Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Gekookte melk met zout en boekweitgrutten
Het loie wief
Staat zachtjes op een oliestel te prutten
Het loie wief
Een kuil vol botersaus en stroop
Haalt straks de darmen uit de knoop
Je zit bij Nieuwsuur reeds te dutten
Het loie wief

Zij schakelt naar een real-life soap
Het loie wief



Vooruit met flinke pas, niet van dat bange
Waar wij naartoe gaan, vind je de fine fleur
Grands crus nog mooier dan je diepst verlangen
Wij zullen eens wat fraaie flesjes vangen
De eigenaar is echt een connoisseur

Zo langzaamaan krijg ik een pesthumeur
We dwalen nu al uren door die gangen
Ik haat de catacomben, quelle horreur
De duisternis, die vreselijke geur
Blijft vast nog weken in je kleren hangen

Weet jij de weg terug door die spelonken?
Ik heb de halve buit al opgedronken...



Iets beter nog dan goed blijft altijd beter
maar beter nog dan beter is het best
bijvoorbeeld als je sneller dan de rest
een afstand overbrugt van honderd meter

Helaas, wanneer ik meedoe om te winnen
schiet ik fysiek en geestelijk tekort
men speelt mij van het veld en van het bord
ik kom pas na de prijsuitreiking binnen

Sportief lukt het mij hoogstens naam te maken
als veel te trage loper bij het schaken




Aanschouw de dichter in zijn klamme bed
hij tikt het metrum even voor zich uit
en dan ontsnapt hem weer een zacht gefluit
als alles samenvalt in een sonnet.

De meest verheven beelden heeft hij net
met verve en met diepgang, naar verluidt
met pit en met wat peper aangekruid
zorgvuldig en met zorg op rijm gezet.

Doch plots voelt hij de kou tot op zijn bot
dit gaat niet goed, straks ligt hij hier verstijfd
en is het met de dichtersgeest gedaan

En vol van spijt roept hij O, goeie God!
alweer geen Hoge Kunst die hier beklijft:
dan maakt hij met zijn werk de kachel aan.



Ik leg mijn vinger op zijn dik
Behaarde bovenlip en schrik
Hoezeer we lijken op elkaar
Alsof ik in een spiegel staar

Ik monster ogen, voorhoofd, haar
Vertrouwd en toch een beetje raar
Zijn in zichzelf gekeerde blik
Die man, mijn opa, dat ben ik



De zeboe is een kuddebeest
Dat altijd landdier is geweest
Want zou het om een zee-boe gaan
Dan zou er ook een boe bestaan
Het missen van één letter ‘e’
Houdt juist de zeboe uit de zee



nog even en die stang verdwijnt uit zicht
dat kreng dat zoveel kwaad heeft aangericht
de doorsnee vrouw zegt het waarschijnlijk niets
maar menig man vervloekt nog steeds zijn fiets

en zeker zij die hoger gingen zingen
door onvoorzichtig van hun brik te springen



Wanneer ik haar te snel naar huis toe breng
Dicteert ze uit haar invalidenwagen
Dat ik me wat beschaafder moet gedragen
En trekt ze even aan de navelstreng

Een moeder en een oud geworden kind
Het is niet wat ons scheidt maar wat ons bindt



Geen les over het slavernijverleden
Of hoe men hier de mof ter wille was
Dat hoort natuurlijk ook niet in de klas
Of wat we in 'Ons Indië' misdeden

Wel zingt straks ieder kind uit volle borst;
'Van Duitschen bloed', voor Vaderland en Vorst!



