Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Het land doorweekt, de luchten grijs
en menig mens terneergeslagen.
Seizoen van storm en zilte vlagen
van brakke dijken, meeuwgekrijs.

De holle zee, verstoven duinen.
Berooide grond aan lager wal
waar bomen kreunen in verval,
met koude basten, kale kruinen.

Toch hoor je naast de straffe wind
nog vrij van droeve najaarsblues
de klare lach van ‘t blije kind.

En op de beemd -in winterslaap-
verheft zich tussen herfstgebroes
het boud geblaat, van ’t Tessels schaap.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nog vele, vele, vele.. (voor Drs. P}



Zo’n trilobiet, mijnheer
Dat is een gidsfossiel
Leefde een half miljard
Jaren voor nu

Deze poëet uit het 
Paleozoïcum
Krabbelt zijn versjes
Nog steeds, sodeju