Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent




'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Die meid die zo fantastisch poetst en vrijt.
Ik doe in huis het een'ge dat ik kan:
en dat is best behelpen voor een man.
'k Gooi mijn vuilwater weg en vul de kan,
smijt af en toe een eitje in de koekepan,
maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd,
een feit waar ik behoorlijk onder lijd.

Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
Maar lieve schat, waarom verdwijn je dan?
En 'k voel me hulp'loos en vol zelfverwijt,
en denk terug met smart en met veel spijt
als zij mijn lang verwende onpraktischheid
met benen fluks en ferm uiteen gespreid
verwent met wat ze toverde in de pan
en bed! Mijn God, die meid kan er wat van!

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
maar door een kleine procedurefout
tot feeërie van wereld, kunst en weten
mij lullig dwingt tot nu maar weer gaan daten.

Als zij me geeft mijn bordje havermout
en naar me kijkt verleidelijk en stout
en 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,
en ‘k hoor haar zwoele, opgewonden kreten,

dan voel ik éénzelfde adoratie branden
die giert en trilt door kruis en ingewanden
voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen
die vaak zo fijn mijn pik omspanden.

(naar J.A. dèr Mouw)

 

(Hans Mooi is Dichter des Vaderlands en volgt als zodanig Ramsey Nasr op, die deze functie vanaf 2009 vervulde)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Leviathan





P
salm 74, vers 14 (Statenvertaling)
Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd;
Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen
.

‘O God’, dacht Hij, ‘ogottegot, waar Ik nóu toch mee vocht?
Een slang, een draak, een wallevis? Wat was dat voor gedrocht?
Dat beest was zelfs nog méér dan Ik: een zeven-enigheid!
Maar zijn karkas daar zit Ik mee; hoe raak Ik dat weer kwijt?’

Hoewel het zeker dood was zat er toch nog leven in
Als maden, pieren, kevers: ieder eind is een begin
Maar ondanks al dat leven, ieder met een levensvonk
Lag het al snel te rotten en het riekte en het stonk

Omdat het beest reusachtig was zat Hij er reuze mee
Maar volgens de psalmist kreeg Hij toen toch een goed idee
Hij voerde het Zijn uitverkoren volk op aan de dis
Het is maar goed dat niemand nu nog weet wat 'manna' is

Maar goed; de vraag 'Wie schiep dat beest, dat daar zo plotsklaps zwom?'
Die blijft, dus God kijkt op Zijn troon vaak schichtig achterom

Koop koop koop