Het leven is steeds sneller te vertalen
Er wordt volop getwitterd en gedrukt
Toch denk ik niet dat lezers het ooit lukt
Om iemand bij het schrijven in te halen

Ook in het korte vers dat u nu leest
Bevindt u zich waar ik al ben geweest



Wat kiest u in light-verseland tot uw baken
Het Vrije Vers
Weet u waar echte dichters zeer naar haken
Het Vrije Vers
Verschaf u aanzien en cachet
Door pak hem beet een speedsonnet
Voor deze wereldsite te maken
Het Vrije Vers

Voor stotteraars een sjibbolet
Het Vrije Vers



Trump vond het blijkbaar drie keer niks
die Spicer, Scaramucci, Priebus
Hij vestigt nu zijn Hope op Hicks
éen van de entouragechicks
weer eens wat anders dan zo'n kwibus.


De 28-jarige Hope Hicks wordt interim-hoofd communicatie bij regering Trump



Een schip is uit De Bocht van Bath gevlogen
en iedereen wil dit geval wel zien.
Er komen honderden, of zelfs misschien
wel duizend mensen naar de dijk getogen.

Als al die mensen ijsjes komen kopen
ziet Kees zijn Zilvervloot al binnenlopen.



Een bij Bath vastgelopen containerschip van 360 lang, blijkt een enorme publiekstrekker. Ijsverkoper Kees Griep speelt daar handig op in



Nog even en het jaar is weer voorbij
De klok staat laatste uren weg te tikken
Maar ‘t naderende einde wordt verzacht
Door uitzicht op een schaal vol spekkedikke

De kater komt opdringerig langszij
Probeert door onophoudelijk te likken
De onrust weg te halen uit zijn vacht
Hij kent niet het genot van spekkedikke

Dan volgt het hoogtepunt, de buurt staat blij
Vrijwillig in de dichte rook te stikken
Van vuurwerk dat een gat slaat in de nacht
Gelukkig is er thuis nog spekkedikke

Aansluitend op die nacht vraagt men aan mij
Of ik iets van het nieuwe jaar verwacht:
Niet veel, maar aan het eind wel spekkedikke



Alleen in zijn gedichten kan hij wonen
Dat valt niet mee
Zijn tent is door de stormwind meegenomen
Dat valt niet mee
Maar wat me nog het meeste trof
Is hoe de dichter Slauerhoff
Hier ‘omen’ volgen liet op ‘onen’
Dat valt niet mee

Een vers dat zomaar rijmt alsof
Dat valt niet mee



Nu die maffe bulderbast

Ruzie maakt met Noord-Korea
Ga ik maar eens naar Ikea
Voor een leuke bunkerkast



Ik wandel kalmpjes langs de waterkant
Met mijn bejaarde, zeer demente oom
We stoppen bij een theehuis met een vlonder
Voor appeltaart met versgeslagen room
Hij kliedert kwijlend heel zijn rolstoel onder
Likt dan de resten smakkend van het chroom
Ik ben eraan gewend: niets aan de hand
Hoe heerlijk, zo te leven zonder schroom

De psychiater

 
Ik maakte laatst bij vrienden en collega's
Een goede beurt
Het viel ook, zag ik, heel goed bij hun eega's
Een goede beurt
Je maakt de mensen simpel blij
Al die onnutte tobberij!
Ook u maakt zo in bars en in bodega's
Een goede beurt
 
'Was will das Weib?' vroeg men. Ik zei:
'Een goede beurt'
 
(Uit de nieuwe bundel Weense balladen)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Volkstuinder (Alexandrijn)



Hij was een nijver mens en was het liefste buiten
Hij had een groenteveld gelegen aan de plas
Hij teelde groene kool en witte kool en spruiten
En teelde ijsbergsla en meer van dat gewas

Maar laatst keek hij eens neer op zijn beplante perken
En dacht; het is niet goed, zo moet het niet meer gaan
Ik sta hier jarenlang aan rugkwalen te werken
Er komen, is mijn plan, hier vruchtbomen te staan

Hij ruimde al het groen en plantte pruimenbomen
En schoffelde de grond en hield zijn boomgaard nat
Hij wachtte op de oogst die er zat aan te komen
Hij had niet veel geduld en werd het wachten zat

Hij dacht ik heb gezien dat alles hier gedijt
Ik ga een eindje om. Tot in de pruimentijd

Koop koop koop