Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 
In hem had god zijn voetbalzoon gezonden
Die wonderen verrichtte met een bal
Die nimmer iemand hem nog nadoen zal
En die geen tegenstander kon doorgronden

Supporters reageerden opgewonden
Bij ieder hakje, lobje, droge knal
Bij elke schaar of stiftje en vooral
Als hij een kans doeltreffend af kon ronden

Dat god hem op een kwade dag zou halen
Zoals hij destijds ook met Jezus deed
Zat reeds verborgen in zijn initialen

Nu hij voortaan het hemels veld betreedt
Schiet hij de bal hier niet meer tussen palen
Maar geeft hij ginder god een tikkie breed
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Recensie 'Kantelend bekken' van Kaja Bruning

kantelend bekken

ongebreidelde pagadder
in moeras
van verbolgen makrelen?

kaasmijt
francofiel
in deze camembert!

knikker in putje:
‘pet op één oor’
(tien koekoeksklokken in de hand)

- o melaatse asceten -
glimt gij worm

Kaja is een rebelse tegendraadse dichteres,in die zin dat zij het officiële literaire circuit, en vooral het officiële literaire bedrijf, vaarwel heeft gezegd, de rug heeft toegekeerd. Zij doet het allemaal zelf wel. Tegen de stroom in, als een zalm in het voorjaar om kuit te schieten.
Kaja  toont zich in Kantelend bekken  een begenadigd dichteres. Moeiteloos bespeelt zij een veelheid aan registers – zoals Abe de Vries al aangaf in zijn uitstekende bespreking 'Meer registers dan een gemiddeld Brabants kerkorgel', onlangs geplaatst op De Contrabas, in zijn vaste rubriek 'Studio Oudebildtzijl'.

Voortdurend lijkt de satiricus in Kaja met de lyricus om voorrang te strijden. De twee leven op gespannen voet met elkaar, en juist dát maakt deze poëzie zo intrigerend. En dan noem ik alleen de twee hoofdtendenties die Kaja in zich verenigt. (Ik vermoed overigens dat Kaja, in essentie, een humanist is – al zal zij dit zelf, ongetwijfeld, ten stelligste ontkennen. Een humanist met een dik nietzscheaans pantser – of pose –, weliswaar.)

Lees meer...

Koop koop koop