Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 


Vol zomer. Zwervend zoekt ze de natuur.
Geniet volop van bomen, struiken, grassen
en ademt zoete geuren van gewassen,
ervaart al wat ze ziet als goed en puur.

Ze laat zich door een haastig hert verrassen,
de tijd verliest betekenis en duur.
Ze loopt genietend alsmaar uur na uur;
ze stopt, ze hurkt en gaat dan zitten plassen.

De paardenbloem eronder kijkt omhoog 
recht in de zonbeschenen waterboog
van klaterende en zachtwarme stromen.

Hij houdt zijn stralend gele hoofd niet droog
en stort zich (dat hoeft verder geen betoog)
in mooie en behoorlijk natte dromen.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Album van de Indische poëzie 5


Kampong Mahu, Saparua 1987



In 1987 maakte ik een reis naar de Molukken en schreef naar aanleiding daarvan een aantal gedichten. Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik Patty Scholten voor het eerst in Amsterdam en tot onze verrassing bleken we niet alleen dezelfde kampong op het eiland Saparua te hebben bezocht, maar over dezelfde vissers, zonsondergang en matjes met drogende kruidnagels te hebben geschreven, met ongeveer dezelfde strekking. Het octaaf van haar sonnet vond ik terug in mijn gedicht Molukken 1987 en het sestet in mijn sonnet Tjenkeh. Aardig voor de lezer om dat hier eens te vergelijken.

(Dit gedicht verscheen in de bloemlezing Wonder en geweld, samenstelling Hans Straver, Utrecht 2007)

Koop koop koop