica
 
 
Desiderius Erasmus
Desiderius Erasmus
Gaf niet zo veel om orgasmes.
Hij zei: ‘Zo’n kort genot slijt
Nog sneller dan de zotheid.’
 
Lucas van Leiden
Nadat Lucas van Leiden
Het einde der tijden
Op het doek had weergegeven
Stond hij uren lang te beven.
 
René Descartes
René Descartes
Dacht ietwat verward
Dat hij enkel bestond
Als hij zelf dat zo vond.
 
Willem van Oranje
Willem van Oranje
Had iets tegen Spanje
En bestreed verhit
Real Madrid.
 
Jan Pieterszoon Coen
Jan Pieterszoon Coen
Vervuilde zijn blazoen
Met een perfide
Stuk genocide.
 
Piet Hein
Piet Hein?
Zijn naam is: Klein!
Subliem,
Zo’n pseudoniem.
 
Lodewijk XIV
Lodewijk de Veertiende
Dacht, op het plebs neerziende
Zonnekoning te zijn,
Maar die zon was maar schijn.
 
aronskelk2
Animatie: IB
 
De dood brengt leven in het uitvaartwezen
De clientèle die gestadig groeit
Waardoor de branche als nooit tevoren bloeit
Is met de dienstverlening zeer tevreden
Want achteraf is nooit protest gerezen
Of stonden klanten op die moeilijk deden
 
De lijkbezorging werkt naar oude zeden
Daar ook de klant nieuwlichterij verfoeit
Met verzen, zang, gebed, muziek die vloeit
Of teksten, ingetogen voorgelezen
Wordt door het kraaiengilde fijnbesneden
Een dode vast de hemel in geprezen
 
Er zijn per uitvaartzaak wat eigen wetjes
Maar overal geldt: Opgeruimd Staat Netjes
 
bij
Wikimedia Commons 
 
Een bij vliegt al denkend van bloesem naar bloem
zij piekert en peinst over loodzware zaken
en vraag je waarom zij zich druk zit te maken
dan noemt zij als reden: ik denk dus ik zoem
 
schrik2
Foto: Creative Commons
 
Ik slenter nietsvermoedend langs een flat,
een avondloopje, zonder iets te moeten,
valt plofklaps daar een kerel voor mijn voeten.
Het scheelde weinig of ik was geplet.
 
Gesprongen dus, vanaf etage elf.
Zo’n vent denkt ook alleen maar aan zichzelf.
 
VanMeegerenWikimediacommons
Kunstschilder en meestervervalser Han van Meegeren
Bron: Wikimedia Commons
 
U houdt van Kunst? Wat dacht u van Vermeer?
Die staat bij kenners danig in de gunst
Maar volgens mij is dat zwaar overdreven
 
Ik maak dat simpel na, dat is geen kunst
Als ik iets maak wordt het hem toegeschreven
Door kenners met een wijdverbreide faam
 
Het brengt goed op, ik kan er ruim van leven
En toch zet ik gewoon mijn eigen naam
Ik kort die altijd af als ik signeer
 
Maar dat mijn hert, waarbij Vermeer verbleekt
Niet wordt erkend als echte Kunst: dát steekt
  
Uit Jaap van den Born: 't Is toch niet waar! (2013)

 
hertmetjong
Han van Meegeren: Hert met jong  (1927) 
 
 

vanbommel

Ik heb Van Bommel weer eens teruggezien
De handen op z’n rug. Toen in z’n zijden
Een nederlaag viel amper te vermijden
Kort zou het duren. Een minuut of tien
 
Wat had zijn PSV voor thee gedronken?
Het team werd overlopen, wijd en zijd
En blunderde tot in oneindigheid
De zege werd door Willem II beklonken
 
Vrij koel klonk hoe de trainer het ervoer:
‘Een aantal spelers zijn te onervaren’
- Hoelang staat deze man nog aan het roer? -
 
‘En dat er twee vedetten nu niet waren
Hielp ook niet mee’, zei Mark met veel bravoer
- Hoelang zal Gerbrands’ hand hem nog bewaren? -
 
 
manflu
Foto: www.manflu.com

Ik had onlangs ineens de mannengriep
Ik kon een biefstuk op mijn sixpack bakken
Terwijl ik bleek naar adem lag te snakken
En dood ging met een masculien gepiep
 
Mijn borsthaar zag ik richting scrotum zakken
Uit elke zweetklier groeide een poliep
Sinds Jezus Christus ging geen vent zo diep
En Hij had zich vrijwíllig laten pakken
 
Men zegt dat elke vrouw vol smart zal baren
En dat zal best wel heel vervelend zijn
Maar haalt het echt niet bij hoe ik me voelde
 
Ik snapte plots wat Wittgenstein bedoelde
En moet u de details hier dus besparen:
Geen taal beschrijft mijn gruwelijke pijn
 
duif
Animatie: IB
 
Een duif sprak koerend tot zijn wijf:
"Ik stop met poetsen aan mijn lijf;
jij wint het glimmen toch met glans
omdat ik altijd doffer blijf".
 
