Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Hoezo ongemakken

 

Ze kunnen zomaar in je leven komen

En na bepaalde tijd gewoon weer gaan.

Ze laten de rivier van ons bestaan

Bij vreugde en verdriet wat harder stromen.

 

Je mag met hen altijd gezellig bomen

En kunt bij tegenwind van hen op aan.

Je weet : wordt jou door iemand wat misdaan

Dan zal voor jou het worden opgenomen.

 

Ze zijn je baas niet noch je concurrent.

Ze geven geen kritiek en geen bevelen

Maar wel een schouderklop of compliment.

 

Je hoeft met hen geen huis of bed te delen.

Ze nemen jou gewoon zoals je bent

En zullen jou niet zoenen of gaan strelen.

 

 

 

 

 

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mijn ceder (Utrechts sonnet 5)



Met dank aan Han G. Hoekstra 


Ik heb een ceder in mijn tuin geplant
En hem flink coniferenmest gegeven
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
In bomen planten ben ik zeer bedreven
Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
De soort staat als verdraagzaam aangeschreven

Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
Voelt hij zich voor mijn tuin te zeer verheven?
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Ik zeg het hier maar helemaal vrijuit:
Naar mijn idee belazert hij de kluit –