Ze lopen braaf langs bergen en door dalen
hij luistert lijdzaam naar haar duf gedrein
en voelt bij elke stap die zure pijn
een pijn waarvoor hij zoveel moet betalen

Het groen, de teruggekaatste schone schijn:
een fel contrast met dode idealen
Zij babbelt klagend over al haar kwalen
en dan lokt plots een peilloos diep ravijn

Hij haalt diep adem, stopt vlak bij de rand.
“Kijk lieverd, in het dal een auerhaan!”
Hij vraagt vergeving in een schietgebed

Ze nadert, pakt zijn uitgestoken hand,
gaat opgewonden heel dicht bij hem staan,
zegt “doei” en geeft hem dan een flinke zet

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dichterschap

 

Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten

Voor de bevestiging van een bestaan?”

Dat dichters dit soort vragen aan ons richten

Gebeurt wel meer. De lezer went eraan.

 

De dichter vreest, dat men hem zal betichten

Van zelfgenoegzaamheid en eigenwaan

En hoopt, in stilte met zijn roem begaan

De lezer voor zijn deemoed te doen zwichten.

 

Maar deze zegt: ”Jouw oeuvre boeit niet zo -

Het is een treurig en gebrekkig klad.

Leg neer die pen! Ik heb het al gehad.

 

Wou jij naast Dante, Poe, Rimbaud?                          

Genoeg! Verdwijn maar, met je stuk of wat

Jou siert uitsluitend het incognito.”