 
Adrie Oudejans was een van de acht finalisten in Emmen.
Dit kwatrijn staat in de bundel Lichtvoetig III.
 Adrie gaf toestemming het hier te plaatsen, waarvoor dank!
 
 
 
 

demaenhefnacht

Recent verscheen een nieuwe bundel van Ton Peters (Dieren, 1952), op Het vrije vers ook bekend onder zijn pseudoniem Otto van Gelder. De presentatie vond op 1 november plaats in het Huus van de Taol te Beilen. De maon hef nacht under de nagels bevat gedichten van de bekende Amerikaanse dichter Ted Kooser – winnaar van de Pulitzerprijs in 2005 en twee jaar lang Poet Laureate – en Peters’ vertalingen ervan in de Drentse taal.
Peters vond het vreemd dat een dichter van zijn kaliber in ons land nog niet vertaald was. Ofschoon Kooser geen lightversedichter is, nam Peters de prijzenswaardige taak op zich diens vrije verzen te vertalen.
Op de website van Woest en Ledig is een uitgebreid verslag van de presentatie te lezen. 
 
Uit de bundel het gedicht 'At the Cancer Clinic' en Peters' vertaling.
 
She is being helped toward the open door
that leads to the examening rooms
by two young women I take to be her sisters.
Each bends to the weight of an arm
and steps with the straight, tough bearing
of courage. At what must seem to be
a great distance, a nurse holds the door,
smiling and calling encouragement.
How patient she is in the crisp white sails
of her clothes. The sick woman
peers from under her funny knit cap
to watch each foot swing scuffing forward
and take its turn under her weight.
There is no restlessness or impatience
or anger anywhere in sight. Grace
fills rhe clean mold of this moment
and all the shuffling magazines grow still.
 
 
In de kankerkliniek
 
Ze wordt tot an de lösstaonde deur hölpen
die hen de underzuuksruumtes voert
deur twei  jonge vrouwen, heur zussen ducht mij.
Elk bög met het gewicht van een arm
en stapt veuroet met onverzettelijke
moed. Op wat een grote ofstand lek
te weden, holdt een verpleegster de deur lös,
glimlachend en heur anfieternd.
Wat is ze geduldig in de frisse, witte zeilen
van heur goed. De zieke vrouw
gloept under heur grappig breide mus
um naor het schoeven van elke voet te kieken
die heur gewicht um beurten drag.
Der is gien ongedurigheid of ongeduld
of kwaoigheid argenswaor te zien. Genade
vult de schone mal van het moment
en al de ritselnde tiedschriften valt stil.
  
De maon hef nacht under de nagels (Het Drentse Boek, 2019); ISBN 9789065090829, € 17,50
 
 
herfstblad2
Animatie IB
 
Wat rijmt er, vroeg ik, op de rijmklank 'erfst?'
Een makkie, riep de hele meute: HERFST!   
Frits Criens
 
Trek het niet stuk, die dunne wedstrijdkleding
van tegenstanders in de gure herfst.
’t Is een gemene, kille overtreding:
ik noem dat voetbal op zijn spelbederfst. 
Wim Meyles
 
‘Viel bloader binne deze herfst’
Zei Tinus op zijn Stellingwerfst  
Niek Kalberg
 
Bij slager Serf is in de herfst
De bloedworst altijd op z’n Serfst   
Frits Criens
 
Binnensmonds een grote vloek  
Geel en rood zijn weer eens zoek
Mijn impressie van de herfst
Moet het doen met bruine verfst
Reken op een somber doek
Remko Koplamp
 
De weduwe was deze herfst
Bij de notaris op haar erfst
Niek Kalberg
 
Generfde blaadjes
In de herfst
Het iepenblad
Het ongenerfst
Peter Knipmeijer 
 
 
priests
By Bundesarchiv, B 145 Bild-F034084-0031 / Engelbert Reineke 
 
Jemig de pemig zeg
Wat een boel priesters hier 
Altijd gezellig 
Dit kerkelijk feest
 
Al denk ik steeds bij zo'n 
Friemeldepiemeltiep
Onder die rokken
Schuilt wáárlijk de geest  
 
 Uit de bundel Lichtvoetig III

wakgedicht

Lees maar: u leest niet wat u leest
Het zingen van de allereerste geest
De man gaat op en onder in de straat
Profeet noch zend’ling monnik noch soldaat
Hij zoekt zichzelf een nieuwe reisgenoot
Een kruising tussen doper en de dood
Verbeeldt zich visioenen van een reis
Met kin en bakkebaarden glad als ijs
Een korte tussenlanding in een kroeg
Waar schakend sneeuw het druipend bloed versloeg
Men dwingt hem tot het zingen van zijn lied
Wanneer hij plots zijn zware lot inziet
Zijn reis wordt slechts gehinderd door een vrouw
Hij mist de trein die ik juist halen zou
En wolken stomend boven kolenvuur
Vertrekt zij op het voorgeschreven uur.
 
