een vrouw als ik, zo kien en fijnbesnaard
zal nooit een man op wrede wijze slaan

met woorden, zoetgevooisd en heel bedaard
krijg ik, hetgeen ik wens wel voor elkaar
ik zet hem op een voetstuk, langzaamaan

zijn ego groeit, een man zo trots van aard
laat ik niet naar de gallemiezen gaan
al staat een kind niet op zijn repertoire

ik biecht; die pil schat, heb ik weggedaan
hij grijnst; ik ben geholpen, halfweg maart



* schaduwvers, zie:http://www.lettertempel.nl/gedicht?storyid=35074

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Recensie 'Kantelend bekken' van Kaja Bruning

kantelend bekken

ongebreidelde pagadder
in moeras
van verbolgen makrelen?

kaasmijt
francofiel
in deze camembert!

knikker in putje:
‘pet op één oor’
(tien koekoeksklokken in de hand)

- o melaatse asceten -
glimt gij worm

Kaja is een rebelse tegendraadse dichteres,in die zin dat zij het officiële literaire circuit, en vooral het officiële literaire bedrijf, vaarwel heeft gezegd, de rug heeft toegekeerd. Zij doet het allemaal zelf wel. Tegen de stroom in, als een zalm in het voorjaar om kuit te schieten.
Kaja  toont zich in Kantelend bekken  een begenadigd dichteres. Moeiteloos bespeelt zij een veelheid aan registers – zoals Abe de Vries al aangaf in zijn uitstekende bespreking 'Meer registers dan een gemiddeld Brabants kerkorgel', onlangs geplaatst op De Contrabas, in zijn vaste rubriek 'Studio Oudebildtzijl'.

Voortdurend lijkt de satiricus in Kaja met de lyricus om voorrang te strijden. De twee leven op gespannen voet met elkaar, en juist dát maakt deze poëzie zo intrigerend. En dan noem ik alleen de twee hoofdtendenties die Kaja in zich verenigt. (Ik vermoed overigens dat Kaja, in essentie, een humanist is – al zal zij dit zelf, ongetwijfeld, ten stelligste ontkennen. Een humanist met een dik nietzscheaans pantser – of pose –, weliswaar.)

Lees meer...