Je bent een werkbij, zoemen mijn gedachten.
Een poets- en wasvrouw, en een keukenmeid
die nooit eens opvalt door afwezigheid,
want ja, het vele werk dat kan niet wachten

Bij mij is altijd alles fris en schoon.
Manlief zal dat met blij gemoed beamen.
Mooi Truus, maar doe je morgen weer de ramen,
die regen he, zegt hij vanaf zijn troon.

In mijn gedachten spookt nu een godin.
Och dame, zegt ze, het is toch een schande,
kijk eens naar uw gekloofde ruwe handen.
Zeg géén oké, u bent toch geen slavin.

Want zij die met de speer vertrouwd was, Truus;
Zij droeg jouw naam en maakte nooit excuus.



Bout-Rimé op het Schoonmaaksonnet van Inge Boulonois

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Afloop

Zoals je vroeger in zo’n puzzeltocht
nog uren van de finish liep te dromen;
je had al vroeg een afslag niet genomen
en kreeg pas aan het einde achterdocht.

Een pad naar rechts is ook een rechterbocht
en eiken zijn soms net kastanjebomen.
Je had gedacht heel ver te kunnen komen
maar alles bleek ten slotte vergezocht.

Zo vrees ik voor mijn laatste ogenblik.
Dat ik mijn levenspad afloop en schrik

omdat wat ik aan waarheid overhoud
ten slotte ook op drijfzand is gebouwd

en ik ineens heel zeker weet dat ik
al jaren met een ander ben getrouwd.