Uit Ben Hoogland: Het wak is gedicht. Herdichtingen Martinus Nijhoff (Liverse, 2015).
De bundel is helaas uitverkocht...maar gelukkig staat de pdf wel op internet. 
 

humorin1561

Bas Jongenelen hoopt morgen, 12 november, te promoveren op een proefschrift over humor in 1561. Sonnettenkransdichter O.B. Kunst zocht hem op en interviewde hem hierover.
 
Je onderzoek gaat over zestiende-eeuwse rederijkershumor. Rederijkers staan bekend om hun obsessie voor de vorm, zie je dat ook terug bij de teksten die je bestudeerd hebt?
Het vormvaste is een belangrijk onderdeel van de rederijkerscultuur, je moet het echter ook weer niet overdrijven. Ja, ze hadden regels voor hun literaire genres, maar die regels waren op een bepaalde manier buigzaam. Zo zien we geen metrum in hun werk, dat bestond namelijk nog niet. Dus de regel dat een bepaalde dichtvorm per se in een dubbele dactylus moet, zien we niet terug. 
 
Welke regels hanteerden ze wel?
Een groot deel van de door mij onderzochte teksten zijn facties. Een factie is een kort humoristisch toneelstukje dat afgesloten wordt met een vrolijk liedje. Dat zijn de regels, nergens staat hoe kort kort is en hoe lang dat liedje moet duren. Een ander genre is het refereyn. Een refereyn kent een stockregel en een princestrofe – en daarmee hebben we de regelgeving eigenlijk wel gehad. Bij sommige wedstrijden werd bepaald dat het aantal lettergrepen per regel tien moest zijn, of twaalf; en soms was het aantal strofen beperkt. Maar in principe was je als dichter toch behoorlijk vrij, wie een refereyn van twintig strofen wilde maken, die kon dat. Er was niemand die zei: ‘Een refereyn hoort uit vijf strofen te bestaan.’ Een refereyn van twintig strofen was ook een refereyn. Dat zou bij ollekebollekes niet toegestaan zijn, stel je voor zeg: een ollekebolleke van drie strofen! Het Vrije Vers zou ontploffen!
 
Is het een soort vrijheid in gebondenheid?
Misschien wel, we zien bij wedstrijden wel een hang naar beknoptheid. De refereynen die in het Rotterdamse rhetorijckfeest ten gehore werden gebracht hadden bijna allemaal vier strofen. Dat was blijkbaar een lengte om het publiek mee te krijgen zonder voorbij het verveelpunt te komen. Die lengte stond niet in het wedstrijdreglement, maar bijna alle deelnemers hielden zich eraan. Het aantal regels per strofe was ook vrij, en toch hield nagenoeg iedere dichter zich aan het aantal van vijftien regels. De inhoud vliegt alle kanten op. 
 
Zoals?
Er wordt door de Amsterdamse kamer kritiek geleverd op het landsbestuur in Brussel (zie mijn artikel op historiek.net), er was een grap over een dronken man die de billen van zijn vrouw aanzag voor haar borsten, er waren moppen over vreemdgaande vrouwen (daar heb ik ook over geschreven op historiek.net) en er waren refereynen met als thema dat het zo gezellig is om in Rotterdam feest te vieren. Bij de facties die op het Landjuweel in Antwerpen opgevoerd worden, is meer aandacht voor maatschappelijke satire. Daar gaat het over hongerige soldaten en over mannen die te veel drinken. Blijkbaar waren dat thema’s die toen speelden. Dan is er nog een derde belangrijke bron voor mijn onderzoek: het manuscript van Eduard de Dene. Deze Brugse rederijker was op sommige momenten zeer fel op de kerk, maar hij gebruikte dat handschrift om uit voor te lezen in beperkte kring. Dat is iets anders dan optreden in het openbaar, op plein voor het stadhuis in Antwerpen.
 
