Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent





 Ze had een scherpe stem en spitse kin
En ook haar neus die stak een eind naar voren.
Ze was Friezin want werd in Grouw geboren

Alwaar ze moeder werd en ook boerin.


Maar op het schaatsen zette zij haar zin
En ook al kon haar stijl niet echt bekoren
Ze ging ontzettend hard vooruit op Noren
En werd bij vrouwenschaatsen koningin.

Ze won veel prijzen, werd zo 'onze Atje'
En kon de mensen zo bewijzen dat je
Met wilskracht in het leven heel ver komt.

Maar zelfs haar wilskracht bleek gewoon te falen
Toen gisteren de dood haar plots kwam halen
En heel haar leven snel werd uitgegomd.

 

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Waar? (2017)



Dichters, we lezen ze met droge ogen:
Een Vegter, Nolens, Benders, Oosterhoff.
Waar zijn de tijden van het hartebloed?
De zielepijn, de traan en dat soort werk.
Waar de gezangen van het mededogen?
Verweij, Van Deyssel, Gorter, Kloos of Perk?
De litanieën, waar? Voorbij. Voorgoed.
Een zakdoek vangt vandaag nog enkel stof.

Het bloed werd gruis. De tranen werden glas.
Verlies en stukgaan voelt nu tweedehands.
Het leed werd leed van bordkarton. Te koop.
Deels nog als dagboeksmart. Van droefenis
Kwam grimas , gil en wrede pijn. En masse
Verdoezelt men nu weemoed en gemis.
Per stuk, zoals je wil. Azijn werd stroop.
En Pfeijffer: Dichter nu des Vaderlands.

De dichter, heden, is een zonderling
Die weeklaagt in een martelend gekrijs.
Hij hangt de paljas uit voor zijn publiek
En speelt voor praktiserend psychiater.
Wat blijft: bezetenheid om één, één ding
Terwijl hij lamenteert in het theater.
De wonden die hij likt. En de muziek
Die klinkt bij het aanvaarden van een prijs.

Koop koop koop