Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Hij zag destijds het stelen van een brood
Als daad die toegestaan was voor de armen.
Hij had met wie het minder had erbarmen
En wilde hem verlossen uit zijn nood.

Ook voor wie aids had was zijn hart heel groot
En Rome 's standpunt wou hij niet omarmen.
Hij was een mens aan wie men zich kon warmen
En die slechts koud kon worden door de dood.

Maar ja, dat is nu eenmaal hoe het gaat,
Want zelfs een oude bisschop krijgt zijn kwalen.
Hij schikte zich. Hij wist dat god bestaat
En hem ooit op een goede dag zou halen.

Hij was modern en niet voor 't celibaat
Maar zal daarvoor bij god geen tol betalen. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Wielergedichten: Bert Oosterbosch

Hij was het wat labiele zondagskind.
Die lange slungel met dat rode haar;
Bert fietste hoe dan ook in tegenwind.

Hij was dus – wat je noemt – onhandelbaar
maar schudde wel als wereldkampioen
Francesco Moser stevig door elkaar.

De temporijder gaf hem van katoen,
werd onder Peter Post tot held gekneed.
Hij trapte door, het hele fietsseizoen

en reed zichzelf voortdurend in het zweet
– in Duinkerke, de Panne en de Tour –
met hersenvliesontsteking aan de meet.

Een stille jongen, geen geouwehoer;
hij fietste zelf zijn lichaam naar z’n moer.

 

Koop koop koop