Was De Dene een strakke dichter? Zou hij tegenwoordig schrijven voor HVV?
Ja en ja. Zijn Testament Rhetoricael  is erg omvangrijk, we kunnen hem daarom volgen in zijn stijl en onderwerpen. Hij is voor zijn tijd erg vormvast, zijn refereynen zijn erg goed, zijn rondelen zijn fraai en hij durfde ook te spelen met intertekstualiteit en andere postmoderne fratsen. Maar hij blonk vooral uit in liedjes. Ik vind zijn liedjes erg leuk en ik zou het fantastisch vinden als sommige ervan op muziek gezet zouden worden door een carnavalskapel. En dan niet de muziek gereconstrueerd op zestiende-eeuwse wijze, maar met de feestmuziek van nu. Stel je voor dat de Snollebollekes ‘Poy poy manneken poy’ uit zouden voeren, hoe geweldig zou dat toch zijn! Gratis tip van mij: wie zo’n feestliedje van De Dene op muziek zet, scoort daarmee een knaller van een carnavalshit. De Dene is een zeer fascinerende figuur en hij verdient een goede biograaf.
 
Jij?
Nee.
 
Wie wel?
Er lopen genoeg HVV’ers rond om deze handschoen op te nemen. Er zijn veel teksten van hem overgeleverd en ook de nodige biografische gegevens, de combinatie van die twee moet echt wel een goed boek opleveren – ik koop dat boek! Misschien zelfs een proefschrift, de biografie staat immers in de wetenschappelijke belangstelling.
 
Is je proefschrift ergens verkrijgbaar?
Met de titel Humor in 1561 en ISBN 9789402198690 is het bij iedere boekwinkel te koop. 
 
130
Montage van rechtenvrije plaatjes (IB)
 
Wat een teleurstelling!
Geen 130 meer.
Komt er een eind aan mijn
daag’lijkse race?
 
Nu wil Klaas Dijkhoff juist
snelheidsverlagingen.
Dat wordt een Malieveld
vol BMW’s.
 
bidden
 
 
Een moslim veroordeeld in Bagdad
Omdat ie maar één keer per dag bad
 
pattyleest
Foto: pattyscholten.blogspot.com
 
De stemming in het dierenrijk wordt grauw
nadat de trieste tijding is vernomen.
Geen vogel zingt een lied bij dag en dauw:
de door hen alle zo geliefde vrouw
ging heen. De schrijfster was ze van hun dromen.
 
Voor troost zijn apen bij elkaar gekomen.
De octopusinkt kleurt diepzwart van rouw
en leguanentranen blijven stromen.
Halfstok bevlaggen luiaards nu hun bomen,
hoog in een treurbeuk kwijnt een rode wouw.
 
Alleen een uil kniest niet, dat wijze dier
beseft: in al haar verzen leeft ze hier –
 
 
Uit de bundel Lichtvoetig III
 
Voor de oplettende lezer: het afsluitende distichon van Inge staat ook op de kaft van de bundel.
 

 

lichtvoetigIII
 
 
Vrijdagmiddagborrel
 
Hij zag haar met een kennersblik: een leuke, jonge griet
op vrijdagmiddag, uur of zes, zijn tong stroef van sulfiet.
De kruk – nog vrij? – naast deze prooi bood hem zijn jachtgebied.
Tot kwart voor zeven duurde het: “Mijn vrouw begrijpt me niet”.
 
Ze keek tot in zijn zwarte ziel, haar ogen hemelsblauw
en luisterde naar het tekort van zijn absente vrouw.
Zijn hand inmiddels achteloos bewegend op haar mouw
vlak naast haar warme borst, één vinger streelde die heel flauw.
 
Het leek erop of deze schat, door alcohol verleid,
hem in haar armen troosten zou, tot minnespel bereid.
Toen hoorde hij haar zeggen: “Hoe  een man zijn vrouw verwijt
dat zij niets van hem snapt, dat ken ik zeker tot mijn spijt.
 
Want nooit als zij erbij is, maar in haar afwezigheid,
wanneer hij vreemdgaat heeft mijn vader ook die smoes. Altijd.”
 
 
De komende tijd zullen we af en toe - met instemming van de auteur uiteraard - een gedicht plaatsen uit 'Lichtvoetig III'. Deze fraaie zevenvoeter is van Hannelly Krutwagen.
 
maple leaf 4597501 340
Afbeelding van pixabay.com
 
l'Automne, Mon Dieu,
plezant!
Aldus de lieu-
tenant
Hier is de herfst
wat kouder
Zo sprak de erfst-
adhouder

 

headphones 3936373 340
Afbeelding rechtenvrij van pixabay.com
 
Oortjes
 
Zijn bril bedient hem naar behoren
Net als de ’oortjes’ in zijn oren
En met een verse batterij
Zegt hij: Ik hoor er ook weer bij
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief