Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent


>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: Huismensen

Een poes te Katwijk zei tevree:
ik word gediend door trouwe mensen,
ze zijn gehoorzaam en gedwee
en zij vervullen al mijn wensen.

Ze rieken wel een beetje raar
door al die rotzooi die ze bikken,
en hun gedrag is soms bizar,
vooral met vegers en met blikken.

Ze spelen ook teveel met water
en liggen heel de nacht in bed,
soms hindert mij hun dwaas gesnater,
en dat geboen op het parket.

van één ding word ik vreeslijk moe:
wat hébben zij toch met die deuren?
die doen ze bijna altijd toe!
daar wil ik wel eens over zeuren.

Soms lopen ze mijn drinkbak om
en moet ik hun muziek verdragen.
Afijn, ‘t zijn mensen, en dus dom.
Je moet er niet teveel aan vragen.

Koop koop koop