Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Hij heeft zichzelf een pseudoniem gegeven
Dat van een blinde bard is afgeleid
En heeft zijn oeuvre almaar uitgebreid.
Zijn stijl was altijd sober, niet verheven.

Hij wist dat taal ons grip geeft op het leven
En dat een mens zich vastklampt aan de tijd.
Maar raakt hij dat houvast, die bakens kwijt
Dan is die mens ten dode opgeschreven.

Zo ook in Hersenschimmen: Maarten Klein
Verliest zijn grip, zijn taal, herinneringen
En daardoor doemt de mist op in zijn brein.

De velen die het lazen ondergingen
Door deze hoofdpersoon hoe het moet zijn
Wanneer de geest zich losmaakt van de dingen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Het vagijntje



Door velen wordt ze aangeduid als zijnde het flamoesje,
dat klinkt aanmerk’lijk aardiger dan botweg klamme dot.
Of bruter nog: dan spreekt men van een kleffe druipsteengrot.
Veel vriendelijker is dan toch weer muisje dan wel poesje.

Hans Teeuwen houdt het op een natte la of zure sloot.
Eenvoudig als hij is noemt Youp van ’t Hek haar domweg kut.
Het ergste aller namen is beslist het woordje put,
dat past voor nog geen meter bij dit prachtig stukje schoot.

Ach, welke naam men haar ook geeft mij kan het niet veel
schelen.
Punani, schacht of schede, mossel, mösje, toefje, trut
of pruimpje, preutje, roosje, sneetje, oester dan wel frut,
‘k vind alles goed als ik er af en toe maar een mag strelen.

En hoe ze ook gekleed gaat, in een slip dan wel een stringetje,
ik vind haar sinds ik minnekoos het allerliefste dingetje.

 

Koop koop koop