>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Verbeteringsgesticht

Mijn vader gaf me nooit een compliment,
wellicht uit angst me grondig te verpesten.
Wel pakken slaag kreeg ik, als om te testen
of ik hem liefdevol bleef toegewend.

Mijn moeder mepte ook, minder frequent,
want ze las nooit Spock’s opvoedingsattesten.
Vriendinnen kregen slaag en huisarresten,
dat was die tijd een fluitje van een cent.

“Ik stuur je naar ’t verbeteringsgesticht
als je zo doet,” zei pa. Op zijn gezicht
 verried een twinkeling een practical joke.

“Wat is dat voor iets?” was dan steeds mijn vraag.
“Een hele strenge school met altijd slaag.”
“Ook als je niets gedaan hebt?” Ja, dan ook.

 

Uit De ziel is een  pannenkoek, een autobiografie in sonnetten.