Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

wordshop
 
 
De schrale resten verf op het vermolmde raamkozijn
bedekken nors het moeie hout, er zit niks anders op.
De klingelbel klinkt blij verrast omdat een vingertop
de deurklink talmend heeft beroerd: dit moet een dichter zijn!
 
Een handgeschreven scheefgezakte plaat van bordkarton
vermeldt in gulle krullen inkt de aard van het bedrijf.
De letters “wij zijn open als u dicht” staan schuin, maar stijf
van vroegere voornaamheid, nog van vóór Napoleon.
 
De startende poëet vindt hier een ware woordenschat
waarbij een letterwaaier, schoon beduimeld, uitkomst biedt
wanneer wel een idee maar geen gedicht het hart ontschiet
en zelfgebouwde metaforen platter zijn dan plat.
 
Een aanbieding van krachtige clichés springt in het oog.
De populairste beeldspraak koop je in een envelop
met “blauwgetraand” en “vlindervrij” als absolute top.
De dure dubbelzinnigheid ligt achter glas. En hoog.
 
Een onopvallend kistje staat al jarenlang op slot
daarin rust in het rozenhout de Waarheid en zij lijdt
tot op een dag een dichter haar met poëzie bevrijdt
want met een sleutel gaat het niet. Die is allang kapot.
 
De wind giert in het laatje voor het landschap en het weer.
Een handbeschilderd schoteltje staat quasi nonchalant
met zoete fluisterwoordjes als presentje voor de klant
die tevergeefs naar rijm zoekt. Rijmen doet toch niemand meer.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

onverwoestbaar mooi

Wanneer op deuren duwen staat geschreven
Doe ik het tegendeel en trek toch even.
Al weet ik dat geen deur dan opengaat,
Ik wil mijn onvermogen zelf beleven.

Uit: Onverwoestbaar mooi – 2003



Onverwoestbaar mooi

Hij die zijn laatste regel had geschreven
kwam bij de grote poort en trok nog even
– best wetend dat ie zelf wel opengaat –
die onmacht wou hij tot het laatst beleven.