Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Was ik de burgemeester van Bernheze
Dan ging ik bij mijn burgers op bezoek.
Ook zou ik al hun boze brieven lezen
En slikte hun kritiek voor zoete koek.

Ik zou in Heeswijk, Heesch en Nistelrode
In Dinther, Loosbroek, zelfs in Vorstenbosch
Me buigen over al mijn burgers noden
En hen beschermen tegen buurman Oss.

Wat zou ik mijn gemeente krachtig leiden:
Men zou mij zien als een verlicht despoot
Die elke vorm van onrecht zou bestrijden
Zodat het woongenot hier werd vergroot.

Gelukkig ben ik slechts Bernhezer dichter
Derhalve is mijn taak aanzienlijk lichter


(Uit de nieuwe bundel Mooi van...)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Shakespeare Sonnet 130



De zon schijnt heel wat feller dan haar ogen.
Ze heeft , vrees ik, haar lippen nooit gestift.
Mijn blik wordt naar haar borsten niet gezogen.
Ik raak ook van haar haren niet op drift.

Ik heb haar wangen zelden mooi zien blozen,
Haar nooit gezegd dat zij zo lekker ruikt.
Haar lichaamsgeur is niet bepaald als rozen.
Ik denk dat zij parfum niet eens gebruikt.

Wanneer ze praat, dat lijkt nog niet op zingen,
Vooral niet op mijn lievelingsmuziek.
En als zij loopt, krijg ik geen tintelingen.
Haar gang is boers, niet goddelijk of sjiek.

Maar toch, ze vindt in niemand haar gelijke
Als ik, verliefd, mijn lief zit aan te kijken.

Koop koop koop