Het land doorweekt, de luchten grijs
en menig mens terneergeslagen.
Seizoen van storm en zilte vlagen
van brakke dijken, meeuwgekrijs.

De holle zee, verstoven duinen.
Berooide grond aan lager wal
waar bomen kreunen in verval,
met koude basten, kale kruinen.

Toch hoor je naast de straffe wind
nog vrij van droeve najaarsblues
de klare lach van ‘t blije kind.

En op de beemd -in winterslaap-
verheft zich tussen herfstgebroes
het boud geblaat, van ’t Tessels schaap.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het eekhoornvrouwtje



omwille van de vruchten van haar schoot
loopt zij zich 't vuur gedurig uit de sloffen
met eten halen, voeden, nestje stoffen
manlief jawel, manlief verzet geen poot

die ongelijkheid laat haar echter koud
wat haar betreft heeft zij het wel getroffen
omdat ze simpelweg van eikels houdt


De NRC: 'Ook het eekhoornvrouwtje heeft het niet makkelijk'